← Alle afleveringen
Afl. 9 42 min

9 - Breinvriendelijk trainen | Sergio van der Pluijm

In deze aflevering spreek ik met Sergio van der Pluijm, trainer, auteur en opleider, over breinvriendelijk trainen. Van aansluiten bij de leefwereld van deelnemers, storytelling en deelnemers verrassen, tot het creëren van zintuigrijke leerervaringen die blijven hangen. Over dopamine als motor voor leren, de balans tussen de comfortzone en de challengezone, en hoe kleine interventies een grote impact kunnen hebben op het leerrendement.


Wil je meer weten over Sergio van der Pluijm: https://www.bewezeneffect.nl/

Transcript

In mijn eigen opleiding rond de breindidactiek werd gezegd, wees een dopamine-dealer.
Er zijn twee dingen die ik met regelmaat doe, die echt over smaak gaan.
Welkom bij de Beste Trainer van Nederland podcast, de podcast over leren en ontwikkelen
voor trainers en leidinggevenden.
Ik ben Maaike Ruiter, psycholoog-trainer en in deze podcast verzamel ik tips en inspiratie
zodat iedereen de Beste Trainer van Nederland kan worden.
Vandaag de gast, Sergio van der Pluim.
Sergio van der Pluim wordt geboren op 23 januari 1970 tot Rotterdam.
Als kind weet hij anderen al makkelijk enthousiast te maken.
Zo leent hij ooit een bibliotheekboek over boemerangs, maakt er zelf een van hout en steekt
meteen een paar vriendjes aan mee te doen.
Totdat de boemerang terugkomt in zijn jukbeen.
Na de middelbare school studeert Sergio algemene sociale wetenschappen.
Hij werkt 15 jaar bij de reclacering, waar hij ex-gedetineerde begeleidt en later ook
personeel.
Daar kan hij volgens eigen zeggen alles wat hij in trainingen leert direct in de praktijk
uitproberen.
In 2009 krijgt hij een lichte burn-out.
Het creatieve vuur moet eruit, waardoor hij naast zijn baan een eigen bedrijf opricht.
Bureau, bewezen effect.
Sinds 2016 werkt hij fulltime als ondernemer.
Vandaag de dag is hij opleider van coaches, spreker, auteur en podcast maken.
Ook schrijft hij de boekenreeks Coaching 3.0, waarin hij wetenschappelijke inzichten
vertaalt naar de praktijk.
Een leuk feitje?
In 2024 werd hij door de Noptera verkozen tot trainer van het jaar.
Dat is wel een groot compliment, toch?
Absoluut.
Ja, dat was voor mij een hele grote erkenning.
Ja, zeker.
We gaan het vandaag hebben over breinvriendelijk trainen en hoe we daarmee het leren met kunnen
verhogen.
Jij hebt daar ook een hele training voor opgesteld.
Ik heb een e-learning inderdaad, die nog steeds actief is.
Wel best oud, bijna tien jaar, maar nog steeds actueel.
Ik volgde ooit kort na die burn-out.
In Barcelona was toen een internationaal congres rondom motiverende gespreksvoering.
Ik werd daar toen tot trainer in dat vak beëdigd, zeg maar.
Er zat een forum aan vast met een aantal workshops.
Eén daarvan was breinvriendelijk trainen.
Brain-friendly learning heette het.
En dat was voor mij echt zo'n moment dat ik dacht, wauw, nu vallen er zoveel puzzelstukjes
op in plek.
Want ik heb leren trainen in een recreënscontext, dus met boeven en boevinnen, zeg maar.
En ik was als de dood dat die zich, zeg maar, als groep tegen mij zouden keren en zouden
zeggen, wat weet jij nou met je boekjes wijsheid en wat snap jij van ons leven?
Dus ik had één ding scherp voor mezelf.
Ik dacht, ik moet ze uitdagen.
Ik moet ze op het puntje van mijn stoel houden, want anders dan gaan ze mij uitdagen, zeg
maar, weet je, de eerste klap is een daal eruit, zeg maar.
En dat werkte en nu klinkt het eigenlijk veel gemener dan ik het bedoel, want we gingen
vooral hele leuke dingen met ze doen.
We gingen, neem een training, feedback geven, die lag daar in een stoffig handboek en ik
dacht, dit is veel te saai, dit gaat niet werken.
En ik kreeg best wel veel vrijheid.
Dus ik dacht, ja, weet je, feedback geven, dat is ook een breinprincipe, keep it real,
moet wel ergens over gaan.
Dus in plaats van de saaie voorbeelden uit het handboek, dacht ik, hé, maar wacht eens
even, in deze groep zit iemand die veel met tatoeages bezig is.
Er zit een breakdancer in de groep, er zit iemand die een enorme storyteller is en zo
nog een paar talenten, dat wist ik van ze.
Toen dacht ik, hé, hoe tof zou het zijn als ik ze vraag hun beste breakdance move, hun
mooiste tattoo, hun beste verhaal of beste mop te laten vertellen en dat de rest van de
groep daar feedback op geeft.
Nou, dat was een gamechanger.
Want opeens was het echt, ging het over hun leven, werden ze geraakt, ik zag tranen.
Maar ik dacht, oké, dit smaakt naar meer, weet je wel, nu komt de stof tot leven.
Ja, en dat ben ik blijven doen en gelukkig met een heel fijn team, we gingen allerlei leuke
dingen met ze doen, we gingen met ze kano op de kromerijn, we gingen met ze klimmen.
Nou, er zitten allerlei mooie lessen ook in verstopt, hè, klimmen moet je elkaar zeker
en op elkaar vertrouwen, dat vinden ze heel moeilijk.
Dus zo ontdekte ik eigenlijk spelenderwijs iets waarvan ik later de naam ontdekte, want
dat was gewoon eigenlijk al heel breinvriendelijk wat we deden.
Dus we hebben hier al meteen de eerste tip, sluit goed aan bij je doelgroep.
Zeker, absoluut.
Ja, en keep it real.
En keep it real.
En wat bedoel je daarmee ten opzichte van sluit goed aan bij je doelgroep?
Nou, aansluiten gaat voor mij over contact maken, maar keep it real gaat over stof aanbieden
waarvan mensen denken, verrek, hier heb ik echt iets aan, dit gaat over mijn leven.
Herkenbaar en nuttig.
Hoe doe je dat dan bij een training?
Want je hebt ook regelmatig, je komt bij een nieuwe groep en je kent die mensen nog niet.
Nee, maar aan de ene kant zijn mensen allemaal heel erg een individu.
Geen twee vingerafdrukken zijn hetzelfde, ook geen twee breinen zijn hetzelfde.
En tegelijkertijd, dat is een beetje de paradox, lijken mensen toch ook wel weer ergens wel heel
erg op elkaar.
Elk mens heeft behoefte aan autonomie, verbondenheid en competentie, om maar iets te noemen.
Elk mens voelt zich wel eens ambivalent.
En dat is toevallig iets waar we in motiverende gespreksvormen veel mee werken.
Dat komt uit de verslavingszorg.
Nou, iemand met een verslaving, daar mag je van uitgaan.
Zodra die bij een hulpverlener komt, dan is die ambivalent.
Want die verslaving brengt iets, anders zou je niet dat nog steeds doen.
Maar het kost je ook iets, anders kwam je niet bij een hulpverlener.
Die dubbelheid zit in heel veel mensen en in heel veel gedragingen eigenlijk.
Ook dingen die formeel helemaal geen verslaving zijn.
Eenvoudige dingen, misschien als perfectionisme.
Bijvoorbeeld.
Het levert heel veel op, maar het kost ook heel erg veel energie en tijd.
Pacht een voorbeeld.
In die lijn pleasen, overwerken, op je telefoon veel zitten, jezelf afleiden.
Dat zijn allemaal dingen die iets brengen en iets kosten.
Daar kun je op rekenen.
En ook al heb ik een groep hulpverleners in de zaal.
En misschien ook wel heel diverse, van heel diverse afkomst.
Want we doen veel open inschrijvingen.
Dat ze allemaal ambivalent zijn over iets in hun leven.
Daar durf ik mijn hand voor in het vuur te steken.
En daar kan ik dus mee werken.
En dan ervaren ze de methode aan den lijven.
En dat is veel geloofwaardiger dan dat ik zeg, oh, dit werkt echt.
Ze ervaren het.
Jij zit op ambivalentie.
We hebben het over verbondenheid, wat we allemaal willen.
De autonomie, de competentie.
Wat zou dan een storytelling verhaal zijn, bijvoorbeeld?
Ik heb gisteren nog een verhaal verteld wat goed viel.
Er was een aantal ambulant dienstverleners in het onderwijs.
En ik vertelde een verhaal uit de reclossering.
Wat was aan de hand?
Ik was nog met de training, motiveringsprekzoon, was ik zelf aan het volgen.
En ik was pas halverwege.
Maar wat gebeurde?
Er was ergens in het pand.
Er was een psycholoog het halve land door gereisd om een IQ-test af te nemen bij een ex-gedetineerde.
En die weigerde in alle toonaarden om de IQ-test te doen.
En dat was een probleem, want die psycholoog is duur en die kon niet dan meteen snel weerkomen.
En die was al een half uur bezig om die klant te overtuigen.
En toen, ja, hij liep vast, hij vroeg hem hulp.
En toen dachten ze, oh ja, maar wacht even, Sergio is toch bezig met motiveren en zo.
Laten we hem erbij halen.
Terwijl ik dacht, ik ben het ook nog maar aan het leren.
Maar goed, ik dacht, ja, ik kan al licht even het gesprek aangaan.
En ik weet nog dat ik, ik moest een stukje lopen, dat ik zo onderweg na dat gesprek dacht van, oké.
Ik weet niet of, ik kan ook geen wonderen verrichten.
Ik kan heus niet hem opeens die IQ-test laten doen.
Maar wat ik wel ken en ook had geleerd in die training is, is gewoon echt even echt luisteren.
Naar van, goh, hoe is dit voor je?
Hoe zit je erbij?
Wat betekent die IQ-test voor jou?
Wat vind je er naaraan?
Etcetera.
Wat ging ik doen?
Hij heeft drie kwartier zitten vertellen.
Bleek dat hij al een IQ-test gedaan had en die was verlopen.
Maar ja, leg dat maar eens uit.
Hij had zoiets, ja, kijk maar in mijn dossier, want dan kan je toch de test zien en bladibla.
En die stomme training wil ik ook niet volgen, want dan kan ik mijn avond,
altijd een van de handeltjes avonds, waar hij dan, dus dan kan ik geen geld verdienen.
Ja, heel verhaal.
En ik luisterde gewoon geduldig.
Ik vatte een beetje samen en hij voelde zich gehoord.
En tot mijn verbazing zei hij altijd, nou, kom maar door met die klote test.
Ah, wat lekker.
Ja.
Nou, dat is gewoon een leuk verhaal, wat een beetje een beeld geeft van, oké, het werkt
en het is ook weer geen wondermiddel, dus het schept realistische perspectieven.
En ik zag mensen van, ah ja, oké, dat klinkt wel interessant.
Dus de tip die ik hier eigenlijk uithaal is, als je last hebt van weerstand, luister vooral
heel goed.
Zeker, absoluut.
Ja, zeker.
En als trainer, wees niet bang om af en toe een verhaal te vertellen.
Leuk.
Ja.
De breinprincipes, ik denk dat we dan helemaal moeten starten bij het begin, want het brein
heeft natuurlijk een paar dingen nodig.
Zuurstof, water, glucose, slaap.
Is dat nou iets echt waar jij ook bewust elke training echt wel mee rekening houdt?
Voor zover ik daar invloed op heb, zeker.
Ik ga niet over de slaap van mensen.
Ja, als ik een meerdaagse training zou geven wat ik ooit wel heb gedaan, dan zou ik kunnen
zeggen, joh, als je wilt dat het geleerde van vandaag beklijft, ga een beetje op tijd
naar bed.
Maar goed, dat bepalen mensen toch zelf.
Zeg je dat echt?
Nou, het kan zijn dat ik daarna hint of zo, weet je wel.
Maar echt vanuit het besef, ik ga daar niet over.
Maar waar je wel invloed op hebt, zijn een paar dingen, weet je wel.
Zuurstof in de ruimte.
Het wordt heel snel, wordt het toch een beetje hoog CO2 gehalte en gaat de zuurstof.
Dus ik heb liever dat het iets te koud is, maar dat er een lekker windje door de zaal
gaat, dan dat het heerlijk warm is, maar iedereen een beetje indommelt.
Dus dat is een ding, ik laat mensen graag na de lunch iets buiten doen als het even kan
of ergens in de loop van de dag.
Het mooie is, het is vaak een coachtraining die ik geef, dus coachen kun je prima wandelen
doen.
Zeker de wat langere oefeningen, ik noem het wel twintig minuten per persoon.
En dan zeg ik, joh, het is mooi weer, we zitten in een mooie omgeving, ga dit lekker buiten
doen als je wil.
En dan zie je dat een groot deel van de groep daarvoor kiest.
Heeft ook risico in zich, want mensen zijn dan vaak ook wat later terug, weet je wel.
Je raakt ze een beetje kwijt, dus dat doe ik dan voor een pauze en als ze dan wat langer
weg blijven, nou ja, dan was dat een pauze, zeg maar.
Maar dan zie je dat mensen heel opgefrist weer terugkomen en dan lukt dat laatste deel
van de dag en dan komen ze dan ook prima door.
Als we echt puur breinvriendelijk zouden kijken, zouden we dat niet dan nog vaker moeten
doen en alleen een pauze?
Ja, ik probeer daar heel de dag wel oog voor te hebben.
Dus dat raam staat aan het begin van de dag al open en beweging.
Ja, dus kijk, er zijn ontiegelijk veel dingen die je kunt doen voor het brein.
En ik denk dat het dingen zijn die veel trainers toch al wel doen, intuïtief aanvoelen dat
het goed is om te bewegen, dat humor werkt, dat op zijn tijd een leuk entertainend of ontroerend
filmpje werkt.
Alleen door dat breinvriendelijker snap ik veel beter waarom het werkt en kan ik het nog
doelgerichter inzetten.
Ik ben heel benieuwd.
Oké, nou kijk, de definitie van leren volgens breindidactiek is leren is nieuwe verbindingen
aanmaken in je brein.
En daar weten we een paar dingen over.
We weten dat als je leerervaring zintuigelijk rijk was, oftewel dat het niet alleen maar
overdracht was van kennis, puur mondeling of op schrift of hooguit die combi, dat is
heel mager, dan beklijft het minder goed dan wanneer het ook visueel werd ondersteund
bijvoorbeeld.
En zeker als er live getekend wordt, dat trekt heel erg de aandacht, dus er zitten mensen
al snel op het puntje van hun stoel, dus dat werkt heel goed.
Het wordt nog interessanter als je ook andere zintuigen gaat toevoegen, zoals geur en smaak.
Hoe komt dat?
Nou, omdat je als het ware dan heel veel routes hebt later om dat geleerde terug te vinden.
En omdat het een groter deel van je brein beslaat, zou je kunnen zeggen.
Dus er worden meer delen van je brein geactiveerd, waardoor de impact is gewoon groter.
Dus doordat je die smaak hebt geërvaard tijdens die training, kan dat weer de associatie
geven als je die smaak nog een keer proeft, waardoor het toch het geleerde nog een keer
herhaald wordt.
Ja, dat zal vast ook zijn, maar het is ook weer niet zo dat ik dan mensen een bepaald snoepje
geef en dat ik later zeg, nou als je weer dit snoepje eet, dan komt het geleerde terug.
Dat vind ik, ik snap dat je eraan denkt.
Misschien werkt het wel een beetje.
Dan werkt het, maar dan, ja, dat is in ieder geval niet waar ik het zoek.
Het is meer dat ik wil dat de hele dag een ervaring wordt die rijk is.
En ja, zintuiglijk rijk, maar vooral dat de dopamine rijkelijk stroomt eigenlijk.
In mijn eigen opleiding rondom breindidactiek werd gezegd, wees een dopamine dealer.
Oftewel, zorg dat je mensen een beetje op het puntje van hun stoel houdt.
En niet de hele dag, want dat is ook heel vermoeiend, maar je kent vast die drie zones.
Je hebt de comfortzone, de challengezone en de paniczone.
Ik wil mensen niet in de paniczone hebben, want dan leren ze niks.
Dan gaan ze vechten, vluchten of bevriezen.
Alleen maar in de comfortzone is wel heel gezellig, maar daar leer je te weinig, denk ik.
Alleen maar in de challengezone is heel vermoeiend.
Dus ik probeer eigenlijk tijdens mijn trainingen voortdurend in en uit, zeg maar, een heen en weer beweging van de comfortzone naar de challengezone en terug.
Dus als je een ervaring opdoet, dan is dat vaak hopelijk uitdagend en ook de juiste mate van uitdaging.
Ik geloof dat mensen heel goed gaan op uitdaging.
Maar daarna moet je ook even terug naar de comfortzone om daarop te reflecteren.
Die heen en weer beweging werkt heel goed.
En als ik zeg zintuigrijk, dan zie ik de emoties ook als een soort zintuig.
Wat niet echt zo is, maar ik wil wel dat mensen ook wat verrast worden.
Of dat ze in hun nieuwsgierige staat zijn, of dat ze soms ontroerd zijn.
Of misschien soms zelfs wel eens een beetje, nou boos is een groot woord, maar een beetje van potverdimmen, dit moet anders.
Ja, een beetje activistisch of zo, weet je wel.
Ja, dat zijn dingen waar ik graag een groep doorheen gids.
Dat is ook iets wat alle trainers wil zeggen, emotie beklijft ook.
Ja, ja, precies.
En die balans waar je het over had tussen de comfortzone en de challengezone, hoe hou je die balans?
Ja, door goed te kijken, denk ik.
Want ja, ik sta voor best veel verschillende doelgroepen.
En soms merk ik wel eens dat motiverende gespreksvoering voor bepaalde doelgroepen net een beetje te abstract is.
Of een beetje dat ze denken, oeh, dit vraagt wel oefening en ik weet niet of ik daar wat tijd en zin voor heb, weet je wel.
En dan zie je dat mensen al, nou ja, voor de lunch dingen gaan zeggen als, nou ik vind het wel heel moeilijk hoor.
Of, nou broer, ik weet niet of ik dit wel ooit in de vingers krijg.
En dat zijn wel signalen die natuurlijk heel duidelijk zijn, waardoor je, of erger nog, dat mensen zeggen, oh maar dit doe ik al.
Terwijl ik denk, nou, ik heb je net bezig gezien, volgens mij doe je dit nog helemaal niet.
Weet je wel, dat zijn gewoon ontsnappingsroutes die mensen denk ik proberen te vinden.
En ik neem het wel als feedback. Ik denk wel van, oké, een beetje het wat makkelijker maken na de lunch.
En wat meer succes laten ervaren.
Leuk.
We hebben dus die negen breinprincipes en we hebben er nog heel veel van die gehad.
Nee.
Nu denk ik, we moeten er zeker nog een paar behandelen dat we echt met breinvriendelijke tips, want ik heb ook gelezen op middelbare scholen.
Is het breinonvriendelijk?
Ja, dat wisselt enorm per school.
Ik denk wel dat het een stuk breinvriendelijker is nu dan in mijn tijd.
En dan hebben we het over middelbare school, jaren tachtig in mijn geval.
Als ik kijk naar de studieboeken van toen, die waren echt extreem stoffig.
Ik zat ook op een klassiek gymnasium.
Ik vond het heel saai.
En als ik dan kijk naar de studieboeken die mijn kinderen hebben gehad, leuke plaatjes en leuke verhaaltjes.
Dat was echt al een stuk breinvriendelijker.
Maar ja, tegelijkertijd valt er ook nog een wereld te winnen als ik kijk naar de pandemie.
Hoe mijn kinderen toen les kregen online.
Nou, dat was echt tranen, tranen trekkend.
Terwijl, ja, ik stapte natuurlijk ook over op Zoom.
En ik ontdekte al vrij gauw, ja, dat kun je gewoon leuk maken.
Je kunt het interactief maken en spannend en afwisselend en entertainend.
Heb je een paar voorbeelden?
Ja, ja, tuurlijk.
Nou kijk, oké, ik zat met de uitdaging, ik geef een jaar training, coach 3.0.
Elf dagen.
En meerdere keren per jaar.
Dus mijn agenda zat gewoon bomvol in maart 2020.
Ik had dus geen kans om te schuiven.
Op het moment dat je hele dagen training naar Zoom taalt, zou je eigenlijk moeten zeggen, weet je wat, we maken er dagdelen van.
Want dat is lang genoeg, toch?
Alleen, dat past dan niet in mijn agenda.
Dus ik stond voor de uitdaging om hele dagen training naar Zoom te vertalen.
En ik dacht, er zit niks anders op, weet je wel.
Dus ik ga het gewoon proberen, kijk wat het lukt.
Nou, uiteindelijk lukte het door een paar dingen.
Door de pauzes langer te maken en de blokjes korter, maar dan wel heel concise, weet je, kort en bondig, het belangrijkste te doen.
De pauzes van een kwartier werden een half uur en van een half uur werden een uur.
Er zijn allerlei leuke online werkvormen die je kunt doen.
Dat voert denk ik iets te ver om dat hier allemaal uit de doeken te doen.
Ik heb er een blog over op mijn website breinvriendelijktrainer.nl.
Maar om ervoor te geven, we gingen mensen dingen opsturen van tevoren, waardoor ze toch ook hun zintuigelijk rijke ervaring hadden.
Dus we kregen een envelopje, wat ze pas mochten openmaken tijdens de training.
Ja, daar zat zo'n jellybean in.
Leuk.
Maar er zat ook een ballon in, want bij ACT zit ook een oefening dat je op een opgeblazen ballon gaat zitten.
En dan voel je heel veel ongemak als mens.
En de een wat meer dan de ander.
Maar met dat ongemak leren zijn, dat is echt typisch ACT.
Nou, dat deden we ook.
Dus dan opeens zit je thuis achter je computer, maar wel op een ballon van alles te voelen.
Veel coachoefeningen zei ik al, die kunnen ook buiten wandelend.
Nou, hup, weg van dat beeldscherm.
Ga maar in tweetallen, ga maar elkaar bellend coachen.
Nou, op die manier was een dag trainen via Zoom goed vol te houden.
En ja, kregen we iedereen daar goed in mee.
En we kregen zelfs complimenten van, wauw, ik had niet verwacht dat de dag zo snel zou gaan en dat dit zo goed zou werken.
Dus ja, dat kan gewoon.
Maar wel door die breinvriendelijke principes.
En ik ben echt naadloos van, tijdens die pandemie, echt letterlijk, donderdag werd gezegd, alles gaat plat, alles, weet je wel, ik krijg een lockdown.
En ik had die zaterdag een training.
En die vrijdag, ik had nog nooit met Zoom gewerkt, ik wist alleen dat het bestond.
Vrijdag ben ik overtapt op Zoom.
We hebben alles via Zoom gedaan, echt thuis alle lockdowns.
Ja, ik kijk daar heel tevreden op terug.
En niet om op te scheppen, maar dat het is gelukt, dankzij die breinvriendelijke principes.
En als je nu terugkijkt, jij stuurt die jelly beans bijvoorbeeld al vooraf op, een ballon vooraf op.
Ik kan me voorstellen dat je ook weer bepaalde dingen je leert, omdat je het online hebt gedaan, dat je het misschien nog weer breinvriendelijke vervolgens kan maken in de werkelijke training, als die wel weer is.
Ja, dat klopt wel.
Dat is grappig dat je dat zegt.
Eén ding wat ik echt mee heb genomen weer naar de offline wereld is, als je als trainer via Zoom een training geeft en mensen zitten in breakout rooms iets te oefenen en je wil even komen kijken.
Dan als je niet oppast, val je plomp verloren zo'n gesprek binnen.
Dat is best wel intrusive.
Dat werkte niet zo goed.
Ik merkte dat mensen raakten van hun apropos en dan, oh, oh, Sergio is er, oh, waar waren we?
Dus ik dacht, dat werkt eigenlijk niet zo goed.
Dus ik ging dat omdraaien en zeggen, goh, je kunt me altijd oproepen, daar heb je een knop voor in Zoom.
Maar toen dacht ik later in de echte wereld, als ik zomaar bij een groepje kom dat aan het oefenen is, dan heeft het ook wel best wel vaak het effect dat mensen een beetje van hun apropos raken.
En toen dacht ik, oh, daar moeten we ook iets op verzinnen.
En wat ik toen verzon was de prop.
En het houdt in, iedereen, elk oefengroepje krijgt een A4'tje mee.
En als die plat ongevouwen op het bureau ligt, dan heb ik carte blanche.
Maar als je er een prop van maakt, dan betekent dat, als jij komt kijken, raak ik van me apropos.
En dus ik kom gewoon langs die groepjes lopen en zie ik een prop, dan denk ik, laat ik mensen lekker met rust.
Zie ik een wit A4'tje, nou, dan ga ik er ook gewoon bij zitten.
En dan weet ik dat ik toestemming heb om mee te luisteren en wat feedback te geven of een beetje een tip hiernaar.
Ik ben benieuwd of ik vaker straks de aprop aantref.
Aantref.
Ja, kijk maar.
Je moet het wel even aankondigen.
Elke cursist zal misschien per se hiernaar luisteren.
Dat hopen we van wel natuurlijk.
Maar als je het aankondigt, ja, doe.
Leuk.
Leuke tip.
We hebben dus die negen principes vrij en vriendelijk trainen.
En er zijn er vast een paar nog belangrijker dan de ander, kan ik me voorstellen.
Wat zijn nou echt tips die we niet mogen missen?
Dus mijn verdienst is dat ik ze heb samengevat met het woord many ideas.
En elke letter staat dan voor iets.
Ik word ook wel eens de koning van de acroniemen genoemd en ik schiet daar wel in door, moet ik eerlijk zeggen.
Maar goed, alle negen is een beetje veel.
Maar de eerste vier, many, die gaan eigenlijk over de groeimindset.
Dus maakbaar brein, de M, en de aansluiten op voorkennis.
Dat helpt, want dan hebben mensen een soort kapstop.
Maakbaar brein duidt eigenlijk op het praktische, het plastische van ons brein.
En dat ons brein kan tot op hoge leeftijden veranderen en nieuwe verbindingen maken.
En staat voor nieuwsgierigheid prikkelen.
Ja, een gemotiveerde cursist is leuk, maar een nieuwsgierige cursist is misschien nog wel leuker.
Dus ik probeer mensen vaak ook in een nieuwsgierige toestand te brengen.
En hoe doe je dat?
Nou, onder andere door storytelling.
Dat helpt.
Maar ook door vooraf al verrassende, bijvoorbeeld een verrassend filmpje.
Ik heb ooit een, startte ik een training, die ging een beetje over persoonlijke ontwikkeling.
Maar ook over oprechtheid en authenticiteit.
En ik had een heel mooi filmpje gezien op YouTube over maskers.
En dan zag je een meisje op de middelbare school.
Iedereen had maskers op en één voor één ging die maskers af.
En met niet al te veel uitleg stuurde ik dat filmpje vooraf.
En ik merkte dat dat echt iets deed.
Maar op het randje, mensen vonden het bijna te spannend van hoe oprecht gaat het worden hier?
Dus ik raad hem niet per se aan.
Uiteindelijk pakte het goed uit, maar het deed echt iets.
Mensen kwamen echt wel een beetje van, hoe, wat gaat dit worden?
Welke kant gaat het hierop?
Leuk.
En dan de Griekse ei van Manny staat voor Yes, we can learn.
Oftewel, dat is eigenlijk mijn samenvatting van een goede mindset.
Als je gelooft dat je dingen kan leren, kom je verder.
Dan wanneer je heel erg gelooft in, ja, in talent.
Je hebt het of je hebt het niet.
Je kan het of je kan het niet.
Zijn er bepaalde dingen die jij zegt om die groeimijnsel echt te stimuleren?
Zeker.
Nou, bijvoorbeeld als stel dat iemand zegt van, oh ja, ik vind dit wel gaaf hoor, maar wel heel moeilijk hoor.
Of, oh, ik weet niet of ik dit ooit in de vingers krijg.
Dan ga ik het normaliseren en zeggen, het klopt, het is ook best uitdagend, zeker in het begin.
En weet je, uiteindelijk is het niet iets wat je kan of niet kan, maar een kwestie van oefenen.
En je bent hier nu op een training.
Dus hoe zou het zijn als je de rest van de dag gebruikt om dit gewoon lekker te oefenen en te experimenteren en te zien waar je uitkomt.
En dan zie je mensen, oh ja, dat is waar, ik zit in op een training.
Dus soms hoef je alleen maar mensen te reminder.
Je zit op een training, je hoeft het nog niet te kunnen.
Je bent hier om het te oefenen.
Dat is heerlijk om de druk eraf te halen.
Ja, ja, ja.
Die kapstokken waar je over sprak, die kapstokken was om aan te sluiten bij wat ze zelf al in hun pakketje hebben.
Is dat ook weer die principes die je eigenlijk zegt van, door te zeggen, we pakken iets met storytelling en we hangen het aan dat we allemaal behoefte hebben aan verbondenheid, competentie, dat je daar weer aan hangt?
Of is dat een ander soort kapstok waar je dan over spreekt?
Dat is wel een ander soort kapstok, denk ik.
Neem motiverende gespreksvoering.
Wat ik vaak ergens in het eerste kwartier zeg, is weet je, jullie kunnen al lang motiveren.
Een baby kan al motiveren.
Dan staat ook een beetje verrassing.
Ja, als baby, wat deed je als je zin had in melk of je had een vieze luier?
Dan ging je heel hard huilen.
En dan met een beetje geluk motiveerde jij dan je ouders om je luier te verschonen of melk te geven.
En dat is een beetje ludiek.
Maar vervolgens ga ik door hiermee normaliseer ik het fenomeen motiveren.
En dan daarna, sinds dat jij een baby was, heb je heel veel mensen gemotiveerd.
Je hebt een baan, toch?
Ja, dus je hebt tijdens de solidatiecommissie mensen gemotiveerd om jou aan te nemen.
En wie heeft er een partner?
Ja, ik heb een partner.
Oké, je hebt iemand verleid, iemand gemotiveerd om met jou samen te wonen.
Weet je wel?
En dan, oh ja, oh ja, oh ja.
Lukt het je wel eens om je puber zover te krijgen dat hij zijn kamer opruimt?
Oh ja, oh ja.
Ja, wel lastig hoor.
Maar ja, soms lukt het.
Oké.
Kortom, we motiveren allemaal de hele dag.
Alleen motiveren in een professionele context waarbij iemand ambivalent is.
Dus ook belang heeft om het te houden zoals het is.
Iemand met een uitkering wil heus wel aan de ene kant meer geld en bijdragen en iets leuks doen.
En aan de andere kant ook wel leuk om lekker thuis de hele dag te vissen of bij je kinderen te kunnen zijn.
Die dubbelheid, daar wordt het uitdagend.
Dus zullen we eens kijken hoe we ook die mensen kunnen motiveren.
Nou, en dan zie je, dus dan hebben we van wat je al doet om te motiveren naar een meer uitdagende context koppelen aan elkaar.
En dan zie je mensen, ah ja, ah ja.
En dan zeg ik ook, weet je, sommige dingen die je van nature doet, die zullen werken.
Maar er zijn misschien ook dingen die je probeert die niet werken.
Heb je dat al eens ervaren?
Ja, ja, dat hebben we ook al ervaren.
En vaak doe ik ook een oefening om mensen te laten ervaren dat sommige dingen averechts werken.
Als je iemand probeert te motiveren, zoals iemand overtuigen.
Of meteen oplossingen aanreiken terwijl die ander nog ambivalent is.
Dat werkt eigenlijk averechts.
Ja, dat laat ik mensen wel even een keertje ervaren.
Ja.
Ja.
Wij deden dat ook met psychologische communicatie veel.
Oké.
Dat we echt de overdreven andere rol pakten.
Om even daarna vervolgens te mogen oefenen met hoe je het werkelijk moet doen.
Omdat het zo vervelend voelde die andere kant.
Ja, en die contrastwerking is heel effect.
Ja, dan heb je meteen de motivatie om het echt te willen leren ook.
Ja.
Dus die kapstok.
Ja.
Die doe je waarschijnlijk aan het begin altijd.
Want je wil die kapstok.
Ja, zeker aan het begin inderdaad.
Maar ook, je zou bij elk nieuw thema, kun je het opnieuw wel doen.
Dus bijvoorbeeld, bij ons zit op dag drie van Motiveringspectrum zit pas informatie uitwisselen.
En dat je dat afgestemd, gedoseerd, interactief moet doen.
Ja, ook daar geef ik eerst een verkeerd voorbeeld.
En dan vraag ik of iemand, en dat doe ik zelfs met cartoons, die ik zelf heel simpel heb getekend.
En dan van iemand die helemaal overladen wordt met informatie en daarvan naar achteren deinst.
Dan zeg ik, wie heeft dit wel eens meegemaakt?
Dat jij aan de ontvangende kant dat je overladen werd met informatie.
Ja, de halve groep.
En dan zeg ik, wie was dat dan?
En dan hoor je dingen als, ja, een hypotheekadviseur of procent van mijn kind of een medicus.
Oh, en wat voor effect had het?
Ja, ik zat helemaal vol en ik kwam in de weerstand.
Aha.
Dus die kapstok kan ook zijn bestaande ervaringen die mijn punt onderbouwen of ondersteunen.
En hoeveel tijd besteed je dan aan zo'n kapstok bijvoorbeeld?
Nou, dat hoeft niet eens zoveel.
In dit voorbeeld van net duurt dat max vijf minuutjes, denk ik.
En is het dan ook belangrijk dat iedereen zijn kapstokje maakt?
Of zeg jij, nou, ze gaan ook wel weer verder op gedeelde ervaringen?
Ja, kijk, denk vakvolwassen professionals, die kunnen vrij makkelijk generaliseren.
Dus als jij als deelnemer aan de groep vindt, oh ja, ik had laatst een hypotheekadviseur en die kwam in een heel verhaal met heel veel jargon.
Ik begreep er geen bal van, mijn hoofd zat vol.
Dan kan iemand anders die misschien die ervaring had met een medicus, ah, makkelijk vertalen.
Snap je?
Dus dan ontstaat bij ieder een eigen kapstok in het hoofd.
En zeker als je twee voorbeelden hebt, twee heel verschillende, neem die hypotheekadviseur en neem die medicus.
Ja, dan kan iedereen denken van, oh ja, maar dit kan ik ook vertalen naar mijn eigen werkkontext.
Waarin ik dat soms ook wel eens doe.
Au, en ik zie dat het niet werkt, maar ik doe het toch.
Hm, misschien moet ik even opletten nu.
Ja. Zijn er nog andere breinvriendelijke tips hoe wij het leerrendement kunnen verhogen die wij echt niet mogen missen?
Nou, wat wel leuk is, dus de I van Ideas, die staat voor Iedereen leert anders.
En dat vind ik toch ook wel een hele fijne.
Kijk, ik weet niet hoe dat bij jou zit, maar vele van ons zijn opgeleid met Kolb.
Ja, ik ook.
Ja, maar Kolb is inmiddels een beetje achterhaald, zeker als het gaat om leerstijlen.
Het is niet zo dat ze niet bestaan, maar het is niet heel goed, heel valide, zeg maar.
Want als je vandaag iemand zo'n vragenlijst afneemt van Kolb en dan zegt iemand, oh ja, oh ja, ik ben echt een denker.
Maar als je het een half jaar later nog eens doet en iemand heeft dan een andere bui, dan zegt hij, oh ja, ik ben echt een doener.
En in beide gevallen zeggen mensen, oh ja, dit herken ik wel.
Maar wat ook nog eens een feitje is, wat ik toevallig las, was dat als je die stijl dus aangegeven hebt en je biedt het op die manier aan,
dat ze dus helemaal niet zien dat je beter leert op die manier, omdat het waarschijnlijk veroorzaakt door de dag van de moed hoe ze hem ingevuld hebben.
Ja, en het helpt je als trainer ook niet, want stel, ja, ik werk met groepen van vijftien mensen.
Moet ik dan echt gaan inschatten, oh ja, die zit daar en die zit daar.
Nee, dan raak ik helemaal zelf van de wap.
Wat wel denk ik sterk is van Kolp, is dat hij die verschillende leercycli, leerfases onderscheidt en dat pleit eigenlijk voor variatie.
En dat je mensen, nou, Arie Spekscheiden beschrijft het heel mooi in zijn trainingsachtbaan.
Je hebt een moment van ervaren, je hebt een moment van daarop reflecteren, je hebt een moment van experimenteren, et cetera.
Dat dat elkaar opvolgt, ja, dat juich ik helemaal toe en dat is volgens mij nog steeds valide.
En als je dan zegt, iedereen leert anders, dan ben je dus niet zozeer bezig met van, oh, wat is jouw specifieke leerstijl of leervoorkeur?
Maar je ontwerpt je training vanuit het besef, oké, de één zal misschien vandaag wat meer aangaan op eventjes lekker consumeren van een inspirerend stukje theorie.
De andere heeft zin om te ervaren.
Als ik zorg dat al die fases meerdere malen in een dag zitten, en nou, daar is die trainingsachtbaan natuurlijk een heel mooie metafoor voor.
Dan komt iedereen waarschijnlijk wel ergens aan bod.
En als je dan ook nog wat keuzevrijheid biedt, en dat is ook een hele leuke om te doen, en dat doe je niet de hele dag, want dan wordt het chaos.
Maar elke dag kun je wel bijvoorbeeld een keuze geven tussen van, goh, ik heb nu een oefening voor je die gaat over het visualiseren van het gewenste einddoel.
Van bijvoorbeeld wat jij na een jaar op deze training bereikt wil hebben.
Dat kan in tweetallen, wandelend en elkaar bevragend.
En een leuke werkvorm is de journalisten oefening.
Maar het kan ook in je eentje lekker even schrijvend.
En in beide gevallen doe je eigenlijk hetzelfde.
Want iemand gaat zeg maar, of je schrijft een brief vanuit de toekomst, alsof je doel al is bereikt.
Of je interviewt de ander, ook alsof het doel al is bereikt.
Dus de inhoud is hetzelfde, maar de vorm is verschillend.
Dus de introverte medemens, die kan lekker even schrijven.
En wat meer extroverte medemens, die denkt, oh lekker, ik wil wandelen, wie wil er nog meer wandelen?
En dat soort dingen kun je makkelijk inbouwen.
Ja, maak een visualisatie met een collage of ga schrijven.
Ja, zo zijn er nog veel meer keuzes.
Want jij maakt hem nu beeldend.
En wat is schrijven, wat meer introspectief.
Zouden we ook nog iets met muziek daar kunnen of met beweging?
Heb je ooit iets met muziek gedaan?
Zeker, zeker.
Ja, ja, ja, heel graag zelfs.
Een leuke energizer met muziek.
Dan zit je I Feel Good van James Brown op.
En er zit een break in, die heel vaak terugkomt.
I feel good, pam pam, so good, pam pam.
I got you, pam pam pam pam.
Nou, die punten, die accenten, daar kun je mensen een bepaalde beweging op laten maken bijvoorbeeld.
En ik doe dan wel eens bijvoorbeeld bij de eerste twee, pam pam, dat ik mensen even op de grond stampen.
Bij die tweede laat ik ze in hun handen klappen.
En bij die derde, pam pam pam pam, laat ik ze bijvoorbeeld hun innerlijke demonen wegboksen, zeg maar.
Leuk.
Nou, dit duurt drie minuten en de hele groep heeft weer energie.
Het is een hele leuke energizer om het weg met die demonen.
Ja, toch?
Toe, toe, tooltime.
En in tooltime delen de gast eigenlijk een methode, een techniek, een werkvorm, een model die andere trainers kan inspireren.
Wat heb je voor ons meegebracht?
Er zijn twee dingen die ik met regelmaat doe, die echt over smaak gaan.
Het is wel een beetje context specifiek.
Eentje geef ik als voorbeeld over de manier van denken.
En die andere, die zouden mensen ook vrij makkelijk zelf kunnen doen.
Ik heb ooit een oefening bedacht voor de training motiverende gespreksvoering.
En ik deed het echt met de bedoeling om een breinvereniging oefening te bedenken.
Kijk, motiverende gespreksvoering komt uit de verslavingszorg.
En met motiverende gespreksvoering mag je wel informatie geven, maar het is belangrijk dat je daar een beetje terughoudend in bent.
Dat je iemand niet overlaat met kennis.
Dat je dat heel interactief doet.
En een beetje gedoseerd.
Het probleem is echt, als je met gemengde groepen werkt, dan heeft iedereen een andere context.
Dus de informatie komt uit een andere context.
Dus dat werkt niet zo goed.
Dus dan moet je iets bedenken waardoor in één klap de context voor iedereen hetzelfde is.
Nou, daar ben ik voor gaan zitten en dacht ik, oh ja, weet je wat?
Ik ga gewoon een denkbeeldige verslaving bedenken.
Dus wat had ik bedacht?
Wat als je cacao met marihuana zou kruisen?
Dus een cacao plant en een marihuana plant.
Dan heb je, ik spreek een beetje Spaans, heb je chocolate en marihuana.
Als je dat combineert, krijg je chocuana.
Dus ik dacht, ja, dat wordt de naam.
Dus zo heet het.
Nou, wat heb ik volgens mij gedaan?
Ik heb van de chocoladerozijnen gekocht bij de supermarkt.
En die deelde ik uit.
En dan zei ik, ja, als je motiverende spectrum leert, moet je ook iets weten van verslaving.
En dit is het nieuwste ding op de zwarte markt.
Het zijn chocohala's.
Dat komt uit Peru, hoog in de Andes.
En ja, het schijnt een soort kruising te zijn van cacao en marihuana.
En nou, je raakt niet meteen verslaafd.
Ik wil best even proeven zo.
En dan zie je, dat vind ik heerlijk.
Dan zie je mensen echt zo.
Kijk van, moeten we dit serieus nemen of niet?
Weet je wel.
En sommigen die blijven heel lang geloven dat het echt is.
En anderen hebben het meteen door.
Maar dat spel vind ik grappig.
Wat uiteindelijk de oefening is, is dat één iemand speelt een chocohana-verslaafde.
En die krijgt dan natuurlijk een hand-out met wat dat dan inhoudt.
En dat houdt onder andere in dat je jezelf echt super aantrekkelijk vindt.
Maar er zitten ook wat downsides aan natuurlijk.
En de hulpverlener, die is als het ware recent op een congres in Peru geweest.
En die weet alle ins en outs van de chocohana.
Dus die heeft heel veel kennis.
Die heeft ook langdurig gebruikers gezien.
Die weet ook de risico's.
En die krijgt de opdracht om op een gedoseerde, afgestemde manier die informatie over te dragen aan de chockie.
Dat zo heten ze, de gebruikers, de chockies.
En nou, dit is een oefening die heb ik gedeeld in het netwerk van Motiverende Gespreksvoering.
Die past bijna iedereen toe.
En die werkt.
Leuk.
En het is speels.
En ik doe hem vaak op dag drie pas.
Dus daar zitten mensen er goed in.
En ik wil ze blijven verrassen.
Dat ik op dag één mensen kan verrassen, dat geloof ik wel.
Maar lukt dat ook nog op dag drie?
Nou, dan is dit echt iets dat die mensen niet aankomen.
En dat zorgt voor veel hilariteit en gewoon een leuke stemming.
Ja, dan is het echt wel de balans zoeken.
Tussen teveel te chockeeren.
Want die choqueert ze een klein beetje met van, hé, we gaan toch drugs nemen.
Ja, klopt.
En toch die, is chockeeren ook iets wat heel breinvriendelijk is, staat dat bekend daarom?
Ja, mits mensen niet in de paniczone komen.
Of in dat ze echt heel boos worden of helemaal van de wap raken.
Maar een klein beetje, ja, ik denk de grens tussen verrassen en chockeeren is niet eens heel groot.
Ik zou zelf het woord chockeeren niet heel snel gebruiken.
Ik ervaar dit niet als chockeeren.
Toevallig lijkt het op chocke en chockewana en chockeeren.
Maar mensen ervaar het niet als chockeerend.
Maar meer als verrassend.
En oeh, een beetje gek en een beetje spannend en leuk.
Ik heb dat zelf wel ervaren.
Ja?
Ja, tijdens een workshop.
Slootwater uit de gracht gehaald.
En er was de sessie dat we daar een slokje van moesten nemen.
En ze bleef doorpushen van, je moet dit gaan drinken.
Zo.
En ik ben iemand die meeraag mee wil helpen op dat moment.
En dan voel je je best wel even onder de druk gezet.
Dat je eigenlijk tot drie keer aan toe nee zegt.
Zo.
Dus op dat moment zat ik op de duur wel van, hé, willen ze oprecht dat ik mee ga helpen?
Hebben ze het dan toch gekleurd met iets anders?
Van, wat willen ze nou van mij?
Je was toch wel een klein beetje in de paniczone.
Ja, dat snap ik wel.
Ja, nou, dit is wel op het randje, denk ik.
En ik neem aan dat het geen echt slootwater was.
Zo, het was wel grachtwater.
Maar ze waren, ja, uiteindelijk was het dus niet de bedoeling om echt te drinken.
En haar was het wel gewoon om even mensen aan te zetten bij de sessie.
Ja.
Het ging over rituelen namelijk.
Ah, ja.
Maar werd dat bewaakt?
Dat niemand echt een slokje nam?
Ja.
Oké, dat wel.
Nou ja, we zijn niet op dat punt gekomen.
Ik heb gewoon drie keer nee gezegd.
Maar ik moest wel bij de derde keer, dacht ik van nou, wil je nou echt dat ik dit ga doen?
Heb je er toch iets anders in gedaan, dat ik dit kan?
Ja, ja, ja.
En dan zit je toch al in de paniczone al.
Ja, dat vind ik op het randje.
Sluit ook wel aan, denk ik, bij een belevingswereld.
Hij was wel een randje, randje.
Dus vandaar dat ik zei van hé, let op de balans, dat het net nog kan.
Zeker, zeker, zeker.
Absoluut heen.
Maar ik denk, heel veel trainers doen wel zoiets met emotie.
En wat ik geleerd heb over emotie, onder andere vanuit ACT, en dat is voor mij echt een
oprecht een hele grote levensles geweest.
Ik denk, tot die burn-out waar jij over vertelde, was ik een soort feel-good junkie.
Als in, op de een of andere manier had ik van Hollywood en van reclames en ook een beetje
van thuis de boodschap gekregen van ja, nou het leven is, je moet gewoon zorgen dat je
je de hele dag lekker voelt en prettig en leuk, je fijn voelt, weet je wel.
Het made perfect sense, dus dat was ik aan het proberen totdat het niet meer lukte door een
aantal tegenslagen op rij en lag even veel op mijn bordje.
En toen voelde ik me echt wat langer helemaal niet de hele dag, heb je die peppy.
En daar ging ik heel erg van piekeren, maar dan maakte het alleen maar erger, waardoor
ik dus in die burn-out belandde.
En nou, toen ben ik een hele soul-searching periode ingegaan met, ik ben meteen mindfulness
gaan volgen, et cetera.
Nou, wat ik leerde was van, het leven draait niet om je hele tijd goed voelen, het leven
draait om goed leren voelen.
Elke emotie.
Niet alleen de zoete, maar ook de bittere, dus vergangen, de zure, de pittige, die horen
er gewoon allemaal bij.
En natuurlijk vind je de ene lekker dan de ander.
Als je zegt, ja, ik wil alleen maar de zoete proeven, of de zoete, fijne emoties ervaren,
dat is net zoiets als zeggen, ik wil alleen maar naar buiten als de zon schijnt.
Dat gaat, dan kom je niet ver.
Het is eigenlijk de filosofie van de act, toch?
Absoluut, absoluut.
Dit zit ook heel erg in act.
Act is ook gebaseerd op mindfulness, dus dat grijpt mooi op elkaar in.
Maar ja, hoe breng je dit over op mensen?
Het kan op allerlei manieren, maar een manier waarop we dat wel eens doen, en dat is dan
ook een soort ritueel eigenlijk, is dan deel ik jellybeans uit, maar geen gewone.
Misschien ken je het wel, dat zijn van die jellybeans die op kinderfeestjes ook wel worden
gebruikt.
Als je de bruine hebt, dan smaakt die of naar chocola, of naar hondenbroekken.
En de witte smaakt of naar pepermunt, of naar babydoekjes.
Echt?
Ja, en de gele, dat is de ergste, die smaakt of naar vanille, of naar rotte eieren.
Die snoepjes bestaan?
Die bestaan.
Kun je gewoon bestellen bij Bob.com.
En ja, het valt ook wel weer mee.
Als je even doorkouwt, wordt het alsnog gewoon een zoete jellybeans.
Maar je proeft wel echt even van, oeh, dit is wel even, oh.
En je moet even doorheen.
Maar kijk, de mens leidt het meest door het leiden dat hij vreest.
Ik leg dit uit, net zoals ik het nu aan jou doe.
En dan zeg ik van, oké, willen jullie bij wijze van ritueel, samen met mij, ik doe zelf
ook altijd mee, een jellybean nemen, waarbij je van tevoren niet gaat weten hoe die gaat
smaken, vanuit een soort bereidheid om alle smaken van het leven te proeven.
Als symbool, of metafoor, voor alle emoties van het leven bereid zijn te ervaren, zodat je
een vrij mens bent en kunt doen wat je belangrijk vindt.
Want daar gaat het uiteindelijk echt over.
En ik verplicht mensen niet om deel te nemen, maar ja, ik stimuleer ze wel.
Ik ga dan, ik oefen misschien een beetje psychologische druk uit, want ik zeg, ja, als je echt
lid wil worden van de actfamilie, dan neem je gewoon die, terwijl er bestaat helemaal
geen actfamilie, er staat niet eens op, maar snap je?
Ja, ik snap het.
Bijna iedereen doet mee, anders iemand niet, maar je doet het ook prima.
Nou, dat is een manier om, weet je wel, met smaak te werken, terwijl het ook echt betekenis
heeft.
Ja.
En dit kan je dat ook doen.
Ja.
Heel inspiratievolle oefening.
Leuk.
Helemaal voor mensen met persoonlijke ontwikkeling.
Zeker.
Ja, dat past heel goed.
Ja.
We zijn inmiddels alweer aanbeland bij de Kettingvraag podcast.
En de Kettingvraag wordt een vraag van de vorige trainer aan de volgende trainer gesteld
en jij stelt straks weer een vraag aan die trainer.
Superleuk concept.
Nou heeft Eva Brouwer een vraag voor jou.
Ik zal hem even voorlezen.
Ik ken haar.
Ik vind haar leuk.
Het is in jouw podcast geweest.
Ja.
Wat is er gebeurd in jouw persoonlijke geschiedenis dat jij doet wat je doet?
En ze zeiden me erbij, laat hem niet lopen, hij moet één aanwijsbaar moment noemen
wat veroorzaakt heeft wat jij doet wat je nu doet.
Oké, leuk.
Maar ik doe natuurlijk heel veel dingen.
Dus heb je enig idee waar zij dan op doelt?
Dus laten we het zeggen, het opleiden van coaches.
Ah, oké.
Ja, daar komt wel meteen iets boven.
Ik, dat is eigenlijk wel apart, ik ben afgestudeerd in 96.
En in die tijd was er een soort van, nou kies is een groot woord, maar er waren niet zoveel
banen.
En ik had verdorie universitaire studie afgerond, algemeen sociale wetenschappen.
Wel een beetje algemeen, maar toch.
Maar ik vond echt niet zomaar 1, 2, 3, een baan.
En in die tijd had je nog de Melkert-baan.
En dat is?
Dat is, ja.
Melkert was een minister die bedacht van, nou, we moeten dan een soort, ja, je zou dat
nu misschien een werkervaringsplaats kunnen noemen.
Je kreeg wel, het zat tussen een uitkering en een echt salaris in.
Dus je kreeg iets meer dan een uitkering, niet veel meer, maar je kreeg dan eigenlijk een
soort gesubsidieerde werkplek voor hoger opgeleiden.
Daar kwam het eigenlijk op neer.
En ik wilde gewoon heel graag ervaringen op doen en werken.
En ik, dat was op een werkervaringsplaats voor, ja, randgroepjongen heette dat in die
tijd, jongen met afstand tot de arbeidsmarkt, met wat uitdagingen.
Dat was een houtwerkplaats, een metaalwerkplaats en een fietsen.
En ik mocht ze dan begeleiden met een groepje, ja, mede-collega's die dat ook mochten.
En daarbij hoorde een leertraject van drie maanden.
Een van mij hele inspirerende dame van de Indische afkomst, Nans Vodegel, ik wil dat
toch even noemen.
Het eerste wat we deden was, om je voor te stellen, teken jezelf.
Zij tekende een vogel, want Vodegel kwam van een vogel.
En eigenlijk was haar training ook al heel breinvriendelijk, als ik terugblik.
En ik had nog nooit een training gevolgd.
Ik had wel heel saai middelbaar schoolonderwijs gevolgd.
Universiteit vond ik al een stuk leuker.
Maar dit werd pas echt leuk.
En ik werd opgeleid tot individueel trajectbegeleider.
Maar ik dacht eigenlijk al dag één, ik wil doen wat jij doet.
Wat leuk.
Ja, dus ik zag gewoon, langvrouw kort, ik zag een inspirerende trainster.
En ik dacht, dit is tof.
Ik hoop dat dit mijn beroep wordt.
Leuk.
Heb jij een vraag voor onze volgende trainer?
En dat is Mirije Bruin.
Ja.
En zij traint veel persoonlijke leiderschap.
Ik kende haar nog niet, maar ik heb haar natuurlijk even gecheckt op haar LinkedIn-profiel.
Ziet er heel goed uit.
En ik zag dat ze onder andere NLP-trainer is en goed thuis in NLP.
Heel lang geleden heb ik dat ook gedaan.
Ik ben toen onder andere in de leer geweest bij Jaap Hollander.
Iets wat ik nooit vergeten ben, is dat hij zei, het is heel behulpzaam.
Als je als trainer een soort metafoor hebt voor jezelf, als trainer ben ik een soort van puntje, puntje, puntje.
Denk een reisleider of een, in mijn geval bijvoorbeeld een cafébaas.
Ik zie mezelf een beetje als een cafébaas.
Waarom?
Ik wil graag dat iedereen zich veilig voelt.
Ik wil dat iedereen plezier heeft.
Maar ik wil ook dat er een sfeer van eerlijkheid is.
Net als in een café.
Zoiets.
En nou is mijn vraag aan die rijden.
Wat is jouw metafoor?
Dus als jij de zin af zou maken, als trainer ben ik een soort van puntje, puntje, puntje.
Ik ben benieuwd.
En waarom?
Ik ga ook even nadenken wat ik voor mezelf zou invullen.
Ja, dat is een leuke vraag.
En dat is ook voor de luisteraar.
Heb jij nog dromen?
Natuurlijk heb ik nog dromen.
Ja.
Of vakmatig ben ik bezig aan een vijfde boek.
En dat zal gaan over provocatief coachen.
Maar ik wil daar een soort light versie van beschrijven.
Dus eentje waar die voor iedereen die coacht aantrekkelijk en toegankelijk is.
Want provocatief coachen kan ook best wel pittig zijn en niet voor iedereen.
Maar ik wil juist een hele laagdrempelige versie over verbindende humor schrijven.
Waar iedereen eens mee kan.
Dus dat is een droom.
Daar ben ik lekker mee bezig op momenteel.
Verder wil ik nog dingen van de wereld zien.
Ik zou nog wel eens naar Brazilië willen.
Ik hou van Belzeaanse muziek.
Ik vind Portugees, zoals dat in Brazilië wordt gesproken, de mooiste taal die ik ken.
Dat zijn al hele mooie dromen.
Ja.
Dan zijn we alweer bij de laatste vraag van deze aflevering.
En dat is, wat is een verschil tussen de beste trainer en een goede trainer?
Ja, dat is een inkoppertje.
Vertel.
De beste trainer traint natuurlijk blijvriendelijk.
Dat is een mooi einde.
Ja.
Dankjewel.
Alsjeblieft.
Dan wil ik jou en de luisteraars bedanken voor het luisteren.
Als je het nou leuk vindt om te luisteren, laat het dan vooral weten in de comments.
En als je denkt, ik wil wel vaker luisteren naar de beste trainer van Nederland.
En geen tips missen.
Volg deze podcast dan en dan zien we elkaar weer volgende week.