← Alle afleveringen
Hoe je deelnemers toestemming geeft om te spelen - Gijs van Bilsen
In deze aflevering gaan we aan de slag met de Live Action Learning methode. Hoor je hoe deelnemers zichzelf toestemming geven om te spelen en waarom je mensen juist manieren moet geven om níet mee te doen. Van VN-bazen die een basisschool naspelen, tot de ruimte verlaten na twee zinnen.
Ook luisteren op Spotify
Transcript
Om te zorgen dat mensen meedoen, moet je ze manieren geven om niet mee te doen.
We willen de externen niet belasten met deze situatie, dus we verzoeken hem om de ruimte te verlaten.
Welkom bij de Beste Trainer van Nederland podcast.
De podcast over het geven en ontwikkelen van trainingen.
Ik ben Maaike Ruiter, psycholoog trainer en in deze podcast verzamel ik tips en inspiratie zodat iedereen de beste trainer van Nederland kan worden.
Vandaag de gast, Gijs van Wilsen. Gijs is trainer en keynote-spreker.
Hij geeft al meer dan tien jaar trainingen.
Door middel van verbeelding leren ze in zijn training en helpt hij organisaties en mensen aan gedragsverandering.
Welkom Gijs, wat leuk dat je vandaag de gast bent.
Ja, dankjewel en leuk dat je me wil hebben, Maaike.
Nou, tuurlijk. Het is een eer om jou hier te ontvangen.
Ik wil graag alles horen namelijk over jouw ontwikkeling als trainer, jouw kwaliteit, om mensen toestemming te laten geven om te spelen.
En ik ben benieuwd of je nog heel veel praktische tips voor ons hebt.
Dat gaan we zien en misschien ga jij zelf ook wel een beetje spelen.
Nou, daar heb ik zin in.
En Gijs, wat heb je deze week geleerd om bij de deur in huis te vallen?
Nou, ik heb gisteravond, want dat vind ik ook altijd gewoon nog leuk om te doen, een improvisatieles gegeven.
En die zijn bijna bij hun voorstelling.
En dat is natuurlijk spannend, als je moet gaan improviseren op het podium.
En ik heb daar gewoon weer gezien hoeveel lol het is als je gewoon hen zelf vertrouwt.
En als je ze zelf langzaam het vertrouwen kan geven dat zij dit kunnen.
Van iemand die aan het begin inderdaad zei, ja, maar deze vorm vind ik heel lastig.
Gewoon oké, ga maar gewoon kijken.
En dan nu de sterren van de hemel zat te spelen.
Gewoon omdat je hebt gezegd, joh, het is ook oké als het niet gaat.
En dat was voor mij wel weer een bevestiging dat ik dacht, ja, dit is leuk.
En ik mag hier gewoon nog veel meer ook voor mezelf op inzetten.
En eigenlijk, dat betekent als trainer dat je bijna ook minder mag doen.
Dat je vooral heel veel zelfvertrouwen geeft en eigenlijk aangeeft van, als het niet gaat, is het gewoon oké.
Je mag fouten maken en daardoor zoveel ruimte geeft dat het gewoon lukt.
Ja, precies. En ze ook gewoon lekker laat proberen en dan ook maar gewoon uithaalt wat er goed gaat.
En het dan daarop verder gaat bouwen.
Nou, deze en vele andere jaren ervaring heb ik voor jou samengevat.
Ik ben benieuwd.
Gijs van Bils is geboren op 5 maart 1985 ter Rosmalen.
Op zijn vijftiende ervaart hij de magie van één papieren ticket, waarmee je door heel Parijs kan reizen.
De eindeloze mogelijkheden die daarin besloten liggen, raken hem diep.
Vanaf de basisschool doet Gijs aan theater en dat blijft.
Na de beeldbare school studeert hij Business Administration, Innovation en Entrepreneurship.
Daarna vervult hij diverse functies waarin één ding centraal staat.
Mensen enthousiasmeren.
Onder meer bij Pentascoop als Chief Inspiration Officer.
Samen met Arne van Barlingen richt hij het Live Action Learning Institute op, waar je leert door in de rol te stappen van een ander.
Als keynote-spreker helpt Gijs mensen om weer zin te krijgen in de toekomst, door die samen te verbeelden.
Die doet hij internationaal inmiddels in meer dan tien landen.
Wat hij doet, noemt hij zelf simpel maar zeldzaam.
Mensen weer zin geven in de toekomst, door die samen te verbeelden.
Klopt het?
Ja, wat mooi.
Waar ik ook heel nieuwsgierig naar was, en daar heb ik nog geen antwoord op gekregen, is, wat heeft jou nou het meest gevormd als trainer?
De vorm.
De vorm heeft mij het meest gevormd.
Om in trainingen te zien hoe die echt werd vormgegeven.
In de community waar ik veel zit, hebben we ook een uitspraak, everything is a designable surface.
Je kan alles, kan je ontwerpen, kan je vormgeven als trainer.
Je hebt invloed op hoe de studen staan, hoe de verlichting is, hoe de mensen binnenkomen, wie is als eerste zien.
En al dat soort zaken.
En ik heb langzaam een aantal mentoren gehad, die me hebben laten zien wat die vorm ook allemaal kan.
En hoe makkelijker die het ook maakt voor jou als trainer, om vervolgens de deelnemers te geven wat zij nodig hebben om zelf mee te gaan doen.
Is er ook nog een specifiek persoon die jou veel geïnspireerd heeft?
Ja, een van mijn, of eigenlijk ja, mijn mooiste mentor is Sue Walden.
Helaas inmiddels overleden.
Toen ik haar tegenkwam was het echt een, ja voor mij echt een goeroe, een dame uit San Francisco.
Die met zoveel lol in het leven staat, maar dat combineerde met een hele rustige wijsheid.
Dat ik echt dacht van, als ik deze twee stukjes toch eens, nou ja, een klein beetje van jou mag lenen.
En ik heb heel veel, eerst heb ik training bij haar gevolgd en toen heb ik als assistent bij de trainer gezeten.
Toen heb ik samen met haar de training gegeven.
En dat ging ook echt inderdaad over, ja, hoe ontwerp je zelf een training over speelsheid, over creativiteit, over improvisatie.
En zij heeft me heel erg veel kleine en grote dingen geleerd, maar ook gewoon enorm goede gesprekken tot diep in de nacht.
Want zij gaf zelf haar thema's waren ook improvisatie en spelen.
Ja.
Ah.
Ja.
Zo kwam ik haar tegen bij het toegepaste improvisatienetwerk.
Wat tof.
Een van jouw kwaliteiten, dat is, ook in het thema van spelen, en dat is mensen toestemming laten geven om te spelen.
Ja.
En ik ben benieuwd, wat is daar nou zo relevant aan? Waarom is die toestemming nou zo belangrijk?
Nou, omdat bij spelen, ja, daar zitten heel veel gedachten bij mensen.
Zowel bij de deelnemers als ook bij sommige trainers.
Van, oh, maar dat zullen ze wel niet serieus nemen.
Of, ja, wat nou als ze niet mee gaan doen?
Of, nou ja, ik hou het maar, doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg.
En dat al dat soort gedachten, dat zitten erbij.
En dat is ook waar voor de deelnemers die binnenkomen, die denken, ik hou niet van spelletjes.
En al dat soort, ja, belemmerende gedachten.
Omdat we hebben geleerd dat spelen is niet iets wat wij als serieuze volwassen mensen doen.
En dat is natuurlijk onzin.
Dus wat je nodig hebt als je een training geeft, waarbij je mensen de vrijheid wil geven om te spelen.
En het zelfvertrouwen geven om te spelen, is dat ze zichzelf de toestemming moeten geven.
Als ik zeg, doe het maar omdat, ja, dat is niet voldoende.
Zij moeten zichzelf op een punt krijgen dat zij denken, oh, maar ik wil meedoen.
En dat is wat wij bedoelen met toestemming geven om te spelen.
En als je een training wil hebben die net even iets anders is dan ze verwachten.
En eigenlijk elke goede trainer of training zou dat moeten zijn.
Dan moet je mensen ook zelf de toestemming geven dat zij meegaan in wat jij ze aan wil bieden.
En hoe zou ik dat dan aanpakken?
Als ik wil zorgen dat mijn deelnemers toestemming voelen om te spelen.
Want ik weet dat heel veel trainers, hoe meer het uit de comfortzone is, hoe meer we er tegenop zien om eigenlijk zo'n oefening te doen.
Wat zijn nou goede stappen om dat aan te pakken?
Want jij bent eigenlijk expert eigenlijk in dit vakgebied.
Dankjewel.
Ja, het belangrijkste is om te zorgen dat mensen meedoen, moet je ze manieren geven om niet mee te doen.
Maar dan wel niet meedoen op een manier waarop ze niet afhaken.
Want dat is een groot verschil.
Je kan eventjes niet meedoen, gewoon eventjes aan de zijkant zitten en kijken.
Maar dat is anders dan afhaken.
Afhaken is laat maar, er is niks voor mij.
Ik ga mijn e-mail wel checken of ik ga gewoon naar buiten of whatever.
En afhaken, dat kan er ook uitzien alsof ik doe alsof ik aanwezig ben en ik knik lekker met je mee.
Maar eigenlijk ben ik afgehaakt.
En afhaken is veel erger dan niet meedoen.
Dus wat wij doen is wij geven mensen altijd meerdere manieren waarop zij niet mee hoeven te doen.
En daardoor stellen ze het moment van afhaken, stellen ze telkens uit.
Van oh ja, maar dan kan ik wel eventjes, want het is veilig.
Want als ik niet mee wil doen, dan kan ik altijd nog zeggen dat ik niet meedoen.
En daardoor komt dat moment eigenlijk bijna nooit.
Want dan hebben ze ondervonden, oh maar dit is eigenlijk heel leuk en ik wil meedoen.
Dus dat is de eerste tip die ik geef.
En welke manieren zouden dat zijn dan om te zorgen dat ze niet afhaken?
Wij zeggen altijd, je mag altijd gewoon eventjes niet meedoen.
Wij zorgen ook dat er ook een ruimte is waar mensen ook eventjes gewoon kunnen gaan zitten.
En eventjes uit de training stappen als we een wat langere training geven.
En dan zeggen we, joh je mag daar gewoon gaan zitten.
Wij lopen wel even langs om te vragen hoe het gaat.
Misschien heb je iets nodig, maar je mag daar gewoon gaan zitten.
En als wij een training geven waarbij mensen ook in een rol kruipen.
Wat een van de manieren is waarop wij training geven met verbeelding.
Dan zeggen we, oh er is ook een andere rol, een observatierol.
Bijvoorbeeld een productieassistent.
We hebben een training over feedback op de filmset.
En dan zeggen we, je kan een productieassistent zijn.
Want niemand weet wat een productieassistent doet.
Dus dan pak je gewoon de keychain met productieassistent.
En dan gaat niemand meer met jou praten.
Maar jij hebt wel toestemming om hen een vraag te stellen.
En dat is dus een hele concrete manier waarop mensen dan even denken, oh ik vind het spannend.
Ik stap er een beetje uit.
Maar ik ben er nog wel.
En wat we dan altijd zien, zo zien we dat ze heel weinig gebruikt worden.
Maar als ze gebruikt worden, dan gaan ze vaak even later ook wel gewoon weer af.
En dan doen ze mensen weer mee.
Heb jij echt voorkomen dat tegenwoordig echt niemand meer uitstapt?
Nou niemand meer, nee.
Want ik ga er niet over of je in een mantelzorgsituatie zit en het echt even niet hebt.
Of dat je vrouw zwanger is en dat je denkt, ik kan me helemaal niet concentreren.
Nee, er zijn altijd goede redenen die ik overigens als trainer niet per se hoef te weten.
Waarom je echt even zegt, dit is vandaag niet voor mij.
En dat mag.
Dat is onderdeel daarvan.
Je moet als trainer het ook oprecht dat toelaten.
Je kan hem even doorvragen waarom misschien.
Maar dan gaan we zeggen, oh natuurlijk, nou joh, pak even je momentje.
En eventueel is het wel mogelijk dat je na de pauze weer aansluit.
Of wat heb je nodig om wel aan te sluiten?
En als het nou een belangrijk onderdeel is van je training, en vooral in die gedragsverandering,
hoe zorg je dan dat die mensen nog een beetje omhoord blijven daarna,
in de zin van dat ze niet een belangrijke stap gemist hebben?
Door eigenlijk erop te vertrouwen op het proces dat dat wel goed komt.
Want als je daar dus heel erg op gaat zitten, en het heel erg groot is en belangrijk gaat maken,
dan komt er juist meer weerstand.
Het is één iemand die om een goede reden even wegloopt,
en die heeft daar collega's zitten, of andere mensen die de training volgen,
en die pakken hem echt wel weer even mee in de pauze.
En desnoods op het moment dat je denkt, ja, maar dit is echt belangrijk,
en jij kan de rest van de training niet volgen zonder,
nou dan loop je in een rustig moment even naar diegene toe en zeg je,
oh, wat je net gewist hebt, even dit, dat, zo, ja, top, lekker meedoen.
En zo weer eigenlijk zoveel mogelijk mensen omhoord houden,
maar als het die ene persoon is eigenlijk, daar ook wel een ruimte geven misschien.
Ja, want er is niet zoveel mogelijk mensen omhoord houden.
Dat is dus een hele duidelijke verschil in mindset.
Ik ben niet bezig met zoveel mogelijk mensen omhoord houden.
Ik ben bezig om te zorgen dat mensen zichzelf omhoord houden.
Wij zeggen ook altijd, als jij iets nodig hebt, als jij naar de wc moet,
als jij echt dat mailtje nu even moet sturen, want anders staat er iets in de fik,
dan doe je dat. Geen probleem.
Dat is een mooie mindset.
Ja.
Dankjewel daarvoor.
Zou jij een voorbeeld kunnen geven waarin er gespeeld werd,
mensen echt toestemming moesten geven, maar je ook echt wel een werkvorm had,
waarin je dacht, zo, die mensen moeten even flink uit hun comfortzone?
Ja, zeker. Ja, ik ga direct op glimlachen bij de herinnering.
Dit was bij de Verenigde Naties in Geneve.
De dertigse chiefs of staff, dus dan zeg maar het hoofdinkoop, het hoofdcongressen,
al dat soort functies zaten daar.
Dus er waren dertig mensen en we hebben een tweedaagse training over omgaan met bureaucratie.
Die hebben ze namelijk nogal binnen de Verenigde Naties.
Alles in Geneve moet ook geaccordeerd worden door New York.
En wat we hebben hen laten doen is zeggen, nee, we gaan niet hebben over hoe dat gaat bij de Verenigde Naties,
maar jullie gaan ouders spelen die een nieuwe basisschool gaan ontwerpen voor hun kinderen.
Maar daarbij hebben we de schoolinspectie met de schoolinspecteur-generaal
als de persoonlijking van de bureaucratie.
En jullie moeten zelf in twee dagen allerlei manieren gaan vinden waarop je soms met de bureaucratie,
soms om de bureaucratie en soms tegen de bureaucratie werkt,
om uiteindelijk het best te doen voor de eindgebruiker.
Nou, voor de eindgebruiker voor hun was dus allerlei verschillende mensen bij de Verenigde Naties,
diplomaten, et cetera.
Maar in de fictie die wij gemaakt hadden, in het verhaal, waren dat de kinderen.
En het spel heette daarom ook, de training heette ook For the Children.
Hmm. En jij hebt dus de medewerkers van de Gerenigde Naties zover gekregen
om allemaal rollen te spelen eigenlijk in dit?
Ja, heel veel verschillende landen dus bij elkaar.
Echt bazen, zeg maar.
Dat je echt wel denkt van, oh ja, het testosteronniveau is hier goed aanwezig.
En die dan inderdaad, we gaan twee dagen lang gaan bespelen.
Sorry, wat? We gaan twee dagen lang gaan bespelen.
Maar we gingen toch een serieuze? Nee.
We gaan spelen en dat is ontzettend serieus en daar ga je wat van leren.
En nou, een van de manieren die we gedaan hadden, wat ik net gezegd heb,
heel veel manieren om niet mee te doen.
Maar een andere is ook gewoon om te zorgen dat er mensen zijn,
voorbeelden in hun eigen groep, die het leuk vinden.
Wat we hebben gedaan is, we hebben als allereerste stukje,
we noemen dat de proloog van de training,
hebben we vooraf geregeld dat een aantal mensen ruzie gingen maken met elkaar.
In het verhaal natuurlijk, in de fictie, in hun personage.
Om te laten zien, kijk, je mag deze training, mag je ruzie maken met elkaar in het verhaal.
Maar zodra we de proloog hadden stopgezet, het verhaaltje hadden stopgezet,
gingen die mensen naar elkaar toe, sloegen ze elkaar op de schouder en zeggen,
oh, dat was leuk, wat hebben we dat leuk gedaan.
Ja, en daarmee laat je hem ook echt zien, in plaats van, ik ga uitleggen,
je zorgt dat hun peers laten zien, dit is gedrag wat mag.
En je laat ook heel duidelijk zien dat het positief gedrag is.
En dat het maar een rol is en dat we dus, we oefenen met nieuw gedrag in een rol,
maar we zijn het niet.
En daarom hebben we na eigenlijk die, als we hem stopzetten,
eigenlijk dus geen ruzie meer met elkaar.
Ja, precies. Sterker nog, we zijn het dichter bij elkaar gekomen,
omdat we even dat momentje van, ja, fictief conflict hadden.
Het aanpakken, als ik daar nog even terug op zoomen, hè.
Spreek jullie bijvoorbeeld ook heel duidelijk over een doel vooraf,
dat je daardoor mensen ook verleidt eigenlijk om die oefening te gaan doen?
Ja, het is voor hun, zij moeten, als wij een beleving ontwerpen,
moet het heel duidelijk zijn hoe die beleving gekoppeld is aan hun eigen werkelijkheid.
Dus hier ging het over bureaucratie.
Dus het was heel duidelijk, toen we die schoolinspecteur-generaal introduceerden,
dat zij zelf snapte, oh, natuurlijk.
Want heel veel mensen bij de VN hebben een functie met, hmm, generaal.
Dus zij hadden direct door, oh, natuurlijk, dit staat symbool voor de bureaucratie.
En ook heel duidelijk zegt, het doel is, jullie gaan onderzoeken,
hoe ga je om met de bureaucratie voor de eindgebruiker?
En als we dan ook, om het meteen vast te houden,
in dit geval de autonomie die zij kregen eigenlijk.
Hoe geef je dat aan eigenlijk?
Jij geeft al aan, je mag eruit stappen,
maar zijn er nog andere aspecten van autonomie die je goed moet behandelen eigenlijk,
in zo'n voorbeeld bijvoorbeeld bij de VN?
Ja, en dat is dus ook gewoon het van tevoren aangeven.
Mijn partner Anne is er ook heel erg goed in om met een hele, ja,
zachte en openhouding te beginnen.
En de mensen ook gewoon echt te zeggen, jullie mogen hier zelf, je bent hier zelf.
En vervolgens hebben we ook bijvoorbeeld hun, dus hun directeur, hebben we aan het begin neergezet,
om daar gewoon hun te ontbegroeten met een glimlach en ik heb er zin in vandaag.
En ik weet ook niet wat jullie gaan doen, precies.
En daarmee laat je ook zien van, oh ja, zij weet het ook niet.
Dus ik mag zelf ook kijken hoe en wat.
We gaan samen dit avontuur in.
Ik vind het nog steeds wel een beetje grappig, want de VN heeft zoveel behoefte ook aan doelen en regels
en om ze dan zoiets vrijs te doen als spelen eigenlijk.
Ja, en het mooie is, het spelen is vrij, maar de reflectie, de debrief, daar gaat het ook echt over.
Maar nou gaan we wel meer de diepte in.
Wat hebben we hiervan geleerd?
Wat nemen we hieruit mee?
Ze hebben zelf nog uit zichzelf een reunie van hun personages georganiseerd een aantal maanden later,
waar ze ook weer even terugpakten van, oké, en hoe zijn we dus nu anders aan het omgaan met de bureaucratie?
Wat doen we nou wel en wat doen we niet?
Wat mega tof ook.
Oké, is dat ook iets wat jullie standaard organiseren om te doen eigenlijk?
Om daarna, na zo'n tweedaagse, ook zeker zo'n moment in te plannen?
Als wij zelf, onze vierdaagse leiderschapstraining waar mensen individueel op inschrijven,
dan organiseren we dat zelf.
Als het onderdeel is van een in-company project, dan is het gewoon of daar ruimte is.
In dit geval hadden we het niet afgesproken en kregen we op een gegeven moment gewoon een foto toegestuurd van,
hé, we honden dit belangrijk, we zijn dit gaan doen, kijk, iedereen is er.
En ze hadden, we hebben grote A1-posters, hadden we dan hun kinderen uitgeprint en ze hebben hun kinderen meegenomen.
Ja, nou wel tof dat ze het gedaan hebben.
Zijn er nog bepaalde risico's eigenlijk bij het spelen?
Nou, wat wij wel heel belangrijk vinden is een stukje veiligheid.
Zeker als je wat langer even dus een ander personage, een ander karakter speelt,
dan zou het best kunnen zijn dat daar nog wat gevoelens van blijven hangen.
Wij noemen dat bleed of het doorcijpelen van het gevoel van je personage naar jezelf.
En dat is waar we bewust mee spelen.
Als je wat langere trainingen bij ons volgt of een coaching, dan gaan we ook echt kijken van,
oké, maar hoe voelt nou eigenlijk om dat ander gedrag, hoe voelt dat nou eigenlijk?
En het zou best heel goed kunnen zijn dat dat gevoel dus daarna nog een beetje aanwezig is.
En bijvoorbeeld dus als je ruzie hebt gemaakt met iemand, dan moet je ook echt er even bij stilstaan van,
oh ja, jij bent jij en je bent niet je personage.
En de gevoelens die mijn personage naar jouw personage heeft, is niet de gevoelens die ik heb.
Dus daar staan we heel erg bij stil om dat niveau van veiligheid te erkennen dat dat er is en dat kan gebeuren.
En zodra je dat weet, dan denk je ook, oh grappig, ik voel me een beetje zo, oh, dan kan ik dat nu loslaten.
En stel nou, diegene het zegt in zijn training, je ziet die nog steeds een beetje ongemakkelijk op die stoel zitten
en die zegt uiteindelijk van, ja, nee, ik voel me nog steeds vervelend over dat ik net boos ben geweest in dit gesprek.
Wat zeg je dan tegen zo'n iemand?
Ten eerste dat het logisch is, want dat is onderdeel ook van toestemming geven om te spelen,
is dat ik ze niet ga overtuigen hoe ze zich moeten voelen.
Als jij je zo voelt, dan is dat zo en dan is dat een logisch gevoel.
Dan zal ik dus inderdaad uitleggen wat ik bijvoorbeeld net uitlegde, dat het heel logisch is,
dat andere mensen dat ook vaker hebben en dat dat na een tijdje weer weg hebt.
En als ik echt zie dat mensen er last van blijven houden, dan zoek je diegene even op.
Of je zet ze met degene die, met wie die scène was, pak je ze samen even apart en dan zeg je,
wat vond jij er eigenlijk van, oh, ik vond het helemaal niet erg.
Oh, gelukkig, je vond het niet erg.
Dan kan het weer even zakken.
Dan kan het weer even zakken.
Zijn er nog bepaalde handvaten die jij trainers kan geven om mensen toestemming te laten geven,
dat de deelnemers zichzelf dus toestemming geven eigenlijk,
bij die doelgroepen die vooral wat lastiger zijn?
Ja, bouw het langzaam op.
We hebben voor een groep technische studenten, of dat gaan we nu uitrollen door heel Nederland,
hebben we net een opschadingsbeurs voor gekregen, heel leuk.
Een spel waarin ze leren over ethiek.
Maar dat zijn technische studenten die, ja, wat ben ik hier aan het helpen?
En dus wat we daar doen is, we beginnen heel rustig aan en de eerste scène in de beleving die we gemaakt hebben is,
in een klaslokaal, want dat snappen ze.
En dan zeggen we ook, je hoeft helemaal niks te doen.
Je kan hier gewoon zitten en luisteren.
Maar je mag, als je wil, je hand opsteken en als een personage een vraag stellen.
En zo maken we het dus, beginnen we heel rustig en bekend.
En dan langzaam trekken we hem wat meer in het extreme, waar ook meer het leren gebeurt.
En dan hebben ze zichzelf alweer meegenomen naar dat punt.
En ook daarbij, het is helemaal niet erg als iemand alleen kijkt en niet actief is.
Want ik bepaal niet dat diegene nog niet aan het leren is.
En jij zegt, we pakken het dan rustig aan vanaf het moment.
En we nemen een herkenbare situatie eigenlijk voor hun, het klaslokaal.
Is daar nog wat vooraf gegaan dat je ze nog opwarmt of zo?
Zeker, ja.
We doen ook echt, soms noemen we dat ook zo.
Jongens, we gaan echt even opwarmen.
Jullie gaan zometeen, mag je ook emoties gebruiken.
En dan gaan we dus even oefenen, hoe gebruik je eigenlijk een emotie?
Door gewoon bijvoorbeeld een rondje te doen waarin mensen een zin zeggen met een bepaalde emotie.
Simbele oefening uit improvisatietheater.
En soms verstoppen we dat in de rest van de training.
Waarin we zeggen, nou, we gaan het alvast even hebben over ethiek.
En dan zou bijvoorbeeld een oefening kunnen zijn die niet voelt als een theateroefening.
Maar wel van, goh, maar welke emoties heb jij nou?
Wat krijg jij nou eigenlijk mee als je iets ziet over een nieuwe uitvinding waar je boos van wordt?
Wat gebeurt er dan eigenlijk?
En dan op die manier probeer je het al langzaam wat los te krijgen.
Terwijl zij niet doorhebben dat ze een warming up of een theater of een speloefening aan het doen zijn.
Maar je weet wel, ze zijn alvast bezig met nadenken over wat ze zometeen moeten doen.
En daarin zit nog niet een kennismaking vooraf?
Of zit dat daarvoor nog weer?
Dat kan de kennismaking vooraf zijn.
Er komt altijd een punt, ook gewoon vanuit ethisch oogpunt, dat je ze een bewuste keuze moet geven.
We gaan nu het spel in.
We gaan nu de beleving in.
Doe je mee?
Maar wat wij vaak doen is, daarvoor ze op verschillende manieren dus eigenlijk een ervaring hebben gegeven hoe dat dan eigenlijk al is.
Zodat ze eigenlijk al erin zitten.
En dan denken, oh ja, maar nu begint het echt.
Nu wil ik zelf ook de drempel over om mee te doen.
En het kan best zijn dat een voorstelrondje, even los van het feit dat we niet heel veel gewoon het standaard voorstelrondje doen.
Maar dat proberen we te verweven in een oefening waarbij je je ook voorstelt, maar ook alvast bezig bent met wat je zo gaat doen.
Of alvast bezig met de inhoud over leiderschap of over feedback, et cetera.
Heb je nog een inspiratie dingetje, een leuke oefening die je toevallig te binnen schiet?
Wat mensen altijd heel leuk vinden is hun valkuil spelen.
We maken ook vaak gebruik van de kernkwadranten van Ofman.
Of sorry, zei ik een valkuil, hun allergie spelen.
Ze vinden het altijd heel leuk om eventjes iemand te mogen spelen aan wie ze eigenlijk een ekel hebben.
Daar beginnen we niet mee, want het is wel een grote stap.
Het is wel eng, maar dat is als we zijn begonnen.
Eigenlijk hoe we het stapje maken naar, oh ja, dit is ook gewoon leuk.
Ik snap nu hoe het werkt, daar hebben we oefening voor gedaan.
En nu, oh ja, ze zeggen nou, spelen is iemand aan wie je zelf, oh, zoon, oh nee, oh, doet hij het weer, oh.
En nu mag jij even die persoon zijn.
En dat vinden ze heerlijk en dan wordt er gelachen en dan heb je dus zelf.
Een lach is vaak een teken dat mensen zichzelf toestemming geven om te spelen.
Ja, misschien ook een beetje ontspanning creëren voor hun eigen ongemak op dit moment.
Ja, precies, ja. Het mag ook ongemakkelijk zijn en dat is helemaal leuk, ja.
Heb jij ooit ook wel eens een keer een werkbrunnen gemaakt?
Uiteraard. Ik zit even te denken.
Wel een van mijn grotere oorlogsverhalen is, ik werd een keer uitgenodigd bij een, ik zal geen namen noemen,
maar een grote vrijwilligersorganisatie in Nederland om een van de lokale besturen.
En dan moet je denken, dat zijn dan de mensen die vroeger directeur van de lokale bank waren
en nu nog steeds een driedelig pak en kravat met hun pensioen hun bestuursfunctie vervullen.
En daarna dertig mensen in de ruimte en vanuit het landelijke kantoor was er gezegd, er komt een nieuwe strategie.
Dus die mensen moesten iets anders gaan doen.
Uh-oh.
En ik had bedacht, nou dat gaan we dus inderdaad langzaam opbouwen en gaan we langzaam speels worden.
De eerste helft is een vergadering zoals zij gewend zijn en de tweede helft gaan we voor hun doen,
voor mij doen niet heel erg, maar voor hun doen, best creatieve oefening gaan we doen.
Dus daar ga ik langzaam heen.
En ik had mezelf voorgesteld, dus nou ik ben vandaag de onafhankelijk voorzitter.
Ik had twee zinnen gezegd en toen kwam er een motie van wantrouwen naar degene die een reguliere voorzitter was.
En toen werd er gezegd, en we willen de externe niet belasten met deze situatie, dus we verzoeken hem om de tafel en de ruimte te verlaten.
Toen dacht ik, oké, ja, ik heb wel inderdaad gezegd, ik ga jullie wat uit je comfortzone halen en zo.
Dus die zin die ik gezegd had, ook al waren het maar twee zinnen, waren inderdaad al wel misschien spannend, maar ik dacht, ja, oké.
Moet ik nou weg?
Dat heb ik aan een groep gevraagd.
Oké, wat vinden jullie?
En toen zei ik, nou als één iemand dat vindt, dan vinden wij allemaal dat dat zo is.
Dus toen ben ik gewoon de kamer maar uitgelopen en met de assistent die ik mee had genomen om het natuurlijk te maken.
Ik zei, nou, maar ga maar naar buiten.
En dan buiten als een schooljongetje op de gang gewacht, tot er iemand kwam halen van, nou wil je terug?
Ik zeg, nou alleen als de groep mij terugvraagt en wil dat ik verder ga.
Maar ik voelde me echt een klein, ja, zo'n klein schooljongetje buiten bij de conrector die iets fout had gedaan.
Was het uiteindelijk meer een grapje?
Nee, nee, het was bloedserieus.
Nee, want er was echt een motie van wantrouwen.
Zij waren het helemaal niet eens dat ik daar was, dat ik was gevraagd voor die functie.
En daarnaast, in de eerste twee zinnen die ik zei, had ik al hun vooroordelen bevestigd.
Van, zie je nou wel, wat doet die, ja, ik denk dat ik, het was nog een tijdje geleden, een derde van de leeftijd was of zo.
Maar nou, de minsteste helft van de leeftijd was gemiddeld in de ruimte.
Wat doet die jongen hier?
Weg jij!
En hoe is het verder gegaan dan?
Uiteindelijk ben ik dus, ik heb wel gezegd, ik kom alleen terug als zij mij terugvragen.
Dat vond ik heel belangrijk, ook wederom voor die toestemming.
Jullie willen dat ik er weer ben.
Ja, we willen dat je er weer bent.
Oké, en we gaan wel iets spannends doen, iets minder spannends dan ik had verwacht.
Maar we gaan de tafels uit elkaar zetten, we gaan in kleine groepjes brainstormen.
Dat was voor deze mensen al spannend.
En toen zijn ze daarmee akkoord gegaan.
Ik zei, nou, als jullie dat willen, dan kom ik terug.
En uiteindelijk hebben ze wel gevraagd, nou, kunt u de volgende keer, ik was een u voor hen, terugkomen om ons nog een keer te begeleiden.
Want we hebben toch wel gezien dat er wel wat moet vanuit, landelijk, en we moeten erin mee.
Wauw, dat is wel mooi geëindigd.
Het is wel mooi geëindigd, maar het heeft heel veel gekost.
En de daadwerkelijke voorzitter, dus die de motie van wantrouwen kreeg, die heeft echt letterlijk moeten huilen daar.
En om deze heren te bewegen, zie wat je doet en zie dat het niet onze schuld is, maar dat we samen in deze situatie zitten.
Dus het was een heftige, heftige dag.
Wel mooi dat dit bewerkstelligd is.
Ja.
Toe, toe, toe, time.
Dan is het alweer tijd voor tooltime.
Ah, gaan we gaan spelen.
En tooltime is een standaard rubriek eigenlijk, waarin ik de trainer vraag, die te gast is, om een oefening, een werkvorm, een model of een techniek te delen met ons, waar wij weer inspiratie uit kunnen halen.
En we hebben vooraf even contact gehad, maar wij gaan wat doen vandaag.
Zeker.
Wat heb je voor ons meegenomen?
Ja, de methode.
Dat is de live action learning methode, dus waarom ook wij het instituut hebben opgericht.
Omdat het de methode is waardoor je echt jezelf kan gaan vormgeven met je verbeelding.
Je kan zelf gaan leren van je eigen verbeelding.
En na deze tien minuten heb je eigenlijk nooit meer een trainer nodig.
Sorry alle mensen die luisteren, maar dan kunnen mensen met hun eigen verbeelding zichzelf allerlei gedrag eigen gaan maken.
Ik ben heel benieuwd.
Laten we dat ervaren.
We gaan het ervaren.
Nou, we gaan het doen.
Je hebt jezelf als subject gegeven.
Dus ik ga jou ook gewoon wat vragen stellen, houd kort.
En ook voor de mensen die luisteren, je kan hier zelf in mee.
Dan geef je natuurlijk je eigen antwoorden en niet de antwoorden van Maaike.
Maar de stappen zijn hetzelfde als je zelf thuis luistert.
En het gaat als eerste, ja, wat zou je eigenlijk iets meer willen?
Welk stukje gedrag of welke kwaliteit van jezelf weet je wel dat je hebt?
Maar lukt het niet altijd om dat op het moment dat jij het wil ook echt ten toon te spreiden?
Ik ben mezelf heel spontaan, heel nieuwsgierig.
Maar ik voel eigenlijk dat het met een podcast, dat ik dat nog niet helemaal tot uiting kan laten komen.
Ja, er hangt een microfoon voor je neus en het is nieuw.
En wie zijn die mensen?
En ik moet, oh, voor al die mensen onzichtbaar zijn, moet ik me bezighouden.
Ja, en daarin zou je dus, wat zou je willen?
Ik zou echt veel meer willen naar mijn eigen versie eigenlijk.
Hoe jij mij misschien wel buiten deze camera's en opname en apparatuur zou ontmoeten.
En zou zeggen, goh, wat een spontane vrouw die uit nieuwsgierigheid met iedereen gesprekken voert.
Ja, dus echt, we gaan de kwaliteit spontaniteit gaan we vormgeven door middel van de live action learning methode.
Oké.
Ja, dus die spontane versie van jou, daar gaan we aan werk, die gaan we vormgeven eigenlijk.
En dat doen we op vier manieren.
Heel misschien kende je wel de power pose.
Dat was tien jaar geleden, vijftien jaar geleden, helemaal hip.
Dat als je twee minuten lang in een bepaalde stand ging staan en met je benen in je zij, of met je armen in je zij, dat je dan krachtiger werd.
Dat is volgens gedebunked.
Dat klopte niet.
Mensen gingen niet zich daadwerkelijk ook krachtige voelen, meer testosteron aanmaken.
Maar één onderzoeksteam heeft onderzocht van wanneer dat nou wel gebeurt.
Wanneer heb je nou echt daadwerkelijk in je lichaam veranderingen qua gedrag.
En dat is als je niet alleen je houding verandert, maar ook andere dingen erbij stopt.
En dat gaan we nu doen.
Denk eens terug, en je zegt al, dat heb je, want ik heb jou misschien al zo ontmoet hier.
Denk eens terug aan een moment waarop je echt lekker spontaan was.
Lekker vrij, lekker nieuwsgierig.
En wanneer was dat moment?
Dan denk ik heel snel terug eigenlijk aan een moment dat je speelt met je kinderen.
Ja, mooi.
Maar gewoon voor jezelf even, en het is een podcast, dus je mag het een beetje narraten.
Normaal zou ik zeggen, mag in je hoofd.
Maar wat deed je toen?
Wat gebeurde er?
Hoe voel je je?
Nou, we deden op dat moment een tikkertje.
En we renden, Louie is best wel snel, mijn zoontje.
Maar die is dus ook gewend dat hij snel is ten opzichte van andere kinderen.
Dus dan versnelde ik als moeder met nog sneller lopen.
En dan was er gewoon heel veel lol in zijn gezicht.
Er was spontaniteit in mijn lichaam.
Er was zo random door het huis.
Papa was er niet.
Dat maakt ook altijd misschien het nog spontaner.
Dat er geen andere volwassenen is die jou op je speelsheid kan corrigeren op dat moment.
En dat beeld heb ik voor me.
Ja, prachtig.
En de volgende zin, en dat gebeurt nu eigenlijk al.
Dat gebeurt heel vaak.
En voor de mensen die via camera kijken, die zien dit.
Je gaat al direct anders bewegen.
Als je dit aan het vertellen bent, heb je zelf gezien hoe je beweegt.
Je maakt ruimte.
Je zet je armen echt aan de zijkant.
En die ga je echt bewegen.
Een paar keer heb je deze beweging zo gemaakt waarbij je armen om zijn beurt naar binnen en naar buiten gaan.
En ik overdrijf het nu een beetje voor jezelf.
Maar blijkbaar op het moment dat je hier aan terugdenkt al, dan komt er sowieso.
Je gezicht gaat meer glimlachen.
En je gaat een beetje dromerig kijken en iets meer je hoofd bewegen.
Maar ook je armen komen erop bij.
Want als je nou, dus je hebt teruggedacht, gaat zitten als echt de meest spontane versie van jezelf.
Welke houding zou je jezelf geven als echt een helemaal spontane versie van jezelf?
Even zoeken door.
Ja, heel goed.
En dat is precies het punt.
Lekker experimenteren.
We hebben nu tien minuten.
Dit kan ook in een veel langere training of een coaching.
Maar nu even zoeken.
Het blijft lastig ook, omdat ik heel bewust ben eigenlijk meteen weer van,
hé, als ik mijn hand nu leer leg, dan horen we het op de microfoon.
Oké.
Beste luisteraars, het komende stukje wordt de geluidskwaliteit iets minder.
Want er gaan dingen gebeuren met galmen op tafels, maar wij gaan de vrijheid en de spontaniteit zoeken.
Dus we gaan dit er ook niet uitknippen, Maaike.
Je hebt nu alles mag.
Ik heb jou het alibi gegeven.
Het is mijn schuld dat jij lekker vrij voelt.
Dit hadden we vooraf moeten doen, deze tooltime.
Eigenlijk wel, ja, inderdaad, ja.
Oké.
Oké.
Ik zit in mijn ontspannen houding.
Jij zit in jouw ontspannen houding.
En inderdaad heb ik hier weer twee dingen.
Elke keer als jij erin gaat, dan zie ik jou, je armen, zie ik jou eruit gooien.
En dan weer even ontspannen neerzetten.
En je gaat op en neer met je hoofd.
Dus dat is ook wat je kan gebruiken om jezelf zo te vormen.
De volgende stap naast het denken en het vormen, is het voelen.
Wat is voor jou inderdaad echt dat spontane gevoel?
Het sprankelt van binnen.
Het sprankelt van binnen.
Helemaal mooi.
En dit vind ik leuk.
Ik wil altijd weten hoe dit werkt, maar ik kan het niet zien.
Maar het sprankelt van binnen.
En we moeten met elkaar, jij weet wat dat is.
En dat is belangrijk, dat jij weet wat dat is.
En dan vervolgens als laatste, dus naast het denken, het vormen en het voelen, is het doen.
Je spreekt één actie met jezelf af.
Iets waardoor je zegt, oh ja, maar op die manier kan ik er ook komen.
De eerste actie die je doet om lekker die vrijheid en die spontaniteit te hebben.
Wat zou een simpele afspraak kunnen zijn met jezelf?
Dat ik voordat ik de opname in ga, misschien dat gevoel weer terughaal.
Dat ik letterlijk in die sprankeling ga zitten, in dat speelse kind daarin, die vrijheid voel.
En op die manier, ja, aan de ene kant wil ik zeggen, nou weet je, we gaan alle podcast die namaken,
we gewoon geluid af en toe op tafel.
Ja.
Maar dat voelt ook weer misschien een stap te ver nog, maar intern voelen, die sprankeling, ik denk dat dat al heel veel zou helpen.
Ja, dus voor jezelf spreek je af inderdaad van tevoren en eigenlijk is dat al de volgende stap.
Dus je hebt nu het denken, vormen, voelen, doen.
Dat is de methode in de simpelste vorm.
Als je dat doet met je verbeelding en je verbeeld je hoe die elementen bij je zijn, dan weet je eigenlijk hoe het eruit ziet.
En vervolgens heb je dan nog twee dingen nodig.
En één is inderdaad een trigger.
Dus de trigger is, ik ga zo meteen een podcast, ga ik doen.
En dan heb je twee triggers.
Eén is de als dan.
Als dit gebeurt, dan doe ik dat.
En de andere is de voornemen.
Jij hebt nu net een voornemen met jezelf afgesproken.
Voordat de podcast begint, roep ik deze versie op en is die er ook gewoon hier.
De andere kan je ook, als ik merk dat mijn schouder vast zit, bijvoorbeeld.
Of hoe merk je dat je niet vrij bent, dat je niet spontaan bent?
Ik merk dat denk ik in mijn houding.
Ja?
Ja.
Kan je beschrijven wat je dan voelt in je houding?
Hoe je houding dan is?
Weet je, heel erg.
Ik heb natuurlijk ook een koptelefoon op, daar zit een draadje aan als ik veel beweeg eigenlijk.
Dus dat je echt gewoon eigenlijk een beetje vastgeplakt zit aan die stoel.
En eigenlijk zo min mogelijk geluid probeert te produceren op ongewenste momenten.
Ja.
Dat je je gevangen voelt eigenlijk letterlijk op deze stoel.
Ja, precies.
Dus je gaat ook inderdaad, voor de mensen die meekijken, je maakt je ook kleiner.
Dus dat gevoel van gevangenheid, dat kan voor jou een trigger zijn.
Als je die merkt bij jezelf, dat is die als dan.
Als ik merk dat ik me gevangen voel, dat ik zo min mogelijk geluid probeer te maken.
Dan roep ik even die versie bij mezelf op.
En dan maakt die maar een beetje geluid.
Op naar de vrijheid.
Op naar de vrijheid.
Dankjewel.
Alsjeblieft.
Ik hoop echt dat je het nu merkt in aflevering vijf dan, want we zijn inmiddels in aflevering vier,
dat we verschil gaan horen.
Dan gaan we alweer naar de kettingvraag.
En de kettingvraag is een vaste traditie in deze podcast.
En de kettingvraag, dat is het volgende.
Een trainer stelt een vraag aan de volgende trainer.
Wat inhoudt dat de vorige trainer een vraag aan jou heeft gesteld.
En die vraag was, Annepaten vroeg aan je nou, op welke manier jouw persoonlijkheid invloed heeft op jouw trainersstijl?
Ik heb weleens gezegd, ik ben een open boek.
Dus ik kan me ook helemaal niet verbergen.
Ik weet dat ik enorm enthousiast ben.
En daar moet ik niet gaan tegen vechten.
Daar moet ik ook gewoon lekker gebruik van maken.
En ik mag dus in mijn persoonlijkheid, ik hou van vrijheid, ik hou van naad van spelen, ik hou van enthousiasme, mag ik die vinden.
En dan gaat het af en toe misschien net iets te snel.
Of dan gebruik ik af en toe net iets te veel woorden.
Maar dat is hetzelfde als wat we net deden met jouw vrijheid.
Liever dat die versie van jou volledig er mag zijn, dan dat ik mezelf ga lopen inhouden en daardoor eigenlijk een slechtere trainer word.
Dus ja, mijn persoonlijkheid, mijn enthousiasme, ja, dat is wat ik gewoon altijd meeneem.
En wat ook heerlijk is om te mogen zijn.
En jij hebt zelfs je traininggenre eigenlijk daarop aangepast, ook op de werkvormen die je doet.
Absoluut, ja, want het spelen, ja, dus daarom, wees gewoon lekker wie je zelf bent en word je daar het allerbeste in.
Heb jij ook een vraag voor de volgende trainer?
Ja, uiteraard.
En dat is, misschien moet ik er even toelichten, dat is Arie Speksneider.
Hij traint trainers.
Ja.
En hij heeft twee boeken geschreven.
Heb jij een leuke vraag voor hem?
Ja, kijk, als keynote spreker, dan help ik mensen om hun verbeelding te gebruiken, ook om zin te krijgen in de toekomst.
En hoe je zelf ook, niet alleen door de oefening die we net hebben gedaan, maar ook de toekomst positief kan verbeelden en zien hoe je daarheen kan gaan.
Dus dat is eigenlijk de vraag die ik heb voor Arie.
Waar heb jij nou zin in, in de toekomst?
Dat mag heel klein of heel erg groot en filosofisch zijn.
Ik ga kijken of ik dat kan overbrengen.
Gaat het zien.
Met deze flair aanvraag.
Dan alweer de laatste vraag.
Oh nee, de ene laatste vraag.
Correctie.
Ik voel me helemaal vrij.
Ja, dit ga je ook niet knippen, toch?
Nee, we knippen helemaal niks meer.
Precies.
Ja, lekker.
Wie zou jij graag de gast willen horen in deze podcast en waarom?
Ik zou heel graag Niels Floor willen horen.
En Niels Floor is de bedenker van Learning Experience Design, LXD, ook LXD.org.
En Learning Experience Design gaat echt heel erg over, dus inderdaad, hoe kan je van leren een beleving maken?
En ik vind dat hij dat ontzettend mooi doet, maar vooral een enorme grote wereldwijde community heeft opgebouwd van mensen die dus op allerlei creatieve manieren zeggen, ja, maar leren is niet alleen het overbrengen van de kennis in de hoofd van de trainer.
Nee, het is het creëren van een beleving waarin mensen tot door je kunnen komen en kunnen leren.
Ik ben heel benieuwd.
En dan als laatste vraag, dat is, als je één ding zou moeten noemen, wat zou een verschil kunnen zijn tussen een goede trainer en de beste trainer?
Ha, een goede trainer is dus bezig met doet iedereen mee en de beste trainer maakt dat niet meer uit.
Ah, dank je wel hiervoor.
Graag gedaan.
Ik wil je bedanken voor het luisteren naar deze podcast.
En als je het nou leuk vond om te luisteren, laat het dan vooral weten in de comments.
En als je denkt, ik wil wel vaker luisteren naar de beste trainer van Nederland en geen tips missen, abonneer je dan en dan zien we elkaar voor je volgende week.
Volgende week hoor je hoe Arie Speksnijder trainingen ontwikkelt, niet door alles erin te stoppen, maar door duidelijke keuzes te maken.
Hij legt uit hoe hij deze keuzes maakt.
ZANG EN MUZIEK
ZANG EN MUZIEK
We willen de externen niet belasten met deze situatie, dus we verzoeken hem om de ruimte te verlaten.
Welkom bij de Beste Trainer van Nederland podcast.
De podcast over het geven en ontwikkelen van trainingen.
Ik ben Maaike Ruiter, psycholoog trainer en in deze podcast verzamel ik tips en inspiratie zodat iedereen de beste trainer van Nederland kan worden.
Vandaag de gast, Gijs van Wilsen. Gijs is trainer en keynote-spreker.
Hij geeft al meer dan tien jaar trainingen.
Door middel van verbeelding leren ze in zijn training en helpt hij organisaties en mensen aan gedragsverandering.
Welkom Gijs, wat leuk dat je vandaag de gast bent.
Ja, dankjewel en leuk dat je me wil hebben, Maaike.
Nou, tuurlijk. Het is een eer om jou hier te ontvangen.
Ik wil graag alles horen namelijk over jouw ontwikkeling als trainer, jouw kwaliteit, om mensen toestemming te laten geven om te spelen.
En ik ben benieuwd of je nog heel veel praktische tips voor ons hebt.
Dat gaan we zien en misschien ga jij zelf ook wel een beetje spelen.
Nou, daar heb ik zin in.
En Gijs, wat heb je deze week geleerd om bij de deur in huis te vallen?
Nou, ik heb gisteravond, want dat vind ik ook altijd gewoon nog leuk om te doen, een improvisatieles gegeven.
En die zijn bijna bij hun voorstelling.
En dat is natuurlijk spannend, als je moet gaan improviseren op het podium.
En ik heb daar gewoon weer gezien hoeveel lol het is als je gewoon hen zelf vertrouwt.
En als je ze zelf langzaam het vertrouwen kan geven dat zij dit kunnen.
Van iemand die aan het begin inderdaad zei, ja, maar deze vorm vind ik heel lastig.
Gewoon oké, ga maar gewoon kijken.
En dan nu de sterren van de hemel zat te spelen.
Gewoon omdat je hebt gezegd, joh, het is ook oké als het niet gaat.
En dat was voor mij wel weer een bevestiging dat ik dacht, ja, dit is leuk.
En ik mag hier gewoon nog veel meer ook voor mezelf op inzetten.
En eigenlijk, dat betekent als trainer dat je bijna ook minder mag doen.
Dat je vooral heel veel zelfvertrouwen geeft en eigenlijk aangeeft van, als het niet gaat, is het gewoon oké.
Je mag fouten maken en daardoor zoveel ruimte geeft dat het gewoon lukt.
Ja, precies. En ze ook gewoon lekker laat proberen en dan ook maar gewoon uithaalt wat er goed gaat.
En het dan daarop verder gaat bouwen.
Nou, deze en vele andere jaren ervaring heb ik voor jou samengevat.
Ik ben benieuwd.
Gijs van Bils is geboren op 5 maart 1985 ter Rosmalen.
Op zijn vijftiende ervaart hij de magie van één papieren ticket, waarmee je door heel Parijs kan reizen.
De eindeloze mogelijkheden die daarin besloten liggen, raken hem diep.
Vanaf de basisschool doet Gijs aan theater en dat blijft.
Na de beeldbare school studeert hij Business Administration, Innovation en Entrepreneurship.
Daarna vervult hij diverse functies waarin één ding centraal staat.
Mensen enthousiasmeren.
Onder meer bij Pentascoop als Chief Inspiration Officer.
Samen met Arne van Barlingen richt hij het Live Action Learning Institute op, waar je leert door in de rol te stappen van een ander.
Als keynote-spreker helpt Gijs mensen om weer zin te krijgen in de toekomst, door die samen te verbeelden.
Die doet hij internationaal inmiddels in meer dan tien landen.
Wat hij doet, noemt hij zelf simpel maar zeldzaam.
Mensen weer zin geven in de toekomst, door die samen te verbeelden.
Klopt het?
Ja, wat mooi.
Waar ik ook heel nieuwsgierig naar was, en daar heb ik nog geen antwoord op gekregen, is, wat heeft jou nou het meest gevormd als trainer?
De vorm.
De vorm heeft mij het meest gevormd.
Om in trainingen te zien hoe die echt werd vormgegeven.
In de community waar ik veel zit, hebben we ook een uitspraak, everything is a designable surface.
Je kan alles, kan je ontwerpen, kan je vormgeven als trainer.
Je hebt invloed op hoe de studen staan, hoe de verlichting is, hoe de mensen binnenkomen, wie is als eerste zien.
En al dat soort zaken.
En ik heb langzaam een aantal mentoren gehad, die me hebben laten zien wat die vorm ook allemaal kan.
En hoe makkelijker die het ook maakt voor jou als trainer, om vervolgens de deelnemers te geven wat zij nodig hebben om zelf mee te gaan doen.
Is er ook nog een specifiek persoon die jou veel geïnspireerd heeft?
Ja, een van mijn, of eigenlijk ja, mijn mooiste mentor is Sue Walden.
Helaas inmiddels overleden.
Toen ik haar tegenkwam was het echt een, ja voor mij echt een goeroe, een dame uit San Francisco.
Die met zoveel lol in het leven staat, maar dat combineerde met een hele rustige wijsheid.
Dat ik echt dacht van, als ik deze twee stukjes toch eens, nou ja, een klein beetje van jou mag lenen.
En ik heb heel veel, eerst heb ik training bij haar gevolgd en toen heb ik als assistent bij de trainer gezeten.
Toen heb ik samen met haar de training gegeven.
En dat ging ook echt inderdaad over, ja, hoe ontwerp je zelf een training over speelsheid, over creativiteit, over improvisatie.
En zij heeft me heel erg veel kleine en grote dingen geleerd, maar ook gewoon enorm goede gesprekken tot diep in de nacht.
Want zij gaf zelf haar thema's waren ook improvisatie en spelen.
Ja.
Ah.
Ja.
Zo kwam ik haar tegen bij het toegepaste improvisatienetwerk.
Wat tof.
Een van jouw kwaliteiten, dat is, ook in het thema van spelen, en dat is mensen toestemming laten geven om te spelen.
Ja.
En ik ben benieuwd, wat is daar nou zo relevant aan? Waarom is die toestemming nou zo belangrijk?
Nou, omdat bij spelen, ja, daar zitten heel veel gedachten bij mensen.
Zowel bij de deelnemers als ook bij sommige trainers.
Van, oh, maar dat zullen ze wel niet serieus nemen.
Of, ja, wat nou als ze niet mee gaan doen?
Of, nou ja, ik hou het maar, doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg.
En dat al dat soort gedachten, dat zitten erbij.
En dat is ook waar voor de deelnemers die binnenkomen, die denken, ik hou niet van spelletjes.
En al dat soort, ja, belemmerende gedachten.
Omdat we hebben geleerd dat spelen is niet iets wat wij als serieuze volwassen mensen doen.
En dat is natuurlijk onzin.
Dus wat je nodig hebt als je een training geeft, waarbij je mensen de vrijheid wil geven om te spelen.
En het zelfvertrouwen geven om te spelen, is dat ze zichzelf de toestemming moeten geven.
Als ik zeg, doe het maar omdat, ja, dat is niet voldoende.
Zij moeten zichzelf op een punt krijgen dat zij denken, oh, maar ik wil meedoen.
En dat is wat wij bedoelen met toestemming geven om te spelen.
En als je een training wil hebben die net even iets anders is dan ze verwachten.
En eigenlijk elke goede trainer of training zou dat moeten zijn.
Dan moet je mensen ook zelf de toestemming geven dat zij meegaan in wat jij ze aan wil bieden.
En hoe zou ik dat dan aanpakken?
Als ik wil zorgen dat mijn deelnemers toestemming voelen om te spelen.
Want ik weet dat heel veel trainers, hoe meer het uit de comfortzone is, hoe meer we er tegenop zien om eigenlijk zo'n oefening te doen.
Wat zijn nou goede stappen om dat aan te pakken?
Want jij bent eigenlijk expert eigenlijk in dit vakgebied.
Dankjewel.
Ja, het belangrijkste is om te zorgen dat mensen meedoen, moet je ze manieren geven om niet mee te doen.
Maar dan wel niet meedoen op een manier waarop ze niet afhaken.
Want dat is een groot verschil.
Je kan eventjes niet meedoen, gewoon eventjes aan de zijkant zitten en kijken.
Maar dat is anders dan afhaken.
Afhaken is laat maar, er is niks voor mij.
Ik ga mijn e-mail wel checken of ik ga gewoon naar buiten of whatever.
En afhaken, dat kan er ook uitzien alsof ik doe alsof ik aanwezig ben en ik knik lekker met je mee.
Maar eigenlijk ben ik afgehaakt.
En afhaken is veel erger dan niet meedoen.
Dus wat wij doen is wij geven mensen altijd meerdere manieren waarop zij niet mee hoeven te doen.
En daardoor stellen ze het moment van afhaken, stellen ze telkens uit.
Van oh ja, maar dan kan ik wel eventjes, want het is veilig.
Want als ik niet mee wil doen, dan kan ik altijd nog zeggen dat ik niet meedoen.
En daardoor komt dat moment eigenlijk bijna nooit.
Want dan hebben ze ondervonden, oh maar dit is eigenlijk heel leuk en ik wil meedoen.
Dus dat is de eerste tip die ik geef.
En welke manieren zouden dat zijn dan om te zorgen dat ze niet afhaken?
Wij zeggen altijd, je mag altijd gewoon eventjes niet meedoen.
Wij zorgen ook dat er ook een ruimte is waar mensen ook eventjes gewoon kunnen gaan zitten.
En eventjes uit de training stappen als we een wat langere training geven.
En dan zeggen we, joh je mag daar gewoon gaan zitten.
Wij lopen wel even langs om te vragen hoe het gaat.
Misschien heb je iets nodig, maar je mag daar gewoon gaan zitten.
En als wij een training geven waarbij mensen ook in een rol kruipen.
Wat een van de manieren is waarop wij training geven met verbeelding.
Dan zeggen we, oh er is ook een andere rol, een observatierol.
Bijvoorbeeld een productieassistent.
We hebben een training over feedback op de filmset.
En dan zeggen we, je kan een productieassistent zijn.
Want niemand weet wat een productieassistent doet.
Dus dan pak je gewoon de keychain met productieassistent.
En dan gaat niemand meer met jou praten.
Maar jij hebt wel toestemming om hen een vraag te stellen.
En dat is dus een hele concrete manier waarop mensen dan even denken, oh ik vind het spannend.
Ik stap er een beetje uit.
Maar ik ben er nog wel.
En wat we dan altijd zien, zo zien we dat ze heel weinig gebruikt worden.
Maar als ze gebruikt worden, dan gaan ze vaak even later ook wel gewoon weer af.
En dan doen ze mensen weer mee.
Heb jij echt voorkomen dat tegenwoordig echt niemand meer uitstapt?
Nou niemand meer, nee.
Want ik ga er niet over of je in een mantelzorgsituatie zit en het echt even niet hebt.
Of dat je vrouw zwanger is en dat je denkt, ik kan me helemaal niet concentreren.
Nee, er zijn altijd goede redenen die ik overigens als trainer niet per se hoef te weten.
Waarom je echt even zegt, dit is vandaag niet voor mij.
En dat mag.
Dat is onderdeel daarvan.
Je moet als trainer het ook oprecht dat toelaten.
Je kan hem even doorvragen waarom misschien.
Maar dan gaan we zeggen, oh natuurlijk, nou joh, pak even je momentje.
En eventueel is het wel mogelijk dat je na de pauze weer aansluit.
Of wat heb je nodig om wel aan te sluiten?
En als het nou een belangrijk onderdeel is van je training, en vooral in die gedragsverandering,
hoe zorg je dan dat die mensen nog een beetje omhoord blijven daarna,
in de zin van dat ze niet een belangrijke stap gemist hebben?
Door eigenlijk erop te vertrouwen op het proces dat dat wel goed komt.
Want als je daar dus heel erg op gaat zitten, en het heel erg groot is en belangrijk gaat maken,
dan komt er juist meer weerstand.
Het is één iemand die om een goede reden even wegloopt,
en die heeft daar collega's zitten, of andere mensen die de training volgen,
en die pakken hem echt wel weer even mee in de pauze.
En desnoods op het moment dat je denkt, ja, maar dit is echt belangrijk,
en jij kan de rest van de training niet volgen zonder,
nou dan loop je in een rustig moment even naar diegene toe en zeg je,
oh, wat je net gewist hebt, even dit, dat, zo, ja, top, lekker meedoen.
En zo weer eigenlijk zoveel mogelijk mensen omhoord houden,
maar als het die ene persoon is eigenlijk, daar ook wel een ruimte geven misschien.
Ja, want er is niet zoveel mogelijk mensen omhoord houden.
Dat is dus een hele duidelijke verschil in mindset.
Ik ben niet bezig met zoveel mogelijk mensen omhoord houden.
Ik ben bezig om te zorgen dat mensen zichzelf omhoord houden.
Wij zeggen ook altijd, als jij iets nodig hebt, als jij naar de wc moet,
als jij echt dat mailtje nu even moet sturen, want anders staat er iets in de fik,
dan doe je dat. Geen probleem.
Dat is een mooie mindset.
Ja.
Dankjewel daarvoor.
Zou jij een voorbeeld kunnen geven waarin er gespeeld werd,
mensen echt toestemming moesten geven, maar je ook echt wel een werkvorm had,
waarin je dacht, zo, die mensen moeten even flink uit hun comfortzone?
Ja, zeker. Ja, ik ga direct op glimlachen bij de herinnering.
Dit was bij de Verenigde Naties in Geneve.
De dertigse chiefs of staff, dus dan zeg maar het hoofdinkoop, het hoofdcongressen,
al dat soort functies zaten daar.
Dus er waren dertig mensen en we hebben een tweedaagse training over omgaan met bureaucratie.
Die hebben ze namelijk nogal binnen de Verenigde Naties.
Alles in Geneve moet ook geaccordeerd worden door New York.
En wat we hebben hen laten doen is zeggen, nee, we gaan niet hebben over hoe dat gaat bij de Verenigde Naties,
maar jullie gaan ouders spelen die een nieuwe basisschool gaan ontwerpen voor hun kinderen.
Maar daarbij hebben we de schoolinspectie met de schoolinspecteur-generaal
als de persoonlijking van de bureaucratie.
En jullie moeten zelf in twee dagen allerlei manieren gaan vinden waarop je soms met de bureaucratie,
soms om de bureaucratie en soms tegen de bureaucratie werkt,
om uiteindelijk het best te doen voor de eindgebruiker.
Nou, voor de eindgebruiker voor hun was dus allerlei verschillende mensen bij de Verenigde Naties,
diplomaten, et cetera.
Maar in de fictie die wij gemaakt hadden, in het verhaal, waren dat de kinderen.
En het spel heette daarom ook, de training heette ook For the Children.
Hmm. En jij hebt dus de medewerkers van de Gerenigde Naties zover gekregen
om allemaal rollen te spelen eigenlijk in dit?
Ja, heel veel verschillende landen dus bij elkaar.
Echt bazen, zeg maar.
Dat je echt wel denkt van, oh ja, het testosteronniveau is hier goed aanwezig.
En die dan inderdaad, we gaan twee dagen lang gaan bespelen.
Sorry, wat? We gaan twee dagen lang gaan bespelen.
Maar we gingen toch een serieuze? Nee.
We gaan spelen en dat is ontzettend serieus en daar ga je wat van leren.
En nou, een van de manieren die we gedaan hadden, wat ik net gezegd heb,
heel veel manieren om niet mee te doen.
Maar een andere is ook gewoon om te zorgen dat er mensen zijn,
voorbeelden in hun eigen groep, die het leuk vinden.
Wat we hebben gedaan is, we hebben als allereerste stukje,
we noemen dat de proloog van de training,
hebben we vooraf geregeld dat een aantal mensen ruzie gingen maken met elkaar.
In het verhaal natuurlijk, in de fictie, in hun personage.
Om te laten zien, kijk, je mag deze training, mag je ruzie maken met elkaar in het verhaal.
Maar zodra we de proloog hadden stopgezet, het verhaaltje hadden stopgezet,
gingen die mensen naar elkaar toe, sloegen ze elkaar op de schouder en zeggen,
oh, dat was leuk, wat hebben we dat leuk gedaan.
Ja, en daarmee laat je hem ook echt zien, in plaats van, ik ga uitleggen,
je zorgt dat hun peers laten zien, dit is gedrag wat mag.
En je laat ook heel duidelijk zien dat het positief gedrag is.
En dat het maar een rol is en dat we dus, we oefenen met nieuw gedrag in een rol,
maar we zijn het niet.
En daarom hebben we na eigenlijk die, als we hem stopzetten,
eigenlijk dus geen ruzie meer met elkaar.
Ja, precies. Sterker nog, we zijn het dichter bij elkaar gekomen,
omdat we even dat momentje van, ja, fictief conflict hadden.
Het aanpakken, als ik daar nog even terug op zoomen, hè.
Spreek jullie bijvoorbeeld ook heel duidelijk over een doel vooraf,
dat je daardoor mensen ook verleidt eigenlijk om die oefening te gaan doen?
Ja, het is voor hun, zij moeten, als wij een beleving ontwerpen,
moet het heel duidelijk zijn hoe die beleving gekoppeld is aan hun eigen werkelijkheid.
Dus hier ging het over bureaucratie.
Dus het was heel duidelijk, toen we die schoolinspecteur-generaal introduceerden,
dat zij zelf snapte, oh, natuurlijk.
Want heel veel mensen bij de VN hebben een functie met, hmm, generaal.
Dus zij hadden direct door, oh, natuurlijk, dit staat symbool voor de bureaucratie.
En ook heel duidelijk zegt, het doel is, jullie gaan onderzoeken,
hoe ga je om met de bureaucratie voor de eindgebruiker?
En als we dan ook, om het meteen vast te houden,
in dit geval de autonomie die zij kregen eigenlijk.
Hoe geef je dat aan eigenlijk?
Jij geeft al aan, je mag eruit stappen,
maar zijn er nog andere aspecten van autonomie die je goed moet behandelen eigenlijk,
in zo'n voorbeeld bijvoorbeeld bij de VN?
Ja, en dat is dus ook gewoon het van tevoren aangeven.
Mijn partner Anne is er ook heel erg goed in om met een hele, ja,
zachte en openhouding te beginnen.
En de mensen ook gewoon echt te zeggen, jullie mogen hier zelf, je bent hier zelf.
En vervolgens hebben we ook bijvoorbeeld hun, dus hun directeur, hebben we aan het begin neergezet,
om daar gewoon hun te ontbegroeten met een glimlach en ik heb er zin in vandaag.
En ik weet ook niet wat jullie gaan doen, precies.
En daarmee laat je ook zien van, oh ja, zij weet het ook niet.
Dus ik mag zelf ook kijken hoe en wat.
We gaan samen dit avontuur in.
Ik vind het nog steeds wel een beetje grappig, want de VN heeft zoveel behoefte ook aan doelen en regels
en om ze dan zoiets vrijs te doen als spelen eigenlijk.
Ja, en het mooie is, het spelen is vrij, maar de reflectie, de debrief, daar gaat het ook echt over.
Maar nou gaan we wel meer de diepte in.
Wat hebben we hiervan geleerd?
Wat nemen we hieruit mee?
Ze hebben zelf nog uit zichzelf een reunie van hun personages georganiseerd een aantal maanden later,
waar ze ook weer even terugpakten van, oké, en hoe zijn we dus nu anders aan het omgaan met de bureaucratie?
Wat doen we nou wel en wat doen we niet?
Wat mega tof ook.
Oké, is dat ook iets wat jullie standaard organiseren om te doen eigenlijk?
Om daarna, na zo'n tweedaagse, ook zeker zo'n moment in te plannen?
Als wij zelf, onze vierdaagse leiderschapstraining waar mensen individueel op inschrijven,
dan organiseren we dat zelf.
Als het onderdeel is van een in-company project, dan is het gewoon of daar ruimte is.
In dit geval hadden we het niet afgesproken en kregen we op een gegeven moment gewoon een foto toegestuurd van,
hé, we honden dit belangrijk, we zijn dit gaan doen, kijk, iedereen is er.
En ze hadden, we hebben grote A1-posters, hadden we dan hun kinderen uitgeprint en ze hebben hun kinderen meegenomen.
Ja, nou wel tof dat ze het gedaan hebben.
Zijn er nog bepaalde risico's eigenlijk bij het spelen?
Nou, wat wij wel heel belangrijk vinden is een stukje veiligheid.
Zeker als je wat langer even dus een ander personage, een ander karakter speelt,
dan zou het best kunnen zijn dat daar nog wat gevoelens van blijven hangen.
Wij noemen dat bleed of het doorcijpelen van het gevoel van je personage naar jezelf.
En dat is waar we bewust mee spelen.
Als je wat langere trainingen bij ons volgt of een coaching, dan gaan we ook echt kijken van,
oké, maar hoe voelt nou eigenlijk om dat ander gedrag, hoe voelt dat nou eigenlijk?
En het zou best heel goed kunnen zijn dat dat gevoel dus daarna nog een beetje aanwezig is.
En bijvoorbeeld dus als je ruzie hebt gemaakt met iemand, dan moet je ook echt er even bij stilstaan van,
oh ja, jij bent jij en je bent niet je personage.
En de gevoelens die mijn personage naar jouw personage heeft, is niet de gevoelens die ik heb.
Dus daar staan we heel erg bij stil om dat niveau van veiligheid te erkennen dat dat er is en dat kan gebeuren.
En zodra je dat weet, dan denk je ook, oh grappig, ik voel me een beetje zo, oh, dan kan ik dat nu loslaten.
En stel nou, diegene het zegt in zijn training, je ziet die nog steeds een beetje ongemakkelijk op die stoel zitten
en die zegt uiteindelijk van, ja, nee, ik voel me nog steeds vervelend over dat ik net boos ben geweest in dit gesprek.
Wat zeg je dan tegen zo'n iemand?
Ten eerste dat het logisch is, want dat is onderdeel ook van toestemming geven om te spelen,
is dat ik ze niet ga overtuigen hoe ze zich moeten voelen.
Als jij je zo voelt, dan is dat zo en dan is dat een logisch gevoel.
Dan zal ik dus inderdaad uitleggen wat ik bijvoorbeeld net uitlegde, dat het heel logisch is,
dat andere mensen dat ook vaker hebben en dat dat na een tijdje weer weg hebt.
En als ik echt zie dat mensen er last van blijven houden, dan zoek je diegene even op.
Of je zet ze met degene die, met wie die scène was, pak je ze samen even apart en dan zeg je,
wat vond jij er eigenlijk van, oh, ik vond het helemaal niet erg.
Oh, gelukkig, je vond het niet erg.
Dan kan het weer even zakken.
Dan kan het weer even zakken.
Zijn er nog bepaalde handvaten die jij trainers kan geven om mensen toestemming te laten geven,
dat de deelnemers zichzelf dus toestemming geven eigenlijk,
bij die doelgroepen die vooral wat lastiger zijn?
Ja, bouw het langzaam op.
We hebben voor een groep technische studenten, of dat gaan we nu uitrollen door heel Nederland,
hebben we net een opschadingsbeurs voor gekregen, heel leuk.
Een spel waarin ze leren over ethiek.
Maar dat zijn technische studenten die, ja, wat ben ik hier aan het helpen?
En dus wat we daar doen is, we beginnen heel rustig aan en de eerste scène in de beleving die we gemaakt hebben is,
in een klaslokaal, want dat snappen ze.
En dan zeggen we ook, je hoeft helemaal niks te doen.
Je kan hier gewoon zitten en luisteren.
Maar je mag, als je wil, je hand opsteken en als een personage een vraag stellen.
En zo maken we het dus, beginnen we heel rustig en bekend.
En dan langzaam trekken we hem wat meer in het extreme, waar ook meer het leren gebeurt.
En dan hebben ze zichzelf alweer meegenomen naar dat punt.
En ook daarbij, het is helemaal niet erg als iemand alleen kijkt en niet actief is.
Want ik bepaal niet dat diegene nog niet aan het leren is.
En jij zegt, we pakken het dan rustig aan vanaf het moment.
En we nemen een herkenbare situatie eigenlijk voor hun, het klaslokaal.
Is daar nog wat vooraf gegaan dat je ze nog opwarmt of zo?
Zeker, ja.
We doen ook echt, soms noemen we dat ook zo.
Jongens, we gaan echt even opwarmen.
Jullie gaan zometeen, mag je ook emoties gebruiken.
En dan gaan we dus even oefenen, hoe gebruik je eigenlijk een emotie?
Door gewoon bijvoorbeeld een rondje te doen waarin mensen een zin zeggen met een bepaalde emotie.
Simbele oefening uit improvisatietheater.
En soms verstoppen we dat in de rest van de training.
Waarin we zeggen, nou, we gaan het alvast even hebben over ethiek.
En dan zou bijvoorbeeld een oefening kunnen zijn die niet voelt als een theateroefening.
Maar wel van, goh, maar welke emoties heb jij nou?
Wat krijg jij nou eigenlijk mee als je iets ziet over een nieuwe uitvinding waar je boos van wordt?
Wat gebeurt er dan eigenlijk?
En dan op die manier probeer je het al langzaam wat los te krijgen.
Terwijl zij niet doorhebben dat ze een warming up of een theater of een speloefening aan het doen zijn.
Maar je weet wel, ze zijn alvast bezig met nadenken over wat ze zometeen moeten doen.
En daarin zit nog niet een kennismaking vooraf?
Of zit dat daarvoor nog weer?
Dat kan de kennismaking vooraf zijn.
Er komt altijd een punt, ook gewoon vanuit ethisch oogpunt, dat je ze een bewuste keuze moet geven.
We gaan nu het spel in.
We gaan nu de beleving in.
Doe je mee?
Maar wat wij vaak doen is, daarvoor ze op verschillende manieren dus eigenlijk een ervaring hebben gegeven hoe dat dan eigenlijk al is.
Zodat ze eigenlijk al erin zitten.
En dan denken, oh ja, maar nu begint het echt.
Nu wil ik zelf ook de drempel over om mee te doen.
En het kan best zijn dat een voorstelrondje, even los van het feit dat we niet heel veel gewoon het standaard voorstelrondje doen.
Maar dat proberen we te verweven in een oefening waarbij je je ook voorstelt, maar ook alvast bezig bent met wat je zo gaat doen.
Of alvast bezig met de inhoud over leiderschap of over feedback, et cetera.
Heb je nog een inspiratie dingetje, een leuke oefening die je toevallig te binnen schiet?
Wat mensen altijd heel leuk vinden is hun valkuil spelen.
We maken ook vaak gebruik van de kernkwadranten van Ofman.
Of sorry, zei ik een valkuil, hun allergie spelen.
Ze vinden het altijd heel leuk om eventjes iemand te mogen spelen aan wie ze eigenlijk een ekel hebben.
Daar beginnen we niet mee, want het is wel een grote stap.
Het is wel eng, maar dat is als we zijn begonnen.
Eigenlijk hoe we het stapje maken naar, oh ja, dit is ook gewoon leuk.
Ik snap nu hoe het werkt, daar hebben we oefening voor gedaan.
En nu, oh ja, ze zeggen nou, spelen is iemand aan wie je zelf, oh, zoon, oh nee, oh, doet hij het weer, oh.
En nu mag jij even die persoon zijn.
En dat vinden ze heerlijk en dan wordt er gelachen en dan heb je dus zelf.
Een lach is vaak een teken dat mensen zichzelf toestemming geven om te spelen.
Ja, misschien ook een beetje ontspanning creëren voor hun eigen ongemak op dit moment.
Ja, precies, ja. Het mag ook ongemakkelijk zijn en dat is helemaal leuk, ja.
Heb jij ooit ook wel eens een keer een werkbrunnen gemaakt?
Uiteraard. Ik zit even te denken.
Wel een van mijn grotere oorlogsverhalen is, ik werd een keer uitgenodigd bij een, ik zal geen namen noemen,
maar een grote vrijwilligersorganisatie in Nederland om een van de lokale besturen.
En dan moet je denken, dat zijn dan de mensen die vroeger directeur van de lokale bank waren
en nu nog steeds een driedelig pak en kravat met hun pensioen hun bestuursfunctie vervullen.
En daarna dertig mensen in de ruimte en vanuit het landelijke kantoor was er gezegd, er komt een nieuwe strategie.
Dus die mensen moesten iets anders gaan doen.
Uh-oh.
En ik had bedacht, nou dat gaan we dus inderdaad langzaam opbouwen en gaan we langzaam speels worden.
De eerste helft is een vergadering zoals zij gewend zijn en de tweede helft gaan we voor hun doen,
voor mij doen niet heel erg, maar voor hun doen, best creatieve oefening gaan we doen.
Dus daar ga ik langzaam heen.
En ik had mezelf voorgesteld, dus nou ik ben vandaag de onafhankelijk voorzitter.
Ik had twee zinnen gezegd en toen kwam er een motie van wantrouwen naar degene die een reguliere voorzitter was.
En toen werd er gezegd, en we willen de externe niet belasten met deze situatie, dus we verzoeken hem om de tafel en de ruimte te verlaten.
Toen dacht ik, oké, ja, ik heb wel inderdaad gezegd, ik ga jullie wat uit je comfortzone halen en zo.
Dus die zin die ik gezegd had, ook al waren het maar twee zinnen, waren inderdaad al wel misschien spannend, maar ik dacht, ja, oké.
Moet ik nou weg?
Dat heb ik aan een groep gevraagd.
Oké, wat vinden jullie?
En toen zei ik, nou als één iemand dat vindt, dan vinden wij allemaal dat dat zo is.
Dus toen ben ik gewoon de kamer maar uitgelopen en met de assistent die ik mee had genomen om het natuurlijk te maken.
Ik zei, nou, maar ga maar naar buiten.
En dan buiten als een schooljongetje op de gang gewacht, tot er iemand kwam halen van, nou wil je terug?
Ik zeg, nou alleen als de groep mij terugvraagt en wil dat ik verder ga.
Maar ik voelde me echt een klein, ja, zo'n klein schooljongetje buiten bij de conrector die iets fout had gedaan.
Was het uiteindelijk meer een grapje?
Nee, nee, het was bloedserieus.
Nee, want er was echt een motie van wantrouwen.
Zij waren het helemaal niet eens dat ik daar was, dat ik was gevraagd voor die functie.
En daarnaast, in de eerste twee zinnen die ik zei, had ik al hun vooroordelen bevestigd.
Van, zie je nou wel, wat doet die, ja, ik denk dat ik, het was nog een tijdje geleden, een derde van de leeftijd was of zo.
Maar nou, de minsteste helft van de leeftijd was gemiddeld in de ruimte.
Wat doet die jongen hier?
Weg jij!
En hoe is het verder gegaan dan?
Uiteindelijk ben ik dus, ik heb wel gezegd, ik kom alleen terug als zij mij terugvragen.
Dat vond ik heel belangrijk, ook wederom voor die toestemming.
Jullie willen dat ik er weer ben.
Ja, we willen dat je er weer bent.
Oké, en we gaan wel iets spannends doen, iets minder spannends dan ik had verwacht.
Maar we gaan de tafels uit elkaar zetten, we gaan in kleine groepjes brainstormen.
Dat was voor deze mensen al spannend.
En toen zijn ze daarmee akkoord gegaan.
Ik zei, nou, als jullie dat willen, dan kom ik terug.
En uiteindelijk hebben ze wel gevraagd, nou, kunt u de volgende keer, ik was een u voor hen, terugkomen om ons nog een keer te begeleiden.
Want we hebben toch wel gezien dat er wel wat moet vanuit, landelijk, en we moeten erin mee.
Wauw, dat is wel mooi geëindigd.
Het is wel mooi geëindigd, maar het heeft heel veel gekost.
En de daadwerkelijke voorzitter, dus die de motie van wantrouwen kreeg, die heeft echt letterlijk moeten huilen daar.
En om deze heren te bewegen, zie wat je doet en zie dat het niet onze schuld is, maar dat we samen in deze situatie zitten.
Dus het was een heftige, heftige dag.
Wel mooi dat dit bewerkstelligd is.
Ja.
Toe, toe, toe, time.
Dan is het alweer tijd voor tooltime.
Ah, gaan we gaan spelen.
En tooltime is een standaard rubriek eigenlijk, waarin ik de trainer vraag, die te gast is, om een oefening, een werkvorm, een model of een techniek te delen met ons, waar wij weer inspiratie uit kunnen halen.
En we hebben vooraf even contact gehad, maar wij gaan wat doen vandaag.
Zeker.
Wat heb je voor ons meegenomen?
Ja, de methode.
Dat is de live action learning methode, dus waarom ook wij het instituut hebben opgericht.
Omdat het de methode is waardoor je echt jezelf kan gaan vormgeven met je verbeelding.
Je kan zelf gaan leren van je eigen verbeelding.
En na deze tien minuten heb je eigenlijk nooit meer een trainer nodig.
Sorry alle mensen die luisteren, maar dan kunnen mensen met hun eigen verbeelding zichzelf allerlei gedrag eigen gaan maken.
Ik ben heel benieuwd.
Laten we dat ervaren.
We gaan het ervaren.
Nou, we gaan het doen.
Je hebt jezelf als subject gegeven.
Dus ik ga jou ook gewoon wat vragen stellen, houd kort.
En ook voor de mensen die luisteren, je kan hier zelf in mee.
Dan geef je natuurlijk je eigen antwoorden en niet de antwoorden van Maaike.
Maar de stappen zijn hetzelfde als je zelf thuis luistert.
En het gaat als eerste, ja, wat zou je eigenlijk iets meer willen?
Welk stukje gedrag of welke kwaliteit van jezelf weet je wel dat je hebt?
Maar lukt het niet altijd om dat op het moment dat jij het wil ook echt ten toon te spreiden?
Ik ben mezelf heel spontaan, heel nieuwsgierig.
Maar ik voel eigenlijk dat het met een podcast, dat ik dat nog niet helemaal tot uiting kan laten komen.
Ja, er hangt een microfoon voor je neus en het is nieuw.
En wie zijn die mensen?
En ik moet, oh, voor al die mensen onzichtbaar zijn, moet ik me bezighouden.
Ja, en daarin zou je dus, wat zou je willen?
Ik zou echt veel meer willen naar mijn eigen versie eigenlijk.
Hoe jij mij misschien wel buiten deze camera's en opname en apparatuur zou ontmoeten.
En zou zeggen, goh, wat een spontane vrouw die uit nieuwsgierigheid met iedereen gesprekken voert.
Ja, dus echt, we gaan de kwaliteit spontaniteit gaan we vormgeven door middel van de live action learning methode.
Oké.
Ja, dus die spontane versie van jou, daar gaan we aan werk, die gaan we vormgeven eigenlijk.
En dat doen we op vier manieren.
Heel misschien kende je wel de power pose.
Dat was tien jaar geleden, vijftien jaar geleden, helemaal hip.
Dat als je twee minuten lang in een bepaalde stand ging staan en met je benen in je zij, of met je armen in je zij, dat je dan krachtiger werd.
Dat is volgens gedebunked.
Dat klopte niet.
Mensen gingen niet zich daadwerkelijk ook krachtige voelen, meer testosteron aanmaken.
Maar één onderzoeksteam heeft onderzocht van wanneer dat nou wel gebeurt.
Wanneer heb je nou echt daadwerkelijk in je lichaam veranderingen qua gedrag.
En dat is als je niet alleen je houding verandert, maar ook andere dingen erbij stopt.
En dat gaan we nu doen.
Denk eens terug, en je zegt al, dat heb je, want ik heb jou misschien al zo ontmoet hier.
Denk eens terug aan een moment waarop je echt lekker spontaan was.
Lekker vrij, lekker nieuwsgierig.
En wanneer was dat moment?
Dan denk ik heel snel terug eigenlijk aan een moment dat je speelt met je kinderen.
Ja, mooi.
Maar gewoon voor jezelf even, en het is een podcast, dus je mag het een beetje narraten.
Normaal zou ik zeggen, mag in je hoofd.
Maar wat deed je toen?
Wat gebeurde er?
Hoe voel je je?
Nou, we deden op dat moment een tikkertje.
En we renden, Louie is best wel snel, mijn zoontje.
Maar die is dus ook gewend dat hij snel is ten opzichte van andere kinderen.
Dus dan versnelde ik als moeder met nog sneller lopen.
En dan was er gewoon heel veel lol in zijn gezicht.
Er was spontaniteit in mijn lichaam.
Er was zo random door het huis.
Papa was er niet.
Dat maakt ook altijd misschien het nog spontaner.
Dat er geen andere volwassenen is die jou op je speelsheid kan corrigeren op dat moment.
En dat beeld heb ik voor me.
Ja, prachtig.
En de volgende zin, en dat gebeurt nu eigenlijk al.
Dat gebeurt heel vaak.
En voor de mensen die via camera kijken, die zien dit.
Je gaat al direct anders bewegen.
Als je dit aan het vertellen bent, heb je zelf gezien hoe je beweegt.
Je maakt ruimte.
Je zet je armen echt aan de zijkant.
En die ga je echt bewegen.
Een paar keer heb je deze beweging zo gemaakt waarbij je armen om zijn beurt naar binnen en naar buiten gaan.
En ik overdrijf het nu een beetje voor jezelf.
Maar blijkbaar op het moment dat je hier aan terugdenkt al, dan komt er sowieso.
Je gezicht gaat meer glimlachen.
En je gaat een beetje dromerig kijken en iets meer je hoofd bewegen.
Maar ook je armen komen erop bij.
Want als je nou, dus je hebt teruggedacht, gaat zitten als echt de meest spontane versie van jezelf.
Welke houding zou je jezelf geven als echt een helemaal spontane versie van jezelf?
Even zoeken door.
Ja, heel goed.
En dat is precies het punt.
Lekker experimenteren.
We hebben nu tien minuten.
Dit kan ook in een veel langere training of een coaching.
Maar nu even zoeken.
Het blijft lastig ook, omdat ik heel bewust ben eigenlijk meteen weer van,
hé, als ik mijn hand nu leer leg, dan horen we het op de microfoon.
Oké.
Beste luisteraars, het komende stukje wordt de geluidskwaliteit iets minder.
Want er gaan dingen gebeuren met galmen op tafels, maar wij gaan de vrijheid en de spontaniteit zoeken.
Dus we gaan dit er ook niet uitknippen, Maaike.
Je hebt nu alles mag.
Ik heb jou het alibi gegeven.
Het is mijn schuld dat jij lekker vrij voelt.
Dit hadden we vooraf moeten doen, deze tooltime.
Eigenlijk wel, ja, inderdaad, ja.
Oké.
Oké.
Ik zit in mijn ontspannen houding.
Jij zit in jouw ontspannen houding.
En inderdaad heb ik hier weer twee dingen.
Elke keer als jij erin gaat, dan zie ik jou, je armen, zie ik jou eruit gooien.
En dan weer even ontspannen neerzetten.
En je gaat op en neer met je hoofd.
Dus dat is ook wat je kan gebruiken om jezelf zo te vormen.
De volgende stap naast het denken en het vormen, is het voelen.
Wat is voor jou inderdaad echt dat spontane gevoel?
Het sprankelt van binnen.
Het sprankelt van binnen.
Helemaal mooi.
En dit vind ik leuk.
Ik wil altijd weten hoe dit werkt, maar ik kan het niet zien.
Maar het sprankelt van binnen.
En we moeten met elkaar, jij weet wat dat is.
En dat is belangrijk, dat jij weet wat dat is.
En dan vervolgens als laatste, dus naast het denken, het vormen en het voelen, is het doen.
Je spreekt één actie met jezelf af.
Iets waardoor je zegt, oh ja, maar op die manier kan ik er ook komen.
De eerste actie die je doet om lekker die vrijheid en die spontaniteit te hebben.
Wat zou een simpele afspraak kunnen zijn met jezelf?
Dat ik voordat ik de opname in ga, misschien dat gevoel weer terughaal.
Dat ik letterlijk in die sprankeling ga zitten, in dat speelse kind daarin, die vrijheid voel.
En op die manier, ja, aan de ene kant wil ik zeggen, nou weet je, we gaan alle podcast die namaken,
we gewoon geluid af en toe op tafel.
Ja.
Maar dat voelt ook weer misschien een stap te ver nog, maar intern voelen, die sprankeling, ik denk dat dat al heel veel zou helpen.
Ja, dus voor jezelf spreek je af inderdaad van tevoren en eigenlijk is dat al de volgende stap.
Dus je hebt nu het denken, vormen, voelen, doen.
Dat is de methode in de simpelste vorm.
Als je dat doet met je verbeelding en je verbeeld je hoe die elementen bij je zijn, dan weet je eigenlijk hoe het eruit ziet.
En vervolgens heb je dan nog twee dingen nodig.
En één is inderdaad een trigger.
Dus de trigger is, ik ga zo meteen een podcast, ga ik doen.
En dan heb je twee triggers.
Eén is de als dan.
Als dit gebeurt, dan doe ik dat.
En de andere is de voornemen.
Jij hebt nu net een voornemen met jezelf afgesproken.
Voordat de podcast begint, roep ik deze versie op en is die er ook gewoon hier.
De andere kan je ook, als ik merk dat mijn schouder vast zit, bijvoorbeeld.
Of hoe merk je dat je niet vrij bent, dat je niet spontaan bent?
Ik merk dat denk ik in mijn houding.
Ja?
Ja.
Kan je beschrijven wat je dan voelt in je houding?
Hoe je houding dan is?
Weet je, heel erg.
Ik heb natuurlijk ook een koptelefoon op, daar zit een draadje aan als ik veel beweeg eigenlijk.
Dus dat je echt gewoon eigenlijk een beetje vastgeplakt zit aan die stoel.
En eigenlijk zo min mogelijk geluid probeert te produceren op ongewenste momenten.
Ja.
Dat je je gevangen voelt eigenlijk letterlijk op deze stoel.
Ja, precies.
Dus je gaat ook inderdaad, voor de mensen die meekijken, je maakt je ook kleiner.
Dus dat gevoel van gevangenheid, dat kan voor jou een trigger zijn.
Als je die merkt bij jezelf, dat is die als dan.
Als ik merk dat ik me gevangen voel, dat ik zo min mogelijk geluid probeer te maken.
Dan roep ik even die versie bij mezelf op.
En dan maakt die maar een beetje geluid.
Op naar de vrijheid.
Op naar de vrijheid.
Dankjewel.
Alsjeblieft.
Ik hoop echt dat je het nu merkt in aflevering vijf dan, want we zijn inmiddels in aflevering vier,
dat we verschil gaan horen.
Dan gaan we alweer naar de kettingvraag.
En de kettingvraag is een vaste traditie in deze podcast.
En de kettingvraag, dat is het volgende.
Een trainer stelt een vraag aan de volgende trainer.
Wat inhoudt dat de vorige trainer een vraag aan jou heeft gesteld.
En die vraag was, Annepaten vroeg aan je nou, op welke manier jouw persoonlijkheid invloed heeft op jouw trainersstijl?
Ik heb weleens gezegd, ik ben een open boek.
Dus ik kan me ook helemaal niet verbergen.
Ik weet dat ik enorm enthousiast ben.
En daar moet ik niet gaan tegen vechten.
Daar moet ik ook gewoon lekker gebruik van maken.
En ik mag dus in mijn persoonlijkheid, ik hou van vrijheid, ik hou van naad van spelen, ik hou van enthousiasme, mag ik die vinden.
En dan gaat het af en toe misschien net iets te snel.
Of dan gebruik ik af en toe net iets te veel woorden.
Maar dat is hetzelfde als wat we net deden met jouw vrijheid.
Liever dat die versie van jou volledig er mag zijn, dan dat ik mezelf ga lopen inhouden en daardoor eigenlijk een slechtere trainer word.
Dus ja, mijn persoonlijkheid, mijn enthousiasme, ja, dat is wat ik gewoon altijd meeneem.
En wat ook heerlijk is om te mogen zijn.
En jij hebt zelfs je traininggenre eigenlijk daarop aangepast, ook op de werkvormen die je doet.
Absoluut, ja, want het spelen, ja, dus daarom, wees gewoon lekker wie je zelf bent en word je daar het allerbeste in.
Heb jij ook een vraag voor de volgende trainer?
Ja, uiteraard.
En dat is, misschien moet ik er even toelichten, dat is Arie Speksneider.
Hij traint trainers.
Ja.
En hij heeft twee boeken geschreven.
Heb jij een leuke vraag voor hem?
Ja, kijk, als keynote spreker, dan help ik mensen om hun verbeelding te gebruiken, ook om zin te krijgen in de toekomst.
En hoe je zelf ook, niet alleen door de oefening die we net hebben gedaan, maar ook de toekomst positief kan verbeelden en zien hoe je daarheen kan gaan.
Dus dat is eigenlijk de vraag die ik heb voor Arie.
Waar heb jij nou zin in, in de toekomst?
Dat mag heel klein of heel erg groot en filosofisch zijn.
Ik ga kijken of ik dat kan overbrengen.
Gaat het zien.
Met deze flair aanvraag.
Dan alweer de laatste vraag.
Oh nee, de ene laatste vraag.
Correctie.
Ik voel me helemaal vrij.
Ja, dit ga je ook niet knippen, toch?
Nee, we knippen helemaal niks meer.
Precies.
Ja, lekker.
Wie zou jij graag de gast willen horen in deze podcast en waarom?
Ik zou heel graag Niels Floor willen horen.
En Niels Floor is de bedenker van Learning Experience Design, LXD, ook LXD.org.
En Learning Experience Design gaat echt heel erg over, dus inderdaad, hoe kan je van leren een beleving maken?
En ik vind dat hij dat ontzettend mooi doet, maar vooral een enorme grote wereldwijde community heeft opgebouwd van mensen die dus op allerlei creatieve manieren zeggen, ja, maar leren is niet alleen het overbrengen van de kennis in de hoofd van de trainer.
Nee, het is het creëren van een beleving waarin mensen tot door je kunnen komen en kunnen leren.
Ik ben heel benieuwd.
En dan als laatste vraag, dat is, als je één ding zou moeten noemen, wat zou een verschil kunnen zijn tussen een goede trainer en de beste trainer?
Ha, een goede trainer is dus bezig met doet iedereen mee en de beste trainer maakt dat niet meer uit.
Ah, dank je wel hiervoor.
Graag gedaan.
Ik wil je bedanken voor het luisteren naar deze podcast.
En als je het nou leuk vond om te luisteren, laat het dan vooral weten in de comments.
En als je denkt, ik wil wel vaker luisteren naar de beste trainer van Nederland en geen tips missen, abonneer je dan en dan zien we elkaar voor je volgende week.
Volgende week hoor je hoe Arie Speksnijder trainingen ontwikkelt, niet door alles erin te stoppen, maar door duidelijke keuzes te maken.
Hij legt uit hoe hij deze keuzes maakt.
ZANG EN MUZIEK
ZANG EN MUZIEK