← Alle afleveringen
Zo creëer je als trainer een veilige leeromgeving - Anne Baten
In deze aflevering gaat het over het creëren van een veilige leeromgeving, duidelijke kaders, vertrouwen en wat je als trainer kunt doen als veiligheid in een groep onder druk staat. In Tool Time laat Anne zien hoe je cognitieve dissonantie voor je kan laten werken in je training. Het is geen magische tool waardoor je nooit meer weerstand hebt, maar het heeft wel veel effect op motivatie en actieve deelname.
Ook luisteren op Spotify
Transcript
Je vraagt best wel veel van deelnemers in een training.
Dus met volledige aandacht je deelnemers te begroeten.
Welkom bij de Beste Trainer van Nederland podcast.
De podcast over het geven en ontwikkelen van trainingen.
Ik ben Maaike Ruiter, psycholoogtrainer en in deze podcast verzamel ik tips en inspiratie
zodat iedereen de Beste Trainer van Nederland kan worden.
Vandaag de gast Arne Baten.
Arne werkt sinds 2020 als trainer en is afgelopen jaar afgestudeerd als psycholoogtrainer aan de Universiteit van Amsterdam.
In deze aflevering gaat het over het creëren van een veilige leeromgeving, duidelijke kaders, vertrouwen
en wat je als trainer kunt doen als de veiligheid in een groep onder druk staat.
Welkom Arne.
Dankjewel.
Ik wil uiteraard alles horen over jouw ontwikkeling als trainer.
Ook al heb ik daar ook een stukje van aan mogen aanschouwen.
Jouw kwaliteit om een veilige leeromgeving te creëren.
En ik ben benieuwd of je nog praktische tips voor ons hebt.
Vast en zeker.
Als je er klaar voor bent, gaan we starten met drie stellingen.
Je zegt alleen eens of oneens en daarna mag je hem toelichten.
Oké.
Ben je er klaar voor?
Ja.
Als de groep stilvalt, als jij een vraag stelt, is dat jouw schuld als trainer?
Ja.
Vertel.
Oké, ja, met de nuance dat ik met schuld ben, denk ik niet helemaal.
Want ik denk niet dat dat per se erg is.
Maar ik denk wel dat je er als trainer invloed op hebt.
Hoe je je vraag stelt, hoe je aansluiting is met wat er in de groep speelt.
Of iets stilvalt na een vraag of niet.
Dat denk ik ook.
Ja.
Maar het blijft natuurlijk het feit dat je als trainer ook mens bent.
En dat je niet alles weet, dat je niet alles weet wat er op dat moment speelt.
Dat je niet alle vaardigheden al onder de knie hebt.
Dus dat het gebeurt, is ook een feit.
Ben je klaar voor de volgende stelling?
Je trainers outfit hoeft niet iets netter te zijn dan de groep.
Eens.
Ja?
Ik denk dat je bent als trainer ook...
Je neemt jezelf altijd mee naar werk.
Je bent altijd jou als trainer.
Er is niemand die op dezelfde manier voor de groep staat.
Er is niemand die op dezelfde manier training geeft.
En daarin is wat je aantrekt, denk ik, ook eigen.
Ik denk ook niet dat je daarin helemaal hoeft aan te passen aan de groep.
Maar ik denk wel dat het handig is om je passend op de doelgroep waarvoor je traint te kleden.
Maar ik heb bijvoorbeeld zelf voor jongeren, pubers, jongvolwassenen, volwassenen op de unie, buiten onderwijscontext training gegeven.
En ik kleed me wel anders afhankelijk van voor welke doelgroep ik sta.
Maar dat is niet per se netter, maar zo dat ik denk dat het aansluit.
Dat is het belangrijkste eigenlijk, dat het aansluit.
Ik heb daar oprecht ook rekening mee.
Zelfs met mijn haar, hoe ik het opsteek.
Oh.
Ja.
Als ik iets vriendelijker wil overkomen, is het vaak los.
En anders?
Als het wat strenger is en dat strakke krotje.
Oh ja.
Ja.
Nu gaan mensen voor eeuwig naar mijn haar kijken.
We kunnen zelfs inschatten met welke intentie je binnenkomt.
De volgende stelling.
Een veilige leeromgeving vraagt niet om zachtheid, maar om duidelijkheid en moed.
Ja.
Eens.
Niet bij zo overtuigend.
Vertel.
Ik denk dat zachtheid passend is in een veilige omgeving.
Maar die zachtheid komt niet vanuit jou, denk ik, als trainer.
Ik denk dat om een veilige omgeving te creëren het essentieel is dat je kaders hebt.
Die helemaal niet zacht zijn.
Die super duidelijk staan.
Zodat daar binnen ruimte ontstaat voor zachtheid bij deelnemers.
Dus ja, dat ligt ergens anders, die zachtheid, denk ik.
En daar heb je soms moed voor nodig.
Want juist wanneer er behoefte is aan veiligheid, zijn deelnemers kunnen ook best wel weerstand tonen.
Juist op het moment dat ze eigenlijk dan die veiligheid nodig hebben.
En om daar dan hele duidelijke kaders neer te zetten, daar heb je soms wel moed voor nodig.
Ja.
Ook om ze maar aan te spreken eventueel.
Ja.
Al kan je nooit zeggen dat er weerstand is.
Dat hebben we geleerd op de universiteit.
Ja.
Aan jou de vraag, nu we het toch over de universiteit hebben.
Ja.
Wat heb jij geleerd op de universiteit?
Heel erg veel.
Heel erg veel.
Moeilijk om er een paar te kiezen.
Ik denk een van de belangrijkste dingen die ik heb geleerd is hoe anders elke trainer is.
Ik zei er net al even iets over.
Maar dat je dus, dat elk persoon een andere trainer is.
En eigenlijk dat daar ontzettend veel waarde in zit.
Ik denk dat dat ook wel komt door hoe wij les hebben gekregen.
Dat daar niet één duidelijk voorbeeld altijd in was.
En dat je gestimuleerd werd om verder te leren in de richting die bij jou past.
Het effect namelijk daarvan is dat je, dat iedereen weer bij andere deelnemers aansluit.
Dus waar jij bij bepaalde deelnemers aansluit, sluit ik weer bij andere deelnemers aan.
En iemand anders uit onze groep, die raakt juist weer een derde categorie aan mensen.
Dus dat er waarde in zit om niet training te geven als iemand anders.
Dus jij zegt eigenlijk ook dat de beste trainer van Nederland bestaat niet.
De trainer moet eigenlijk een goede match zijn eigenlijk met je doelgroep vooral.
Ja.
Helemaal over eens hoor.
Ik zal jou even voorstellen.
Anne Baten wordt in 1998 geboren in Amsterdam.
Ze groeit op als oudste dochter in een gezin met twee kinderen.
Al vroeg blijkt dat ze situatie snel doorgrond en goed aanvoelt.
Ze ziet veel, luistert scherp en weet haar gedrag af te stemmen op wat een moment vraagt.
Kwaliteiten die later een belangrijke rol gaan spelen in haar werk.
Het trainerschap was voor haar geen lang gekoesterde droom.
Tot 2020 is die gedachte zelfs nog nooit in haar opgekomen.
Pas wanneer ze solliciteert voor een trainersfunctie voelt ze voor het eerst.
Dit wil ik.
Daar begint ook haar eerste echte ervaring met training geven.
Ze werkt als trainer in het middelbaar en volwassen onderwijs met leerlingen, ouders en docenten.
In diezelfde periode ontwikkelt zich zichzelf verder tot HR-manager en begeleidt ze ook andere trainers.
In die tijd leert ze hoe waardevol het kan zijn als collega's verschillende kwaliteiten hebben en je elkaar echt aanvult.
Ze zegt, samen krijg je dan meer voor elkaar en leer je meer dan ieder afzonderlijk.
Je steekt elkaar namelijk steeds opnieuw aan.
Tegelijk kent haar weg ook een lastige fase.
Jarenlang werkt Anne vooral met mannelijke rolmodellen.
Gaandeweg probeert ze zich steeds verder aan te passen aan het beeld dat zij kent van een goede trainer.
Maar juist daarin raakt ze steeds verder van zichzelf verwijderd.
Haar plezier in trainen verdwijnt zelfs zo sterk dat ze er een jaar mee stopt.
Toch blijft het kriebelen.
Ze schrijft zich in voor de master training en ontwikkeling aan de UvA,
waar ze gestimuleerd wordt om niet langer met anderen zich te vergelijken, maar haar eigen stijl te ontwikkelen.
En langzaam vindt ze haar eigen koers weer terug.
Inmiddels weet Anne goed waar haar hart sneller van gaat kloppen.
Trainingen over communicatie, levensarchitectuur, hoger onderwijs en processen op de werkvloer.
Haar kracht ligt in het creëren van een veilige sfeer,
waarin ruimte is om te onderzoeken, te experimenteren en samenrichting te kiezen.
Maar daarnaast is ze ook enorm sterk in het onderwoorden brengen van wat er speelt.
En misschien zegt haar liefdevol keramiek daar ook iets over.
Met aandacht werken, voelen wat vorm wil krijgen en ruimte maken voor iets wat echt van binnenuit ontstaat.
Ja, klopt het?
Ja, dat klopt wel, denk ik.
Leuk om zo'n overview te horen van hoe je bent gekomen waar je nu bent.
Wat heb jij uiteindelijk het meest gevormd als trainer nu?
Dat is een goede vraag.
Ik denk hoe ik mezelf als persoon heb ontwikkeld heeft het meeste invloed gehad op hoe ik ook training geef.
Wat er in jezelf om gaat nemen, denk ik, elke dag ook mee naar de trainerscontext.
Nou, mooi dat inzicht.
Dat het ook weer meteen privé ook wordt meegenomen.
Ja.
Zijn er ook nog specifieke tips daarin?
Van zeg je, wat doe je nou concreet om dat ook op die manier te registreren?
Ja, zeker.
Ik denk wat ik daar zelf concreet ook aan heb gedaan en waar ik iedereen voor zou willen uitnodigen om dat ook een keer te proberen,
is om niet die, als het bijvoorbeeld moeilijk is of als er tegenslagen zijn, om dat weg te stoppen en een soort van niet te laten zijn op het moment dat je training geeft.
Maar om die fases en die momenten juist te gebruiken om dichter bij je deelnemers te komen.
Om te kijken op welke manier verbind ik je met je training en je deelnemers.
Dus bijvoorbeeld, op dit moment ben ik bezig met een model tekenen en schildercursus.
Dat vind ik echt ontzettend leuk om te doen.
Maar ik zit in een groep waar iedereen die in die groep zit beter, die tekent gewoon sinds twintig jaar.
En ik dacht van, oh, ik vind dit ook leuk om te doen en ik heb wel iets getekend.
Maar goed, dat is wel op een ander niveau.
Op vrijdagavond ga ik dan naar die cursus waar ik me vergelijk met iedereen die naast me staat, omdat dat automatisch gebeurt, die zoveel beter kan tekenen.
En op dat moment, ik voelde me daar best wel ellendig in, hoe ik daar stond voor die ezel.
En dan staat er een model voor je.
En dat ik daar later over na aan denken was, dat dat precies momenten zijn die onze deelnemers ook kennen.
Die komen ook wel eens aan met dingen die in hun privéleven spelen.
En dan staan ze daar in een groep tussen allemaal mensen die iets beter kunnen.
Die staan ook wel eens in een groep van mensen waar ze dan moeten zeggen, want ik wil dan graag me daarin ontwikkelen.
Dus ik moet elke keer opnieuw om hulp vragen bij mijn docent, die super begripvol en ondersteunend is.
Maar toch moet ik elke keer die stap zetten om weer aan te geven, het lukt me niet, ik kan het nog niet.
Wil je me alsjeblieft helpen bij degene die naast je staat te vragen van, hoe doe jij dit?
Of kan je even met me meekijken?
En dat zijn situaties die heel herkenbaar zijn voor onze deelnemers.
En ik denk als je dat eerder op die manier, als het je lukt om dat op die manier te bekijken en op die manier mee te nemen naar je werk,
is het iets wat je dus niet hoeft weg te stoppen, maar wat je meer verbinding geeft en misschien meer kracht als trainer.
Ja, je stapt eigenlijk in die rol als deelnemer even.
Ja, en dan kan je er begrip voor hebben, want je vraagt best wel veel van deelnemers in een training.
En dat is ook goed, want daardoor kunnen ze zich ontwikkelen.
Maar het is denk ik wel goed om er eerlijk naar te kijken dat je dus best veel vraagt.
Ja, maar misschien herkennen heel veel trainers zich hier ook wel in.
Ja, wie weet. Ik ben benieuwd of mensen zich hierin herkennen.
Dat kan ik me wel voorstellen.
Maar we gaan even naar jouw kwaliteit eigenlijk.
Jij bent echt ontzettend sterk in een veilige omgeving creëren.
Wat is een veilige omgeving voor jou?
Ik denk dat een veilige omgeving een omgeving is waarin fouten gemaakt mogen worden,
waarin mensen mogen zijn, niet alleen hoeven te presteren,
waarin plezier gemaakt kan worden en misschien wel bovenal waarin het oké is als je iets nog niet weet of nog niet kan.
Ja, maar dat is best lastig.
Als we nou stap voor stap door een training gaan, studenten of deelnemers in dit geval, komen binnen.
Wat doe jij om die veiligheid te creëren?
Ik denk dat dat al net daarvoor begint dat ik zorg dat voorbereiding eigenlijk klaar is,
dat de logistieke dingen uitgezet zijn, klaarstaan, dat ik daar niet meer aan hoef te denken.
En ik ben van nature denk ik een heel geïnteresseerd mens in andere mensen.
Ik ben altijd benieuwd naar van alles en nog wat wat mensen in hun dagelijks leven doen.
En ik wakker die nieuwsgierigheid op dat moment eigenlijk al een beetje aan,
omdat dat ervoor zorgt dat ik met aandacht mensen aankijk als ze binnenkomen, naar ze lach,
dat ik alvast iets van een vraag stel en dus met volledige aandacht je deelnemers te begroeten.
Jij zegt start de dag met smalltalk.
Ja, en vooral met aandacht.
En de aandacht zit hem in?
Ik denk letterlijk ruimte hebben in je hoofd om aandacht te kunnen tonen.
Want als je in je hoofd nog bezig bent met andere dingen die misschien nog geregeld moeten worden,
praktische zaken of dat je vooruit aan het denken bent naar het volgende blok of dat allemaal wel goed gaat,
dan is er minder ruimte voor aandacht voor de ander.
Dat snap ik. Heel logisch.
De training gaat verder.
Wat zijn andere aspecten wat jij doet om nou echt die veiligheid te creëren, dat het zo goed lukt bij jou?
Ik denk verschillende aspecten die daarin samenkomen.
Ik ben me er erg bewust van dat aan het begin, dat je als trainer een voorbeeld bent voor de boodschap die je hebt.
Dus als ik het belangrijk vind dat er een veilige sfeer is, dan ben ik daar een voorbeeld in.
Of dan heb ik daar een voorbeeldfunctie in.
En op een gegeven moment gaat dat een beetje, gaat er een soort shift plaatsvinden van,
aan het begin is dat voornamelijk tussen mij aan de ene kant en de deelnemers aan de andere kant.
En op een gegeven moment die dynamiek die ik met de deelnemers heb,
die beïnvloedt hoe de deelnemers vervolgens met elkaar omgaan en hoe de groep dynamiek beïnvloed wordt.
Dus jij toont eigenlijk voorbeeldgedrag van zo gaan jullie met elkaar om, want ik ga zo met jullie om.
Ja, dus bijvoorbeeld kan ik een concreet voorbeeld noemen waarin studenten een sociale interactie moesten analyseren.
Eigenlijk moesten ontleden en daarvoor had ik een figuur op de grond getaped waar iemand dan om zijn beurt in moest gaan staan.
En die deelnemer moest dan afhankelijk van het gesprek wat we gingen analyseren door dat figuur heen bewegen.
En daarin waren ze door dat figuur heen aan het bewegen.
En bij elke volgende zin gingen ze dan weer ergens anders staan.
En op een gegeven moment stond er een student in het midden en dan die hele kring van deelnemers om haar heen.
En halverwege het gesprek liep ze vast en keek ze me een beetje hulpeloos aan.
Waarin het heel duidelijk was dat het voor haar een heel kwetsbaar moment was en ze niet wist hoe ze verder moest.
En mijn vraag was aan haar, zal ik naast je komen staan?
En toen zei ze ja, dus ik kwam naast haar staan en toen stonden we opeens samen in het figuur.
En vervolgens vroeg ik haar, denk je dat iemand anders misschien een idee heeft hoe we verder kunnen bewegen?
Wat ervoor zorgde dat zij aan de groep vroeg, heeft iemand een idee wat een volgende stap zou kunnen zijn?
Waar dan reactie kwam en toen zaten we opeens in een groepsproject.
Waar iedereen aan het meedenken was hoe we dan vervolgens die stappen gingen zetten.
En ik denk dat naast wat je dan al oppervlakkig ziet gebeuren, dat ze aan het samenwerken zijn, zijn dat echt essentiële stappen in het creëren van een veilige omgeving.
Omdat je laat zien, het is oké als je het niet weet.
Ik ben hier om je te helpen.
We helpen allemaal elkaar.
Ja, dat is oké.
Het is eigenlijk dubbel.
Je hebt en een mooi voorbeeld gedrag, het vertoont eigenlijk, wat je wil dat mensen met elkaar omgaan.
Ja.
En er komt nog meer actie.
Ja, precies.
En je hoeft het niet alleen te doen.
Ik denk dat dat een, ja, je hoeft het niet alleen te doen.
En vervolgens merk je dan dat in de weken daarna, dat ze makkelijker ook weer naar elkaar toe stappen.
Dan zie je dat, ze zien dat iemand vastloopt.
Dat was bij een oefening een week later waar een video geanalyseerd moest worden.
En waarin iemand eigenlijk geluid wilde uitzetten omdat hij zijn eigen stem niet om aan te horen vond.
En dat iemand anders dan daar even een stukje ondersteuning in gaf.
Nee, dat is oké.
We gaan nu alsnog verder analyseren.
Dus ze geven elkaar niet een makkelijke uitweg.
Ze dagen elkaar wel uit om die leerkansen te pakken.
Maar dat kan denk ik alleen maar omdat die omgeving dan zo veilig is.
Ze zeggen ook wel, om vertrouwen te krijgen, moet je vertrouwen geven.
Ja.
Zijn dat ook allemaal aspecten of zijn er nog andere aspecten waar jij zegt van, nou, op die manier geef ik vertrouwen?
Ik denk wel echt, je er bewust van zijn.
Of je zelf bewust afvragen, heb ik genoeg vertrouwen in mijn deelnemers?
Want soms heb je dat niet.
Want je bent ook mens en misschien heb je al stukken gezien qua gedrag of qua eerdere oefeningen waarvan je denkt, hmm.
Ja, en daarin eerlijk naar jezelf zijn wanneer je dat vertrouwen misschien minder hebt en jezelf ook afvraagt, hoe kan ik dat vertrouwen weer meer krijgen?
Is er misschien een ander aspect wat ik van ze kan vragen waar ik wel vertrouwen in heb?
Mooi.
Ja.
En misschien ook vragen van, hey, verwacht ik zelf niet teveel van mijn studenten of van mijn deelnemers in het geval?
Zeker, ja.
Ik denk dat de vragen daarin heel relevant zijn, wat is je uiteindelijke doel, waar wil je uitkomen?
Wat heb je daarvoor nodig om daar te komen, zowel van jou als van de deelnemer?
En vraag je meer van de deelnemer of ben je kritischer op de deelnemer dan wat daarvoor nodig is, dan zit je te hoog.
Dat is helemaal waar.
Zijn er momenten waarin je veiligheid creëren voor jou lastig is?
Er zijn momenten waarin het lastig is omdat er bij mezelf iets speelt wat het lastig maakt.
Er zijn ook momenten waarop het lastig is omdat er in een groep iets speelt wat het lastig maakt.
Bij mezelf zou ik zeggen, als ik te gespannen ben, dat kan zijn door de training die ik geef of door iets wat buiten de training op dat moment speelt.
Omdat ik dan eigenlijk minder capaciteit heb voor die aandacht.
En ik denk op een bepaalde manier die rust uitstralen, dat een bepaalde manier van rust uitstralen ervoor zorgt dat deelnemers voelen van oké, ik mag proberen.
En ik mag misschien een keer iets geks doen en iets testen, want de rustige basis is er al.
Dat hoeven zij niet te zijn, dat ben ik in die zin.
En dat wordt moeilijker voor mij als ik gespannen ben en dat zelf minder voel.
Ja, logisch.
En vanuit de groep is dat bijvoorbeeld als er groepsdynamieken spelen waarin mensen, deelnemers bijvoorbeeld heel kritisch of heel afkeurend naar elkaar zijn.
Dan begin je gewoon op een ander level van veiligheid.
En dan moet je meer stappen zetten en dan heb je meer tijd nodig om tot een veilig level te komen.
En welke stappen zou je dan kunnen zetten?
Bij vooral een groep waar dus de veiligheid echt een ding is eigenlijk bij volbaat al.
Ja, ik denk aan het begin eerlijk zijn naar jezelf toe op welk level je zit qua veiligheid met de groep.
Dus dat ook niet mooier maken.
Een stuk erkenning voor de situatie.
En vervolgens misschien wel uittekenen.
Ik doe dat dan graag op papier, maar hoe je dat dan zelf prettig vindt.
Welke fase je eigenlijk door zou willen.
En vervolgens kijken hoe kan je dat bijvoorbeeld doen.
En ook welke fases hebben we het dan?
Ja, ik denk dat dat dus een beetje afhangt van de groep waar je in zit.
Maar bijvoorbeeld, stel dat je begint met een fase waarin er dus echt misschien wel helemaal niet verbouw elkaar, dat mensen elkaar niet verbouw aan het afkeuren zijn, maar dat het allemaal non-verbouw is.
Dat het eigenlijk bijvoorbeeld een volgende laag is dat het besproken moet worden.
Wat er op dit moment speelt in de groep.
Dat dit aan de hand is.
Waarvan een volgende laag bijvoorbeeld weer kan zijn, wat maakt dat dit aan de hand is?
Wat is er vooraf gegaan aan dit?
Zijn er andere projecten waarin mensen samenwerken, waar problemen onder liggen en hier komt dat ten uiting?
Of ja, wat zijn de voorgangers eigenlijk aan deze situatie?
En vervolgens dan met de groep bespreken, oké, en hoe kunnen we daarin dan een volgende stap zetten?
Ik zou ook wel benoemen dat een veilige sfeer belangrijk is.
Waarom is een veilige sfeer belangrijk?
En dan wordt het een gezamenlijk iets wat je gaat oplossen, in plaats van dat jij in je eentje keihard staat te trekken om die situatie op te lossen.
Dat is een goede vraag.
Waarom is veiligheid belangrijk?
Ja, waarom is veiligheid belangrijk?
Omdat, ik denk, het geeft een...
Zeg maar, kijk, inhoud is belangrijk.
Leuke, inspirerende werkvormen zijn belangrijk, maar beide verliezen compleet hun waarde als ze niet op een fundering staan van veiligheid.
Want dan staan ze gewoon te wiebelen totdat ze omvallen.
Dus eigenlijk is het een basislaag die het mogelijk maakt om verder omhoog te bouwen.
En vervolgens kan je meer leren, het is leuker.
Er worden gewoon veel grotere stappen gezet, met meer plezier.
Het laatste is ook een mooie toevoeging.
Je zegt van bepaalde groepen die hebben van tevoren veel meer weerstand en angsten en er is een onveiligere sfeer.
Hoe hou je naar de balans?
Want aan de ene kant heb je een leerdoel tijdens trainingen.
Maar aan de andere kant is dit een belangrijk onderdeel om te kunnen leren.
Hoe zorg je nou dat er balans blijft tussen...
Ja, ik denk daarin is het zoals echt heel vaak belangrijk om te beginnen met wat je einddoel is.
Dus wat is hetgeen, wat is je uiteindelijke punt waar je naartoe wil?
En daarvoor kijken wat is een minimum aan veiligheid wat je daarvoor nodig hebt.
En daarin kan je niet inleveren.
Dus tot dat punt van veiligheid zal je moeten gaan om bij je leerdoel uit te komen.
En ik zou niet verder gaan dan dat.
Want dat is eigenlijk tijd en energie die je kan stoppen in richting je leerdoel bewegen.
In plaats van richting een veiligere sfeer te bewegen.
Het is natuurlijk mooi en heel fijn als die sfeer nog veiliger wordt.
Maar de vraag is of als dat niet het uiteindelijke doel van jouw training is, dan gaat het op dat moment om wat anders.
Dus tussentijds ook vragen van jezelf afvragen.
Wat is nou het minimum level aan veiligheid hierin?
Heb ik genoeg om door te gaan?
Of moet er toch nog iets plaatsvinden?
Of een moment hiervoor genomen worden?
Of stappen worden gezet waardoor dit meer bereikt wordt eigenlijk?
Om die stappen te kunnen zetten naar het leerproces van het einddoel.
Ja.
Heel mooi.
Hey Anna, we hebben het over jouw gigantische mooie kwaliteit gehad.
Ja.
Ik ben ook wel eens benieuwd of jij ooit een werkblunder hebt gemaakt.
Ja.
Ik weet niet zo heel goed of het echt een typische werkblunder is.
Maar het eerste waar ik aan moet denken is dat ik wel eens in een groep, of tijdens het geven van een training, ervoor heb gekozen om naar huis te gaan.
Omdat ik niet meer wilde.
Eigenlijk.
Dat is de basislaat.
Ik ben er heel benieuwd.
Dat is de basislaat.
Het was in het onderwijs en het was in een klas aan het einde van een schooljaar, waarin eigenlijk de groep Sinemico het hele jaar was opgebouwd.
De sfeer was heel erg onveilig.
En de, ja, er zaten, het was een groep vol met pubers die op zoek waren naar zoveel mogelijk tegengas geven aan wat dan ook op dat moment in de klas gebeurde.
En ik was op dat moment ook nog een nieuwe trainer aan het inwerken.
En op een gegeven moment dacht ik, nee, dit is mijn energie niet waard.
En toen ben ik op zoek gegaan naar de docent, die had het lokaal verlaten.
En die heb ik toen gehaald met de mededeling dat we naar huis gingen.
En toen heeft de docent het weer overgenomen.
En ik vind het, zeg maar, op dat moment vond ik het wel echt ongemakkelijk.
Ondertussen kan ik er best wel om lachen, maar op dat moment, ja, het was geen trotsmoment.
Maar eigenlijk had je gewoon dezelfde afweging gemaakt als we er eigenlijk net over hadden.
Kan ik überhaupt het leerdoel nog bereiken?
Ja.
En het minimum was er gewoon niet eens.
Nee, nee.
En het was niet haalbaar om dat in die training te behalen.
En toen heb ik de stekker eruit getrokken.
Ik vind het ook gewoon knap dat je dat teruglegt van, hé, deze groep is niet voorbereid op dit leerdoel eigenlijk.
Het moet eerst heel duidelijk zijn waarom ze dit willen en dat ze het ook echt willen.
Want anders komen er ook geen stappen.
Ja, ik denk dat het wel zo is bij, ik heb best wel veel met jongeren gewerkt,
dat het vaak zo is, ook gezien de ontwikkelingsfase, dat ze er niet per se met intrinsieke motivatie zitten.
En dat is niet meteen zo dat je dan geen voortgang meer kan boeken,
maar er zijn wel gewoon grenzen van wanneer het stopt.
En die was bereikt.
Ik vind het heel knap dat je je grenzen hebt aangegeven.
Ik weet niet of ik het had gedaan.
Ja, het had nog wat eerder gemogen achteraf gezien, maar zo leren we dat.
Dat was weer jouw leerpunt.
Dat was weer mijn leerpunt.
We zijn alweer toegekomen aan tooltime.
En tooltime is dat een trainer iets meeneemt.
Een oefening, een werkvorm, een techniek, een model.
Iets origineels waarmee je ons kan inspireren.
Wat heb je voor ons meegenomen?
Ik heb een vraag meegenomen die ik vaak stel.
Eigenlijk altijd wel aan het begin van een training of trainingsreeks.
En in het geval van een trainingsreeks stel ik hem ook vaker tussendoor.
Hoe de vraag precies vorm krijgt hangt af van de setting, de doelgroep, de inhoud enzovoort.
Maar de vraag gaat over relevantie.
En dat gaat als volgt.
Dat ik aan het begin van een training of een trainingsreeks eigenlijk aan de deelnemers vraag, waarom is het relevant wat we doen?
En dat vraag ik meestal niet precies zoals ik het nu zeg.
Maar net een beetje vermomd dat ze niet meteen doorhebben dat dat de vraag is.
Dus hoe dat er dan bijvoorbeeld uitziet voor een vak over communicatie.
Wat wij hebben gegeven is dat aan het begin, wanneer iedereen een plekje heeft gevonden en ik heel kort mezelf heb voorgesteld en uitgelegd van uit welke bouwstenen eigenlijk het vak bestond wat wij gingen doen.
Wat we gingen geven en wat de deelnemers gingen volgen.
En vervolgens de vraag, oké, als we het dus in het vak gaan hebben over dit, dit en dit.
Waarom doen we dat? Wat is de reden?
En dan vervolgens de groep dat te laten beantwoorden.
Dan laat ik ook niet één iemand de vraag beantwoorden, maar verzamel ik zoveel mogelijk antwoorden.
En de reden dat ik dat doe is eigenlijk vanuit, het is tweeledig.
Ten eerste zet je een beetje een bepaalde bias in om tot jouw doel te komen.
Dus je vraagt de deelnemers om te beantwoorden waarom het relevant is wat we gaan doen.
Wanneer zij vervolgens er zelf over na hebben gedacht waarom het relevant is wat we gaan doen.
En dat vervolgens hebben uitgesproken, krijg je gewoon cognitieve dissonantie als je iets anders gaat doen.
Dus het is gewoon net een trucje dat ze vervolgens makkelijker die volgende stap zetten om mee te doen.
En het is natuurlijk geen soort van magische truc dat je geen weerstand krijgt of dat iedereen meteen staat te springen.
Maar het geeft een groot effect in motivatie.
Dus jij zet eigenlijk cognitieve dissonantie in tegen de deelnemers.
Kun je nog heel even toelichten wat cognitieve dissonantie is voor de mensen die het niet weten?
Ja, cognitieve dissonantie is wanneer je iets anders doet dan wat je tegen jezelf zegt dat je doet.
Dus dat geeft een soort ongelijkheid in het brein wat onprettig is.
En daardoor automatisch, dat gebeurt niet bewust, maar onbewust wordt opgevangen doordat je of je gedrag aanpast of je gedachten over je gedrag aanpast.
Zodat het weer meer in lijn ligt.
Dus het gebeurt vaak wanneer mensen iets doen wat ze eigenlijk niet zo goed vinden en dan vervolgens bij zichzelf gaan verantwoorden waarom het wel oké is.
Ja.
Dat ze dat hebben gedaan.
En op deze manier kunnen we dan even...
Daar voordeel van pakken.
Precies.
En wat is het tweede aspect dan? Daar ben ik nu al heel nieuwsgierig naar.
Ja, het tweede aspect is dat je meteen je dynamiek met de groep beïnvloedt.
Dus het is meteen duidelijk, ik ga jullie niet vertellen waarom je hier zit.
Ik ga jullie niet voorkouwen en jullie gaan daarin dan of met mij mee of een beetje achterover zitten.
Maar ik geef jullie iets en jullie gaan daar vervolgens mee aan de slag.
Dus vanaf de eerste seconde is het duidelijk van je gaat het zelf doen en er wordt een actieve werkhouding gevraagd.
Verwacht.
Hele mooie manier eigenlijk.
Ja, het is echt een win-win.
Ja.
En ik zou hem niet bij elke oefening vragen en niet elke dag vragen, maar ik vraag hem regelmatig ook nog eens tussendoor.
Zeker op een moment waarvan je denkt, oké nu is het even essentieel dat het precies duidelijk is waarom we dit doen.
En hoe vaker je dat hebt gedaan, hoe makkelijker ze antwoord geven.
Dus je kan hem echt wel een beetje zo subtiel tussendoor stellen.
Nog even aan het einde van de uitleg.
En waarom is dit nou zo belangrijk?
Nou, dan geeft er één iemand antwoord en iedereen zit alweer in de actieve modus.
Dus waarom is dit relevant?
Vooral stellen.
Ja.
In welke vorm dan net aangepast aan de situatie.
Ja.
Want dan krijg je ook nog een ander voordeel mee.
Een actieve werkhouding.
Ja.
Ja, dan ben je samen verantwoordelijk.
Precies.
Dan zijn we alweer bij de kettingvraag.
En dat is een vaste traditie.
En dat werkt als volgt.
Elke trainer stelt een vraag aan de volgende trainer.
Dus de vorige trainer was Kees van Dongen.
Die heeft een vraag aan jou gesteld.
En jij stelt straks een nieuwe vraag aan de volgende trainer.
Ja.
Wat Kees van Dongen aan jou gevraagd heeft is.
Kun je als trainer veiligheid creëren in een groep als je die op dat moment bij jezelf niet voelt?
Ja.
Ik denk wel dat het een heel stuk uitdagender is.
En ik denk wat daar moeilijk aan is, maar wel essentieel voor is, is om daarin eerlijk naar jezelf te zijn.
Dat je die veiligheid niet voelt.
Want dat kan een eerste stap zijn naar een bepaalde vorm van acceptatie.
Dat je die veiligheid niet voelt.
En dat is eigenlijk een basis die nodig is om die veilige sfeer te creëren binnen de groep.
Dat het oké is zoals het is.
Zijn er nog andere stappen die je kan maken daarin?
Van oké, ik voel de veiligheid niet bij mezelf.
Maar wat zijn nog tools die je wel op dat moment alsnog zou kunnen inzetten?
Ja, ik denk met jezelf op zoek gaan naar wat zijn dingen die jou een veiliger gevoel geven bij jezelf.
Korte, zeg maar, ja, praktische dingen die je kan doen.
Ik doe bijvoorbeeld wel eens een korte yoga of meditatie voordat ik een training inga als ik die veiligheid niet bij mezelf voel.
Ik zoek wel eens contact met mensen die heel dicht bij me staan.
Tegen wie ik eerlijk kan zeggen, ik voel het even niet.
En dat zijn er dan, ik heb dan een aantal vrienden die dan precies de juiste woorden hebben.
Om me dan even, net even dat steuntje te geven wat ik op dat moment nodig heb.
Dus eigenlijk iets meer die veiligheid bij jezelf verhogen.
En dat hoef je niet zelf te doen.
Daar mag je hulp voor vragen.
Dus eigenlijk zeg jij van, kijk of er bepaalde tips zijn, bepaalde ademhalingsoefeningen, meditatie of yoga.
Of iets wat jou helpt om eigenlijk die veiligheid meer te creëren.
Waardoor je eigenlijk alweer het stuk dat veiligheid eigenlijk oplost bij voorbaat.
Of bij dus vrienden, waardoor het misschien uit je hoofd raakt en het alweer daalt.
In de zin van, het is niet alleen iets meer in jouw wereld, maar je hebt het gedeeld.
Waardoor het misschien het gevoel van veiligheid al op die manier daalt.
Omdat je samen ervoor staat.
Ja.
Dat zijn mooie tips.
Ja.
Ik zou vooral experimenteren.
Ik denk dat dat wel mijn grootste tip is.
Maar dat gaat eigenlijk over zoveel onderwerpen waar we het over hebben gehad.
Probeer, want je weet het niet.
Ik weet het alleen maar door te proberen en vervolgens eerlijk te kijken.
Was dit het effect wat ik wilde?
Of zijn er andere dingen die ik nog kan proberen?
Vraag naar tips bij je collega's.
Luister naar deze podcast.
Zoek inspiratie op.
En probeer zoveel mogelijk.
Voor iedereen werkt het wat anders.
En dat is ook indirect meteen weer een manier waarop je, waar we het eerder over hadden.
Weer een soort van in de schoenen van je deelnemer staat.
Die worden ook gevraagd om dingen te proberen.
En om fouten te maken.
Daar geven wij het voorbeeld in.
Wat mij altijd heel veel helpt is.
Kijken wat ik zou willen dat ik deed als ik 70 was.
Oh ja.
Dus dan kijk ik altijd terug naar het leven.
En denk ik, ah, ik wou dat ik alles gedaan heb.
Zonder enige angst.
Ik ga dit gewoon doen.
Ja.
Ja.
Precies.
En zo werkt voor iedereen iets anders.
Dus probeer en kijk.
Ja, want die veiligheid is ook vaak iets wat alleen maar in je hoofd zit.
En dat straal je vervolgens helemaal uit.
En daarmee ligt de oplossing ook bij jezelf.
Bij jezelf.
Mooie.
Veiligheid ligt bij jezelf.
Ja.
Is dat de conclusie?
Ja, zeker.
Ja, en daar zit dus ook denk ik het meeste, daar kun je de meeste winst behalen.
Dat denk ik ook.
Bij jezelf.
Ja.
En jouw handige tools natuurlijk.
Ja.
Wie zou jij nou leuk vinden om nog meer te gast te worden in deze podcast?
Ik zou het heel erg leuk vinden om onze docent een keer te horen in de podcast.
Ja, ik ook.
Ja.
De reden daarvoor is dat, wat ik heel erg bewonder aan haar trainingstijl, is dat zij altijd ons
allemaal, nou allemaal, we waren dus met een hele kleine groep van in de volledige master zes
mensen, maar dat zij ons altijd heeft gestimuleerd om onszelf als onze eigen versie van trainer
verder te ontwikkelen.
En dat is iets waar ik echt veel bewondering voor heb.
Leuk thema.
Ja.
Laatste ding.
Wat zouden mensen moeten doen om een beter te trainer te worden, als jij één ding mag noemen?
Echt je eigen leven te leven en je dromen achterna te gaan.
Wauw.
Onder die noot wil ik iedereen bedanken voor het luisteren naar deze podcast.
Als je iets geleerd hebt, laat het dan vooral weten in de comments.
En als je denkt, ik wil wel vaker luisteren naar de Beste Trainer van Nederland podcast en
geen tips missen, abonneer je dan en dan zien we elkaar weer volgende week.
***
***
***
***
***
Dus met volledige aandacht je deelnemers te begroeten.
Welkom bij de Beste Trainer van Nederland podcast.
De podcast over het geven en ontwikkelen van trainingen.
Ik ben Maaike Ruiter, psycholoogtrainer en in deze podcast verzamel ik tips en inspiratie
zodat iedereen de Beste Trainer van Nederland kan worden.
Vandaag de gast Arne Baten.
Arne werkt sinds 2020 als trainer en is afgelopen jaar afgestudeerd als psycholoogtrainer aan de Universiteit van Amsterdam.
In deze aflevering gaat het over het creëren van een veilige leeromgeving, duidelijke kaders, vertrouwen
en wat je als trainer kunt doen als de veiligheid in een groep onder druk staat.
Welkom Arne.
Dankjewel.
Ik wil uiteraard alles horen over jouw ontwikkeling als trainer.
Ook al heb ik daar ook een stukje van aan mogen aanschouwen.
Jouw kwaliteit om een veilige leeromgeving te creëren.
En ik ben benieuwd of je nog praktische tips voor ons hebt.
Vast en zeker.
Als je er klaar voor bent, gaan we starten met drie stellingen.
Je zegt alleen eens of oneens en daarna mag je hem toelichten.
Oké.
Ben je er klaar voor?
Ja.
Als de groep stilvalt, als jij een vraag stelt, is dat jouw schuld als trainer?
Ja.
Vertel.
Oké, ja, met de nuance dat ik met schuld ben, denk ik niet helemaal.
Want ik denk niet dat dat per se erg is.
Maar ik denk wel dat je er als trainer invloed op hebt.
Hoe je je vraag stelt, hoe je aansluiting is met wat er in de groep speelt.
Of iets stilvalt na een vraag of niet.
Dat denk ik ook.
Ja.
Maar het blijft natuurlijk het feit dat je als trainer ook mens bent.
En dat je niet alles weet, dat je niet alles weet wat er op dat moment speelt.
Dat je niet alle vaardigheden al onder de knie hebt.
Dus dat het gebeurt, is ook een feit.
Ben je klaar voor de volgende stelling?
Je trainers outfit hoeft niet iets netter te zijn dan de groep.
Eens.
Ja?
Ik denk dat je bent als trainer ook...
Je neemt jezelf altijd mee naar werk.
Je bent altijd jou als trainer.
Er is niemand die op dezelfde manier voor de groep staat.
Er is niemand die op dezelfde manier training geeft.
En daarin is wat je aantrekt, denk ik, ook eigen.
Ik denk ook niet dat je daarin helemaal hoeft aan te passen aan de groep.
Maar ik denk wel dat het handig is om je passend op de doelgroep waarvoor je traint te kleden.
Maar ik heb bijvoorbeeld zelf voor jongeren, pubers, jongvolwassenen, volwassenen op de unie, buiten onderwijscontext training gegeven.
En ik kleed me wel anders afhankelijk van voor welke doelgroep ik sta.
Maar dat is niet per se netter, maar zo dat ik denk dat het aansluit.
Dat is het belangrijkste eigenlijk, dat het aansluit.
Ik heb daar oprecht ook rekening mee.
Zelfs met mijn haar, hoe ik het opsteek.
Oh.
Ja.
Als ik iets vriendelijker wil overkomen, is het vaak los.
En anders?
Als het wat strenger is en dat strakke krotje.
Oh ja.
Ja.
Nu gaan mensen voor eeuwig naar mijn haar kijken.
We kunnen zelfs inschatten met welke intentie je binnenkomt.
De volgende stelling.
Een veilige leeromgeving vraagt niet om zachtheid, maar om duidelijkheid en moed.
Ja.
Eens.
Niet bij zo overtuigend.
Vertel.
Ik denk dat zachtheid passend is in een veilige omgeving.
Maar die zachtheid komt niet vanuit jou, denk ik, als trainer.
Ik denk dat om een veilige omgeving te creëren het essentieel is dat je kaders hebt.
Die helemaal niet zacht zijn.
Die super duidelijk staan.
Zodat daar binnen ruimte ontstaat voor zachtheid bij deelnemers.
Dus ja, dat ligt ergens anders, die zachtheid, denk ik.
En daar heb je soms moed voor nodig.
Want juist wanneer er behoefte is aan veiligheid, zijn deelnemers kunnen ook best wel weerstand tonen.
Juist op het moment dat ze eigenlijk dan die veiligheid nodig hebben.
En om daar dan hele duidelijke kaders neer te zetten, daar heb je soms wel moed voor nodig.
Ja.
Ook om ze maar aan te spreken eventueel.
Ja.
Al kan je nooit zeggen dat er weerstand is.
Dat hebben we geleerd op de universiteit.
Ja.
Aan jou de vraag, nu we het toch over de universiteit hebben.
Ja.
Wat heb jij geleerd op de universiteit?
Heel erg veel.
Heel erg veel.
Moeilijk om er een paar te kiezen.
Ik denk een van de belangrijkste dingen die ik heb geleerd is hoe anders elke trainer is.
Ik zei er net al even iets over.
Maar dat je dus, dat elk persoon een andere trainer is.
En eigenlijk dat daar ontzettend veel waarde in zit.
Ik denk dat dat ook wel komt door hoe wij les hebben gekregen.
Dat daar niet één duidelijk voorbeeld altijd in was.
En dat je gestimuleerd werd om verder te leren in de richting die bij jou past.
Het effect namelijk daarvan is dat je, dat iedereen weer bij andere deelnemers aansluit.
Dus waar jij bij bepaalde deelnemers aansluit, sluit ik weer bij andere deelnemers aan.
En iemand anders uit onze groep, die raakt juist weer een derde categorie aan mensen.
Dus dat er waarde in zit om niet training te geven als iemand anders.
Dus jij zegt eigenlijk ook dat de beste trainer van Nederland bestaat niet.
De trainer moet eigenlijk een goede match zijn eigenlijk met je doelgroep vooral.
Ja.
Helemaal over eens hoor.
Ik zal jou even voorstellen.
Anne Baten wordt in 1998 geboren in Amsterdam.
Ze groeit op als oudste dochter in een gezin met twee kinderen.
Al vroeg blijkt dat ze situatie snel doorgrond en goed aanvoelt.
Ze ziet veel, luistert scherp en weet haar gedrag af te stemmen op wat een moment vraagt.
Kwaliteiten die later een belangrijke rol gaan spelen in haar werk.
Het trainerschap was voor haar geen lang gekoesterde droom.
Tot 2020 is die gedachte zelfs nog nooit in haar opgekomen.
Pas wanneer ze solliciteert voor een trainersfunctie voelt ze voor het eerst.
Dit wil ik.
Daar begint ook haar eerste echte ervaring met training geven.
Ze werkt als trainer in het middelbaar en volwassen onderwijs met leerlingen, ouders en docenten.
In diezelfde periode ontwikkelt zich zichzelf verder tot HR-manager en begeleidt ze ook andere trainers.
In die tijd leert ze hoe waardevol het kan zijn als collega's verschillende kwaliteiten hebben en je elkaar echt aanvult.
Ze zegt, samen krijg je dan meer voor elkaar en leer je meer dan ieder afzonderlijk.
Je steekt elkaar namelijk steeds opnieuw aan.
Tegelijk kent haar weg ook een lastige fase.
Jarenlang werkt Anne vooral met mannelijke rolmodellen.
Gaandeweg probeert ze zich steeds verder aan te passen aan het beeld dat zij kent van een goede trainer.
Maar juist daarin raakt ze steeds verder van zichzelf verwijderd.
Haar plezier in trainen verdwijnt zelfs zo sterk dat ze er een jaar mee stopt.
Toch blijft het kriebelen.
Ze schrijft zich in voor de master training en ontwikkeling aan de UvA,
waar ze gestimuleerd wordt om niet langer met anderen zich te vergelijken, maar haar eigen stijl te ontwikkelen.
En langzaam vindt ze haar eigen koers weer terug.
Inmiddels weet Anne goed waar haar hart sneller van gaat kloppen.
Trainingen over communicatie, levensarchitectuur, hoger onderwijs en processen op de werkvloer.
Haar kracht ligt in het creëren van een veilige sfeer,
waarin ruimte is om te onderzoeken, te experimenteren en samenrichting te kiezen.
Maar daarnaast is ze ook enorm sterk in het onderwoorden brengen van wat er speelt.
En misschien zegt haar liefdevol keramiek daar ook iets over.
Met aandacht werken, voelen wat vorm wil krijgen en ruimte maken voor iets wat echt van binnenuit ontstaat.
Ja, klopt het?
Ja, dat klopt wel, denk ik.
Leuk om zo'n overview te horen van hoe je bent gekomen waar je nu bent.
Wat heb jij uiteindelijk het meest gevormd als trainer nu?
Dat is een goede vraag.
Ik denk hoe ik mezelf als persoon heb ontwikkeld heeft het meeste invloed gehad op hoe ik ook training geef.
Wat er in jezelf om gaat nemen, denk ik, elke dag ook mee naar de trainerscontext.
Nou, mooi dat inzicht.
Dat het ook weer meteen privé ook wordt meegenomen.
Ja.
Zijn er ook nog specifieke tips daarin?
Van zeg je, wat doe je nou concreet om dat ook op die manier te registreren?
Ja, zeker.
Ik denk wat ik daar zelf concreet ook aan heb gedaan en waar ik iedereen voor zou willen uitnodigen om dat ook een keer te proberen,
is om niet die, als het bijvoorbeeld moeilijk is of als er tegenslagen zijn, om dat weg te stoppen en een soort van niet te laten zijn op het moment dat je training geeft.
Maar om die fases en die momenten juist te gebruiken om dichter bij je deelnemers te komen.
Om te kijken op welke manier verbind ik je met je training en je deelnemers.
Dus bijvoorbeeld, op dit moment ben ik bezig met een model tekenen en schildercursus.
Dat vind ik echt ontzettend leuk om te doen.
Maar ik zit in een groep waar iedereen die in die groep zit beter, die tekent gewoon sinds twintig jaar.
En ik dacht van, oh, ik vind dit ook leuk om te doen en ik heb wel iets getekend.
Maar goed, dat is wel op een ander niveau.
Op vrijdagavond ga ik dan naar die cursus waar ik me vergelijk met iedereen die naast me staat, omdat dat automatisch gebeurt, die zoveel beter kan tekenen.
En op dat moment, ik voelde me daar best wel ellendig in, hoe ik daar stond voor die ezel.
En dan staat er een model voor je.
En dat ik daar later over na aan denken was, dat dat precies momenten zijn die onze deelnemers ook kennen.
Die komen ook wel eens aan met dingen die in hun privéleven spelen.
En dan staan ze daar in een groep tussen allemaal mensen die iets beter kunnen.
Die staan ook wel eens in een groep van mensen waar ze dan moeten zeggen, want ik wil dan graag me daarin ontwikkelen.
Dus ik moet elke keer opnieuw om hulp vragen bij mijn docent, die super begripvol en ondersteunend is.
Maar toch moet ik elke keer die stap zetten om weer aan te geven, het lukt me niet, ik kan het nog niet.
Wil je me alsjeblieft helpen bij degene die naast je staat te vragen van, hoe doe jij dit?
Of kan je even met me meekijken?
En dat zijn situaties die heel herkenbaar zijn voor onze deelnemers.
En ik denk als je dat eerder op die manier, als het je lukt om dat op die manier te bekijken en op die manier mee te nemen naar je werk,
is het iets wat je dus niet hoeft weg te stoppen, maar wat je meer verbinding geeft en misschien meer kracht als trainer.
Ja, je stapt eigenlijk in die rol als deelnemer even.
Ja, en dan kan je er begrip voor hebben, want je vraagt best wel veel van deelnemers in een training.
En dat is ook goed, want daardoor kunnen ze zich ontwikkelen.
Maar het is denk ik wel goed om er eerlijk naar te kijken dat je dus best veel vraagt.
Ja, maar misschien herkennen heel veel trainers zich hier ook wel in.
Ja, wie weet. Ik ben benieuwd of mensen zich hierin herkennen.
Dat kan ik me wel voorstellen.
Maar we gaan even naar jouw kwaliteit eigenlijk.
Jij bent echt ontzettend sterk in een veilige omgeving creëren.
Wat is een veilige omgeving voor jou?
Ik denk dat een veilige omgeving een omgeving is waarin fouten gemaakt mogen worden,
waarin mensen mogen zijn, niet alleen hoeven te presteren,
waarin plezier gemaakt kan worden en misschien wel bovenal waarin het oké is als je iets nog niet weet of nog niet kan.
Ja, maar dat is best lastig.
Als we nou stap voor stap door een training gaan, studenten of deelnemers in dit geval, komen binnen.
Wat doe jij om die veiligheid te creëren?
Ik denk dat dat al net daarvoor begint dat ik zorg dat voorbereiding eigenlijk klaar is,
dat de logistieke dingen uitgezet zijn, klaarstaan, dat ik daar niet meer aan hoef te denken.
En ik ben van nature denk ik een heel geïnteresseerd mens in andere mensen.
Ik ben altijd benieuwd naar van alles en nog wat wat mensen in hun dagelijks leven doen.
En ik wakker die nieuwsgierigheid op dat moment eigenlijk al een beetje aan,
omdat dat ervoor zorgt dat ik met aandacht mensen aankijk als ze binnenkomen, naar ze lach,
dat ik alvast iets van een vraag stel en dus met volledige aandacht je deelnemers te begroeten.
Jij zegt start de dag met smalltalk.
Ja, en vooral met aandacht.
En de aandacht zit hem in?
Ik denk letterlijk ruimte hebben in je hoofd om aandacht te kunnen tonen.
Want als je in je hoofd nog bezig bent met andere dingen die misschien nog geregeld moeten worden,
praktische zaken of dat je vooruit aan het denken bent naar het volgende blok of dat allemaal wel goed gaat,
dan is er minder ruimte voor aandacht voor de ander.
Dat snap ik. Heel logisch.
De training gaat verder.
Wat zijn andere aspecten wat jij doet om nou echt die veiligheid te creëren, dat het zo goed lukt bij jou?
Ik denk verschillende aspecten die daarin samenkomen.
Ik ben me er erg bewust van dat aan het begin, dat je als trainer een voorbeeld bent voor de boodschap die je hebt.
Dus als ik het belangrijk vind dat er een veilige sfeer is, dan ben ik daar een voorbeeld in.
Of dan heb ik daar een voorbeeldfunctie in.
En op een gegeven moment gaat dat een beetje, gaat er een soort shift plaatsvinden van,
aan het begin is dat voornamelijk tussen mij aan de ene kant en de deelnemers aan de andere kant.
En op een gegeven moment die dynamiek die ik met de deelnemers heb,
die beïnvloedt hoe de deelnemers vervolgens met elkaar omgaan en hoe de groep dynamiek beïnvloed wordt.
Dus jij toont eigenlijk voorbeeldgedrag van zo gaan jullie met elkaar om, want ik ga zo met jullie om.
Ja, dus bijvoorbeeld kan ik een concreet voorbeeld noemen waarin studenten een sociale interactie moesten analyseren.
Eigenlijk moesten ontleden en daarvoor had ik een figuur op de grond getaped waar iemand dan om zijn beurt in moest gaan staan.
En die deelnemer moest dan afhankelijk van het gesprek wat we gingen analyseren door dat figuur heen bewegen.
En daarin waren ze door dat figuur heen aan het bewegen.
En bij elke volgende zin gingen ze dan weer ergens anders staan.
En op een gegeven moment stond er een student in het midden en dan die hele kring van deelnemers om haar heen.
En halverwege het gesprek liep ze vast en keek ze me een beetje hulpeloos aan.
Waarin het heel duidelijk was dat het voor haar een heel kwetsbaar moment was en ze niet wist hoe ze verder moest.
En mijn vraag was aan haar, zal ik naast je komen staan?
En toen zei ze ja, dus ik kwam naast haar staan en toen stonden we opeens samen in het figuur.
En vervolgens vroeg ik haar, denk je dat iemand anders misschien een idee heeft hoe we verder kunnen bewegen?
Wat ervoor zorgde dat zij aan de groep vroeg, heeft iemand een idee wat een volgende stap zou kunnen zijn?
Waar dan reactie kwam en toen zaten we opeens in een groepsproject.
Waar iedereen aan het meedenken was hoe we dan vervolgens die stappen gingen zetten.
En ik denk dat naast wat je dan al oppervlakkig ziet gebeuren, dat ze aan het samenwerken zijn, zijn dat echt essentiële stappen in het creëren van een veilige omgeving.
Omdat je laat zien, het is oké als je het niet weet.
Ik ben hier om je te helpen.
We helpen allemaal elkaar.
Ja, dat is oké.
Het is eigenlijk dubbel.
Je hebt en een mooi voorbeeld gedrag, het vertoont eigenlijk, wat je wil dat mensen met elkaar omgaan.
Ja.
En er komt nog meer actie.
Ja, precies.
En je hoeft het niet alleen te doen.
Ik denk dat dat een, ja, je hoeft het niet alleen te doen.
En vervolgens merk je dan dat in de weken daarna, dat ze makkelijker ook weer naar elkaar toe stappen.
Dan zie je dat, ze zien dat iemand vastloopt.
Dat was bij een oefening een week later waar een video geanalyseerd moest worden.
En waarin iemand eigenlijk geluid wilde uitzetten omdat hij zijn eigen stem niet om aan te horen vond.
En dat iemand anders dan daar even een stukje ondersteuning in gaf.
Nee, dat is oké.
We gaan nu alsnog verder analyseren.
Dus ze geven elkaar niet een makkelijke uitweg.
Ze dagen elkaar wel uit om die leerkansen te pakken.
Maar dat kan denk ik alleen maar omdat die omgeving dan zo veilig is.
Ze zeggen ook wel, om vertrouwen te krijgen, moet je vertrouwen geven.
Ja.
Zijn dat ook allemaal aspecten of zijn er nog andere aspecten waar jij zegt van, nou, op die manier geef ik vertrouwen?
Ik denk wel echt, je er bewust van zijn.
Of je zelf bewust afvragen, heb ik genoeg vertrouwen in mijn deelnemers?
Want soms heb je dat niet.
Want je bent ook mens en misschien heb je al stukken gezien qua gedrag of qua eerdere oefeningen waarvan je denkt, hmm.
Ja, en daarin eerlijk naar jezelf zijn wanneer je dat vertrouwen misschien minder hebt en jezelf ook afvraagt, hoe kan ik dat vertrouwen weer meer krijgen?
Is er misschien een ander aspect wat ik van ze kan vragen waar ik wel vertrouwen in heb?
Mooi.
Ja.
En misschien ook vragen van, hey, verwacht ik zelf niet teveel van mijn studenten of van mijn deelnemers in het geval?
Zeker, ja.
Ik denk dat de vragen daarin heel relevant zijn, wat is je uiteindelijke doel, waar wil je uitkomen?
Wat heb je daarvoor nodig om daar te komen, zowel van jou als van de deelnemer?
En vraag je meer van de deelnemer of ben je kritischer op de deelnemer dan wat daarvoor nodig is, dan zit je te hoog.
Dat is helemaal waar.
Zijn er momenten waarin je veiligheid creëren voor jou lastig is?
Er zijn momenten waarin het lastig is omdat er bij mezelf iets speelt wat het lastig maakt.
Er zijn ook momenten waarop het lastig is omdat er in een groep iets speelt wat het lastig maakt.
Bij mezelf zou ik zeggen, als ik te gespannen ben, dat kan zijn door de training die ik geef of door iets wat buiten de training op dat moment speelt.
Omdat ik dan eigenlijk minder capaciteit heb voor die aandacht.
En ik denk op een bepaalde manier die rust uitstralen, dat een bepaalde manier van rust uitstralen ervoor zorgt dat deelnemers voelen van oké, ik mag proberen.
En ik mag misschien een keer iets geks doen en iets testen, want de rustige basis is er al.
Dat hoeven zij niet te zijn, dat ben ik in die zin.
En dat wordt moeilijker voor mij als ik gespannen ben en dat zelf minder voel.
Ja, logisch.
En vanuit de groep is dat bijvoorbeeld als er groepsdynamieken spelen waarin mensen, deelnemers bijvoorbeeld heel kritisch of heel afkeurend naar elkaar zijn.
Dan begin je gewoon op een ander level van veiligheid.
En dan moet je meer stappen zetten en dan heb je meer tijd nodig om tot een veilig level te komen.
En welke stappen zou je dan kunnen zetten?
Bij vooral een groep waar dus de veiligheid echt een ding is eigenlijk bij volbaat al.
Ja, ik denk aan het begin eerlijk zijn naar jezelf toe op welk level je zit qua veiligheid met de groep.
Dus dat ook niet mooier maken.
Een stuk erkenning voor de situatie.
En vervolgens misschien wel uittekenen.
Ik doe dat dan graag op papier, maar hoe je dat dan zelf prettig vindt.
Welke fase je eigenlijk door zou willen.
En vervolgens kijken hoe kan je dat bijvoorbeeld doen.
En ook welke fases hebben we het dan?
Ja, ik denk dat dat dus een beetje afhangt van de groep waar je in zit.
Maar bijvoorbeeld, stel dat je begint met een fase waarin er dus echt misschien wel helemaal niet verbouw elkaar, dat mensen elkaar niet verbouw aan het afkeuren zijn, maar dat het allemaal non-verbouw is.
Dat het eigenlijk bijvoorbeeld een volgende laag is dat het besproken moet worden.
Wat er op dit moment speelt in de groep.
Dat dit aan de hand is.
Waarvan een volgende laag bijvoorbeeld weer kan zijn, wat maakt dat dit aan de hand is?
Wat is er vooraf gegaan aan dit?
Zijn er andere projecten waarin mensen samenwerken, waar problemen onder liggen en hier komt dat ten uiting?
Of ja, wat zijn de voorgangers eigenlijk aan deze situatie?
En vervolgens dan met de groep bespreken, oké, en hoe kunnen we daarin dan een volgende stap zetten?
Ik zou ook wel benoemen dat een veilige sfeer belangrijk is.
Waarom is een veilige sfeer belangrijk?
En dan wordt het een gezamenlijk iets wat je gaat oplossen, in plaats van dat jij in je eentje keihard staat te trekken om die situatie op te lossen.
Dat is een goede vraag.
Waarom is veiligheid belangrijk?
Ja, waarom is veiligheid belangrijk?
Omdat, ik denk, het geeft een...
Zeg maar, kijk, inhoud is belangrijk.
Leuke, inspirerende werkvormen zijn belangrijk, maar beide verliezen compleet hun waarde als ze niet op een fundering staan van veiligheid.
Want dan staan ze gewoon te wiebelen totdat ze omvallen.
Dus eigenlijk is het een basislaag die het mogelijk maakt om verder omhoog te bouwen.
En vervolgens kan je meer leren, het is leuker.
Er worden gewoon veel grotere stappen gezet, met meer plezier.
Het laatste is ook een mooie toevoeging.
Je zegt van bepaalde groepen die hebben van tevoren veel meer weerstand en angsten en er is een onveiligere sfeer.
Hoe hou je naar de balans?
Want aan de ene kant heb je een leerdoel tijdens trainingen.
Maar aan de andere kant is dit een belangrijk onderdeel om te kunnen leren.
Hoe zorg je nou dat er balans blijft tussen...
Ja, ik denk daarin is het zoals echt heel vaak belangrijk om te beginnen met wat je einddoel is.
Dus wat is hetgeen, wat is je uiteindelijke punt waar je naartoe wil?
En daarvoor kijken wat is een minimum aan veiligheid wat je daarvoor nodig hebt.
En daarin kan je niet inleveren.
Dus tot dat punt van veiligheid zal je moeten gaan om bij je leerdoel uit te komen.
En ik zou niet verder gaan dan dat.
Want dat is eigenlijk tijd en energie die je kan stoppen in richting je leerdoel bewegen.
In plaats van richting een veiligere sfeer te bewegen.
Het is natuurlijk mooi en heel fijn als die sfeer nog veiliger wordt.
Maar de vraag is of als dat niet het uiteindelijke doel van jouw training is, dan gaat het op dat moment om wat anders.
Dus tussentijds ook vragen van jezelf afvragen.
Wat is nou het minimum level aan veiligheid hierin?
Heb ik genoeg om door te gaan?
Of moet er toch nog iets plaatsvinden?
Of een moment hiervoor genomen worden?
Of stappen worden gezet waardoor dit meer bereikt wordt eigenlijk?
Om die stappen te kunnen zetten naar het leerproces van het einddoel.
Ja.
Heel mooi.
Hey Anna, we hebben het over jouw gigantische mooie kwaliteit gehad.
Ja.
Ik ben ook wel eens benieuwd of jij ooit een werkblunder hebt gemaakt.
Ja.
Ik weet niet zo heel goed of het echt een typische werkblunder is.
Maar het eerste waar ik aan moet denken is dat ik wel eens in een groep, of tijdens het geven van een training, ervoor heb gekozen om naar huis te gaan.
Omdat ik niet meer wilde.
Eigenlijk.
Dat is de basislaat.
Ik ben er heel benieuwd.
Dat is de basislaat.
Het was in het onderwijs en het was in een klas aan het einde van een schooljaar, waarin eigenlijk de groep Sinemico het hele jaar was opgebouwd.
De sfeer was heel erg onveilig.
En de, ja, er zaten, het was een groep vol met pubers die op zoek waren naar zoveel mogelijk tegengas geven aan wat dan ook op dat moment in de klas gebeurde.
En ik was op dat moment ook nog een nieuwe trainer aan het inwerken.
En op een gegeven moment dacht ik, nee, dit is mijn energie niet waard.
En toen ben ik op zoek gegaan naar de docent, die had het lokaal verlaten.
En die heb ik toen gehaald met de mededeling dat we naar huis gingen.
En toen heeft de docent het weer overgenomen.
En ik vind het, zeg maar, op dat moment vond ik het wel echt ongemakkelijk.
Ondertussen kan ik er best wel om lachen, maar op dat moment, ja, het was geen trotsmoment.
Maar eigenlijk had je gewoon dezelfde afweging gemaakt als we er eigenlijk net over hadden.
Kan ik überhaupt het leerdoel nog bereiken?
Ja.
En het minimum was er gewoon niet eens.
Nee, nee.
En het was niet haalbaar om dat in die training te behalen.
En toen heb ik de stekker eruit getrokken.
Ik vind het ook gewoon knap dat je dat teruglegt van, hé, deze groep is niet voorbereid op dit leerdoel eigenlijk.
Het moet eerst heel duidelijk zijn waarom ze dit willen en dat ze het ook echt willen.
Want anders komen er ook geen stappen.
Ja, ik denk dat het wel zo is bij, ik heb best wel veel met jongeren gewerkt,
dat het vaak zo is, ook gezien de ontwikkelingsfase, dat ze er niet per se met intrinsieke motivatie zitten.
En dat is niet meteen zo dat je dan geen voortgang meer kan boeken,
maar er zijn wel gewoon grenzen van wanneer het stopt.
En die was bereikt.
Ik vind het heel knap dat je je grenzen hebt aangegeven.
Ik weet niet of ik het had gedaan.
Ja, het had nog wat eerder gemogen achteraf gezien, maar zo leren we dat.
Dat was weer jouw leerpunt.
Dat was weer mijn leerpunt.
We zijn alweer toegekomen aan tooltime.
En tooltime is dat een trainer iets meeneemt.
Een oefening, een werkvorm, een techniek, een model.
Iets origineels waarmee je ons kan inspireren.
Wat heb je voor ons meegenomen?
Ik heb een vraag meegenomen die ik vaak stel.
Eigenlijk altijd wel aan het begin van een training of trainingsreeks.
En in het geval van een trainingsreeks stel ik hem ook vaker tussendoor.
Hoe de vraag precies vorm krijgt hangt af van de setting, de doelgroep, de inhoud enzovoort.
Maar de vraag gaat over relevantie.
En dat gaat als volgt.
Dat ik aan het begin van een training of een trainingsreeks eigenlijk aan de deelnemers vraag, waarom is het relevant wat we doen?
En dat vraag ik meestal niet precies zoals ik het nu zeg.
Maar net een beetje vermomd dat ze niet meteen doorhebben dat dat de vraag is.
Dus hoe dat er dan bijvoorbeeld uitziet voor een vak over communicatie.
Wat wij hebben gegeven is dat aan het begin, wanneer iedereen een plekje heeft gevonden en ik heel kort mezelf heb voorgesteld en uitgelegd van uit welke bouwstenen eigenlijk het vak bestond wat wij gingen doen.
Wat we gingen geven en wat de deelnemers gingen volgen.
En vervolgens de vraag, oké, als we het dus in het vak gaan hebben over dit, dit en dit.
Waarom doen we dat? Wat is de reden?
En dan vervolgens de groep dat te laten beantwoorden.
Dan laat ik ook niet één iemand de vraag beantwoorden, maar verzamel ik zoveel mogelijk antwoorden.
En de reden dat ik dat doe is eigenlijk vanuit, het is tweeledig.
Ten eerste zet je een beetje een bepaalde bias in om tot jouw doel te komen.
Dus je vraagt de deelnemers om te beantwoorden waarom het relevant is wat we gaan doen.
Wanneer zij vervolgens er zelf over na hebben gedacht waarom het relevant is wat we gaan doen.
En dat vervolgens hebben uitgesproken, krijg je gewoon cognitieve dissonantie als je iets anders gaat doen.
Dus het is gewoon net een trucje dat ze vervolgens makkelijker die volgende stap zetten om mee te doen.
En het is natuurlijk geen soort van magische truc dat je geen weerstand krijgt of dat iedereen meteen staat te springen.
Maar het geeft een groot effect in motivatie.
Dus jij zet eigenlijk cognitieve dissonantie in tegen de deelnemers.
Kun je nog heel even toelichten wat cognitieve dissonantie is voor de mensen die het niet weten?
Ja, cognitieve dissonantie is wanneer je iets anders doet dan wat je tegen jezelf zegt dat je doet.
Dus dat geeft een soort ongelijkheid in het brein wat onprettig is.
En daardoor automatisch, dat gebeurt niet bewust, maar onbewust wordt opgevangen doordat je of je gedrag aanpast of je gedachten over je gedrag aanpast.
Zodat het weer meer in lijn ligt.
Dus het gebeurt vaak wanneer mensen iets doen wat ze eigenlijk niet zo goed vinden en dan vervolgens bij zichzelf gaan verantwoorden waarom het wel oké is.
Ja.
Dat ze dat hebben gedaan.
En op deze manier kunnen we dan even...
Daar voordeel van pakken.
Precies.
En wat is het tweede aspect dan? Daar ben ik nu al heel nieuwsgierig naar.
Ja, het tweede aspect is dat je meteen je dynamiek met de groep beïnvloedt.
Dus het is meteen duidelijk, ik ga jullie niet vertellen waarom je hier zit.
Ik ga jullie niet voorkouwen en jullie gaan daarin dan of met mij mee of een beetje achterover zitten.
Maar ik geef jullie iets en jullie gaan daar vervolgens mee aan de slag.
Dus vanaf de eerste seconde is het duidelijk van je gaat het zelf doen en er wordt een actieve werkhouding gevraagd.
Verwacht.
Hele mooie manier eigenlijk.
Ja, het is echt een win-win.
Ja.
En ik zou hem niet bij elke oefening vragen en niet elke dag vragen, maar ik vraag hem regelmatig ook nog eens tussendoor.
Zeker op een moment waarvan je denkt, oké nu is het even essentieel dat het precies duidelijk is waarom we dit doen.
En hoe vaker je dat hebt gedaan, hoe makkelijker ze antwoord geven.
Dus je kan hem echt wel een beetje zo subtiel tussendoor stellen.
Nog even aan het einde van de uitleg.
En waarom is dit nou zo belangrijk?
Nou, dan geeft er één iemand antwoord en iedereen zit alweer in de actieve modus.
Dus waarom is dit relevant?
Vooral stellen.
Ja.
In welke vorm dan net aangepast aan de situatie.
Ja.
Want dan krijg je ook nog een ander voordeel mee.
Een actieve werkhouding.
Ja.
Ja, dan ben je samen verantwoordelijk.
Precies.
Dan zijn we alweer bij de kettingvraag.
En dat is een vaste traditie.
En dat werkt als volgt.
Elke trainer stelt een vraag aan de volgende trainer.
Dus de vorige trainer was Kees van Dongen.
Die heeft een vraag aan jou gesteld.
En jij stelt straks een nieuwe vraag aan de volgende trainer.
Ja.
Wat Kees van Dongen aan jou gevraagd heeft is.
Kun je als trainer veiligheid creëren in een groep als je die op dat moment bij jezelf niet voelt?
Ja.
Ik denk wel dat het een heel stuk uitdagender is.
En ik denk wat daar moeilijk aan is, maar wel essentieel voor is, is om daarin eerlijk naar jezelf te zijn.
Dat je die veiligheid niet voelt.
Want dat kan een eerste stap zijn naar een bepaalde vorm van acceptatie.
Dat je die veiligheid niet voelt.
En dat is eigenlijk een basis die nodig is om die veilige sfeer te creëren binnen de groep.
Dat het oké is zoals het is.
Zijn er nog andere stappen die je kan maken daarin?
Van oké, ik voel de veiligheid niet bij mezelf.
Maar wat zijn nog tools die je wel op dat moment alsnog zou kunnen inzetten?
Ja, ik denk met jezelf op zoek gaan naar wat zijn dingen die jou een veiliger gevoel geven bij jezelf.
Korte, zeg maar, ja, praktische dingen die je kan doen.
Ik doe bijvoorbeeld wel eens een korte yoga of meditatie voordat ik een training inga als ik die veiligheid niet bij mezelf voel.
Ik zoek wel eens contact met mensen die heel dicht bij me staan.
Tegen wie ik eerlijk kan zeggen, ik voel het even niet.
En dat zijn er dan, ik heb dan een aantal vrienden die dan precies de juiste woorden hebben.
Om me dan even, net even dat steuntje te geven wat ik op dat moment nodig heb.
Dus eigenlijk iets meer die veiligheid bij jezelf verhogen.
En dat hoef je niet zelf te doen.
Daar mag je hulp voor vragen.
Dus eigenlijk zeg jij van, kijk of er bepaalde tips zijn, bepaalde ademhalingsoefeningen, meditatie of yoga.
Of iets wat jou helpt om eigenlijk die veiligheid meer te creëren.
Waardoor je eigenlijk alweer het stuk dat veiligheid eigenlijk oplost bij voorbaat.
Of bij dus vrienden, waardoor het misschien uit je hoofd raakt en het alweer daalt.
In de zin van, het is niet alleen iets meer in jouw wereld, maar je hebt het gedeeld.
Waardoor het misschien het gevoel van veiligheid al op die manier daalt.
Omdat je samen ervoor staat.
Ja.
Dat zijn mooie tips.
Ja.
Ik zou vooral experimenteren.
Ik denk dat dat wel mijn grootste tip is.
Maar dat gaat eigenlijk over zoveel onderwerpen waar we het over hebben gehad.
Probeer, want je weet het niet.
Ik weet het alleen maar door te proberen en vervolgens eerlijk te kijken.
Was dit het effect wat ik wilde?
Of zijn er andere dingen die ik nog kan proberen?
Vraag naar tips bij je collega's.
Luister naar deze podcast.
Zoek inspiratie op.
En probeer zoveel mogelijk.
Voor iedereen werkt het wat anders.
En dat is ook indirect meteen weer een manier waarop je, waar we het eerder over hadden.
Weer een soort van in de schoenen van je deelnemer staat.
Die worden ook gevraagd om dingen te proberen.
En om fouten te maken.
Daar geven wij het voorbeeld in.
Wat mij altijd heel veel helpt is.
Kijken wat ik zou willen dat ik deed als ik 70 was.
Oh ja.
Dus dan kijk ik altijd terug naar het leven.
En denk ik, ah, ik wou dat ik alles gedaan heb.
Zonder enige angst.
Ik ga dit gewoon doen.
Ja.
Ja.
Precies.
En zo werkt voor iedereen iets anders.
Dus probeer en kijk.
Ja, want die veiligheid is ook vaak iets wat alleen maar in je hoofd zit.
En dat straal je vervolgens helemaal uit.
En daarmee ligt de oplossing ook bij jezelf.
Bij jezelf.
Mooie.
Veiligheid ligt bij jezelf.
Ja.
Is dat de conclusie?
Ja, zeker.
Ja, en daar zit dus ook denk ik het meeste, daar kun je de meeste winst behalen.
Dat denk ik ook.
Bij jezelf.
Ja.
En jouw handige tools natuurlijk.
Ja.
Wie zou jij nou leuk vinden om nog meer te gast te worden in deze podcast?
Ik zou het heel erg leuk vinden om onze docent een keer te horen in de podcast.
Ja, ik ook.
Ja.
De reden daarvoor is dat, wat ik heel erg bewonder aan haar trainingstijl, is dat zij altijd ons
allemaal, nou allemaal, we waren dus met een hele kleine groep van in de volledige master zes
mensen, maar dat zij ons altijd heeft gestimuleerd om onszelf als onze eigen versie van trainer
verder te ontwikkelen.
En dat is iets waar ik echt veel bewondering voor heb.
Leuk thema.
Ja.
Laatste ding.
Wat zouden mensen moeten doen om een beter te trainer te worden, als jij één ding mag noemen?
Echt je eigen leven te leven en je dromen achterna te gaan.
Wauw.
Onder die noot wil ik iedereen bedanken voor het luisteren naar deze podcast.
Als je iets geleerd hebt, laat het dan vooral weten in de comments.
En als je denkt, ik wil wel vaker luisteren naar de Beste Trainer van Nederland podcast en
geen tips missen, abonneer je dan en dan zien we elkaar weer volgende week.
***
***
***
***
***